De eerste artisjok

Jean Beddington (1948) is eigenaar en chef-kok van het gerenommeerde Amsterdamse restaurant Beddington’s. Zij groeide op in het Engelse Derby.

Ze was negen toen haar moeder stierf. Ze wist amper dat haar moeder ziek was, want daar werd nooit over gesproken. Wat opviel was dat moeder voor het eten nogal veel pillen innam. Als je vroeg hoe het ging, zei ze dat ze hoofdpijn had. Pas veel later hoorde Jean Beddington dat het om een hersentumor ging.

Op zeker moment moest haar moeder het ziekenhuis in. Toen de kinderen op een vrijdag net voor Kerst thuiskwamen uit school, hoorden ze van vader dat moeder was overleden. Vader zei ook dat Jean en haar zusje nu maar naar de wekelijkse pianoles moesten gaan, want het leven ging door. Ze weet nog hoe overstuur ze was en dat er allerlei mensen over de vloer kwamen en er een boel consternatie was. Van een uitvaart herinnert ze zich niets.

Daarna volgde stilte. Oma, tijdelijk in huis om het gezin op te vangen, was zo kapot van het verlies van haar dochter dat ze er niet over wilde praten. En vader praatte toch al nooit over gevoelens. In de klas zei Jean ook maar niks over de dood van haar moeder. Een klasgenootje dat wist dat mevrouw Beddington in het ziekenhuis lag, vroeg of ze met de feestdagen thuiskwam. Jaja, stamelde Jean, en ze liep door om de ander niet in verlegenheid te brengen.

Al snel kwamen er huishoudsters, vijf op een rij. Alleen met nummer drie kon ze het vinden. Intussen stortte vader Beddington zich op zijn accountantswerk. Hij kwam steeds later thuis en zag zijn twee dochters – zijn zoon was op kostschool – vooral ’s zondags. Zijn werklust bezorgde hem succes en maakte hem tot een gezien man.

Hij wist niet goed wat hij met de meiden aan moest, herinnert Jean Beddington zich. Als ze nieuwe kleren nodig hadden, gingen ze naar een deftige winkel in Derby en vroeg hij advies, hulpeloos en stuntelig maar ook half en half flirtend met de winkeldames. Meisjesvragen rond de puberteit moesten ze zelf maar oplossen; daarmee hoefden ze ook niet aan te komen bij oma of de huishoudsters. “Dus ik maar boeken lezen,” zegt ze. “Ik weet nog dat ik een boek mocht uitzoeken omdat ik de beste van de klas was – ik was en ben nogal een streber – en dat ik toen om na te gaan hoe het gaat in de puberteit het medische standaardwerk Gray’s Anatomy uitkoos. Maar dat mocht niet.”


In Derby gold haar vader als een dry bastard – hoewel hij vrijwel nooit lachte, had hij een goed gevoel voor humor. Hij was een multitalent, want hij kon niet alleen goed rekenen, maar ook timmeren, schrijven, schilderen en pianospelen. Als hij iets hoorde, kon hij het spelen. Hij stuurde zijn kinderen dan ook alle drie op pianoles.

Toen hij een jaar of vijf weduwnaar was, vond hij een nieuwe vrouw. Ze was bloedmooi en sociaal vaardig, zodat Beddington zich graag met haar vertoonde op de feestelijke bijeenkomsten waarvoor hij vaak werd uitgenodigd. Dochter Jean daarentegen moest zó weinig van haar hebben, dat ze haar best deed de stiefmoeder elke dag in huilen te laten uitbarsten. “Ze leek wel de nuffige Mrs. Bucket uit Keeping Up Appearances,” zegt ze lachend. “Ik heb haar leren tolereren, dat moest wel voor mijn arme vader. Maar uiteindelijk heb ik bij haar dood gelachen.”

Op aandrang van Mrs. Bucket werd Jean van haar vijftiende tot haar achttiende naar kostschool gestuurd. Ze voelde zich afgedankt. Maar achteraf gezien was het internaat goed voor haar ontwikkeling, want ze werd er zeer zelfstandig. Ze oriënteerde zich vooral op de kunstvakken en zag een toekomst als grafisch ontwerper voor zich liggen. Daarom ging ze na kostschool naar de kunstacademie in Birmingham.

Tijdens haar studie kookte ze in het weekeinde vaak uitgebreid voor vrienden. Koken kon ze al van kinds af. Ze hielp haar moeder en vervolgens haar oma met koken, brood bakken, jams en chutneys maken, haalde groenten en kruiden uit hun eigen grote moestuin en leerde zo wat een goede maaltijd behelsde. Eigenlijk, preciseert ze, was het geen leren maar inhaleren. En van de huishoudsters stak ze op hoe het níet moest. Vader Beddington vond goed eten ook zeer belangrijk. Hij nam zijn kinderen vaak mee naar de betere restaurants, ook tijdens vakanties. Zo heeft ze sterke jeugdherinneringen aan Normandische langoustines, een intens smakende perzik van een Italiaanse markt, haar eerste artisjok en een diner tijdens een show in het Parijse Lido – ze was twaalf en mocht champagne drinken, gleed uit op een trap en liep een buil als een ei op.


Na de kunstacademie ging ze met drie vrienden in een Landrover op wereldreis. Haar einddoel was Japan, waar de toegepaste kunsten haar fascineerden, net als de ongrijpbare combinatie van traditie en moderne techniek. Toen ze na een half jaar in Katmandu waren, kregen de andere drie heimwee. Ze verkochten jeep, tenten en attributen en Jean toog in haar eentje verder. Via India en Maleisië streek ze voor drie maanden neer in Hongkong met zijn ‘elektrische’ sfeer.

Op een avond won ze zeshonderd dollar in een casino en daarmee reisde ze naar Tokio. Ze zou er drie jaar blijven. Ze verkeerde nog steeds in een levensfase van vorming, zegt ze, ook in culinair opzicht. “In Japan wordt eten verheven tot kunstwerk. Soms is een gerecht te mooi om op te eten. Het kan als een schilderij het tijdstip van het jaar uitbeelden en tonen dat het herfst is, voorjaar, dat het heeft gesneeuwd, of dat het warm en droog is.”

Ze wilde zo veel mogelijk opsteken. Eens in de week maakte ze een lange reis naar een vrouw die lesgaf in koken en haar leerde om te gaan met de seizoenen, balans in het eten te brengen en koken te verbinden met een wijze van leven en denken. Op zaterdagavond kookte ze net als in Birmingham weer uitgebreid voor vrienden en bekenden. Maar nog steeds kwam het niet in haar op kok te worden. Ze leerde voor papiermaker.

De liefde bracht haar naar Amsterdam. De terugkeer naar Europa leverde haar een omgekeerde cultuurshock op, waardoor de start in Nederland moeizaam was. Na twee jaar kwam het tot een breuk met haar geliefde. Ze meldde zich toen op de Rijksacademie, waar ze audiovisuele communicatie ging studeren. Ze was nog steeds onderweg, maar op dat moment, denkt ze, had ze na een lange reis de drempel van haar volwassen leven bereikt.

Matt Dings