In de schaduw van Robert Capa

Gerda Taro schreef geschiedenis als de eerste vrouwelijke oorlogsfotograaf. Maar ze werd overvleugeld door haar beroemde partner.

Het levensverhaal van Gerda Taro leest als het scenario van een Hollywoodfilm. Jong joods meisje van Pools-Duitse afkomst vlucht begin jaren dertig voor het opkomende nazisme naar Parijs. Ze wordt verliefd op een andere joodse vluchteling, een Hongaarse fotograaf. Ze begint als zijn assistente, maar krijgt het vak al snel in de vingers, en als in 1936 de Spaanse Burgeroorlog uitbreekt, trekken ze samen naar het front om de strijd in beeld te brengen. Hun werk, dat wordt afgedrukt in toonaangevende geïllustreerde bladen, maakt diepe indruk op het publiek, dat zelden zulke dramatische oorlogsfoto’s heeft gezien. Als ze in 1937 wordt doodgereden door een tank, pas 26 jaar oud, is ze uitgegroeid tot een ster. Tienduizenden mensen verdringen zich in de straten van Parijs als haar lichaam onder de klanken van Chopins Marche funèbre naar Père Lachaise wordt gereden.

De kranten raken niet uitgeschreven over haar moed en haar schoonheid, bevriende dichters putten zich uit in treurzangen, en Willy Brandt, de latere Duitse bondskanselier, lanceert een heuse complottheorie. De martelares van de antifascistische zaak moet wel zijn vermoord – een lezing die door diverse ooggetuigen wordt ontzenuwd.

Na de wereldwijde aandacht voor haar dood – ze wordt zelfs vereeuwigd op Amerikaanse kauwgomplaatjes – raakt ze verbazend snel in de vergetelheid. Dat heeft te maken met de kortstondigheid van haar carrière, die maar twee jaar heeft geduurd, maar ook met haar partner, die inmiddels bekender is dan zij, onder de naam Robert Capa. Dat pseudoniem – vrij ontleend aan de Amerikaanse regisseur Frank Capra – hadden ze samen bedacht en aanvankelijk voor hun beider werk gebruikt, omdat het zoveel commerciëler klonk dan Gerta Pohorylle en Endre Ernö Friedmann. Pas later was ze onder haar eigen pseudoniem gaan werken, dat geïnspireerd was op Greta Garbo.


Een jaar na haar dood brengt Capa in New York een boek uit met foto’s die Taro en hij in Spanje hebben gemaakt, Death in the Making. Hij draagt het op aan ‘Gerda Taro, who spent one year on the Spanish front, and who stayed on’. Maar de credits staan onduidelijk vermeld, en in recensies wordt al het werk gemakshalve aan Capa toegeschreven. En dan breekt er een nieuwe wereldoorlog uit, die alle eerdere oorlogen – en de beelden ervan – naar de achtergrond verdrijft.

Pas zeventig jaar later wordt het werk van het duo weer samen vertoond, op de reizende dubbeltentoonstelling This Is War!, die nu Rotterdam aandoet. Taro’s beelden laten de uitersten van de strijd zien: stoere vrouwen aan het front, maar ook ontredderde vluchtelingen; jochies in soldatenpakjes voor wie de strijd een spel lijkt, maar ook de verstarde lichamen in het mortuarium die het tegendeel bewijzen. Haar laatste foto is die van een brandende vrachtwagen, gemaakt op een steenworp van de plaats waar ze vlak daarna zelf zou sterven.

Van Capa is – uiteraard – de vallende soldaat te zien, de beroemdste foto uit de Spaanse burgeroorlog, maar daarnaast ook reportages van de Chinees-Japanse oorlog, de geallieerde landing in Normandië en de verovering van Leipzig, met een tragische foto van een Amerikaanse soldaat die in het voorjaarszonnetje door een sluipschutter is gedood. In 1954 is hij zelf aan de beurt, als hij in Vietnam op een landmijn stapt, veertig jaar oud. Hij moet gestorven zijn met de camera nog in de hand.


This Is War! Robert Capa en Gerda Taro. Nederlands Fotomuseum, Rotterdam, tot en met 3 januari 2010. Gerda Taro. Steidl. € 26,95.

Cecilia Tabak