Obama moet worden getest

Met de discussies om (nog) meer troepen naar Afghanistan te sturen, steken in Amerika ook de herinneringen aan Vietnam weer de kop op. Vreemd is dat niet; het gebeurt bij elk militair ingrijpen in verre buitenlanden. Maar de nederlaag in Vietnam is voor alles een binnenlandse kwestie, een nationaal trauma waarvan Democraten en Republikeinen elkaar onverminderd de schuld geven. Geen wonder dat Barack Obama, een jonge, progressieve nieuwe president voor wie Afghanistan lang de ‘good war’ was die door zijn voorganger zou zijn verwaarloosd, koudwatervrees lijkt te krijgen. Het lot van Lyndon Johnson, die grootse sociale plannen had en stukliep op Vietnam, zal de huidige president gezien zijn eigen binnenlandse agenda weleens zorgen baren.

Niet dat Obama dat laat merken. De geschiedenis herhaalt zich nooit, en met hem moet alles anders worden. Maar in eigen land staat een leger opponenten klaar om hem het moeras in te duwen, terwijl het buitenland afwacht om te zien hoe een nog ongeteste president op de eerste krachtproeven reageert. Obama mag dan overal enthousiast zijn onthaald, dat wil niet zeggen dat andere regeringsleiders zijn ster graag zien stralen. Integendeel, de nieuwe heiland moet zo snel mogelijk van zijn voetstuk af. Dat hoeft niet via een ‘bad war’, want het imago van Amerika heeft vanwege Irak al schade genoeg geleden. Maar zo’n mislukte lobby voor Chicago, dat als eerste werd weggestemd in de race voor de Olympische Spelen van 2016, was een perfecte waarschuwing. Obama en zijn aanhangers moeten niet denken dat de wereld Amerika ineens weer goedgezind is vanwege de mooie huidskleur van de president. Dat was leuk in de dagen van Jesse Owens en Mohammed Ali, maar die zijn nu echt voorbij.

Het ‘Vietnam-potentieel’ van Afghanistan is enorm, al staat Amerika er niet alleen voor en leveren ook de NAVO-bondgenoten een bijdrage. Tot nu toe hebben alle grote mogendheden hun tanden op Afghanistan stukgebeten, van de Britten en de Russen in de negentiende eeuw tot de Sovjet-Unie twintig jaar geleden. Weliswaar zijn de Taliban in 2001 met een handjevol special forces snel uit de macht ontzet, maar de regimeverandering in Kaboel bleek niet voldoende om het hele land te controleren, terwijl Osama bin Laden wist te ontsnappen (over de grens naar Pakistan). Dat is allemaal heel klassiek. Dat de oerknal van de 21ste eeuw (11/9) in Afghaanse tentenkampen is bedacht, laat zien dat niet alleen het Westen met moderne technologie uit de voeten kan. De terreurgroepen van Al-Qaida blijken geduchte netwerkers en tonen zich waardige opvolgers van het communisme, dat overal ter wereld zijn revolutionaire cellen en handlangers had. Maar anders dan de Vietnamese communisten, die effectieve bestuurders waren en hun eigen onderwijs opzetten, lijken de ‘studenten’ van de Taliban niet populair. De ideologie van de jihad uit de moslimscholen is reactionair, terwijl de marxistische klassenstrijd wetenschappelijk gefundeerd meende te zijn.


Hoe belangrijk dat is, moet de toekomst uitwijzen. Waar de Vietnamoorlog in de jaren zestig binnen de westerse wereld een radicale protestbeweging voortbracht die met het communisme sympathiseerde, boezemt de (radicale) islam vooral afkeer in. Maar zoals John Kennedy het zich als jong en vooruitstrevend president niet kon permitteren ‘soft on communism’ te zijn, zo moet Obama oppassen met zijn handreikingen naar de moslimwereld. Met Afghanistan kan hij laten zien dat hij de terreurdreiging serieus neemt en tegenover het echte kwaad geen watje is. Maar via zulke calculaties werd Vietnam de oorlog van ‘the best and the brightest’ in wie progressief Amerika vergeefs zijn hoop had gesteld. Ook het geschil met Rusland over het raketschild, waarin Obama een wankelmoedige indruk maakte, en het nucleaire steekspel met Iran komen angstig bekend voor. Kennedy, die in het begin evenmin sterk oogde, stond voor vergelijkbare uitdagingen. Zijn ster groeide pas weer nadat hij in 1962 de raketcrisis met Cuba tot een goed einde had gebracht (al zit het bewind van Fidel Castro er nog steeds).

Is daarmee de cirkel rond en staan we voor een reprise van de jaren zestig, die voor Amerika (niet alleen vanwege Vietnam) op zo’n trauma uitliepen? Geenszins, al was het maar omdat er met Obama zelf een man in het Witte Huis is beland die gezien zijn biografie en entourage als tiersmondist (een radicale supporter van de derde wereld zoals ze ook in de Verenigde Naties zitten) kan worden beschouwd. Dat is echt nieuw en maakt het nog belangrijker dat Obama internationaal op de proef wordt gesteld. Sterker, ik denk dat de president zo’n test nodig heeft. Dan kan hij eindelijk laten zien waar zijn loyaliteiten liggen en wat hij werkelijk waard is.

Meer leuke content? Like ons op Facebook

import dirk jan van baar