Poëzie in beeld

Op de BBC was onlangs een serie te zien over een clubje bevriende negentiende-eeuwse kunstenaars onder de titel Desperate Romantics. Na één aflevering ben ik afgehaakt. Al die zelfgenoegzame types die op luidruchtige wijze uiting menen te moeten geven aan hun zieleroerselen wekten vooral mijn irritatie. De personages waren nogal oppervlakkig en – erger – inwisselbaar. Dat de levens van grote kunstenaars allerminst een garantie vormen voor interessante films is wel vaker gebleken. De beeldtaal die wordt benut om artistieke worstelingen weer te geven, is nu eenmaal beperkt. Componisten vegen in één armgebaar partituren van tafel, schrijvers rukken in machteloze frustratie het papier uit hun typemachine en woedende schilders slaan hun mislukte doeken aan diggelen. Wie dergelijke scènes uit de filmoogst van de afgelopen twintig jaar bijeen zoekt en aan elkaar plakt, zou er een hilarische avondvullende compilatie van kunnen maken.

Het nieuws dat er een film gemaakt werd over het korte leven van de romantische dichter John Keats (1795-1821) vervulde mij op voorhand met scepsis. Dat de regie in handen van Jane (The Piano) Campion was, stelde mij evenmin gerust. De scène in Holy Smoke waar ze Harvey Keitel in een rode jurk door de woestijn liet zwalken terwijl tegenspeelster Kate Winslet bij wijze van schoeisel boeken (!) onder haar voeten droeg, staat me nog scherp voor ogen als een staaltje pseudo-artistieke kitsch.

Dat Campion het leven van Keats toont door de ogen van zijn buurmeisje en (latere) verloofde Fanny Brawne wakkerde mijn wantrouwen verder aan. De aandrang beroemde mannen op het filmdoek van een gelijkwaardige vrouwe-lijke sparringpartner te voorzien, leidt soms tot vreemde capriolen. Zo kregen we in Copying Beethoven onlangs een vrouw voorgeschoteld die een belangrijke rol zou hebben gespeeld in het leven van de componist. Dat die vrouw nooit bestaan had, vonden de makers geen bezwaar. Ze zou immers bestaan kúnnen hebben.

De openingsbeelden van Bright Star doen even het ergste vermoeden als de toeschouwer nogal nadrukkelijk wordt gewezen op de vaar-digheden van Fanny Brawne (Abbie Cornish) bij het maken van haar eigen kleding. Na een ietwat ongemakkelijke aanloop begint de film na een kwartiertje echter aan momentum te winnen. De beslissing van Campion om de toenadering tussen de dichter en zijn buurmeisje tot uitgangspunt te nemen, pakt hier goed uit. Keats (Ben Whishaw) tobt over de vraag of hij als berooide dichter wel in staat zal zijn Fanny te onderhouden. En Fanny tobt over de broze gezondheid van Keats. Maar dergelijke beslommeringen vormen eigenlijk weinig meer dan een subplot. Campion is geen verteller, maar moet het veeleer hebben van het opbouwen van sfeer. Daarbij hanteert ze een dromerige, associatieve, zeg maar gerust: poëtische stijl. Mooie plaatjes? Ja, maar dan wel plaatjes die geschoten zijn op een eigenzinnige manier die past bij dit onderwerp en die spaarzaam maar zéér effectief door muziek worden ondersteund.


Eén blik op de poster van Bright Star – een brieflezende vrouw in een zee van paarse bloemen – volstaat vermoedelijk om te weten of u al dan niet gevoelig bent voor de visuele esthetiek van Jane Campion.

Bright Star. Regie: Jane Campion. Vanaf 15 oktober in de bioscoop.

Meer leuke content? Like ons op Facebook

Erik Spaans