Testosteron en adrenaline

Ik krijg weleens de indruk dat de meeste mensen, vooral vrouwen, een beetje bang zijn voor geld. Vaak omdat ze er te weinig van hebben, maar ook als ze ineens over een surplus beschikken en bij god niet weten hoe ze dat verstandig moeten beheren. Gewoon op een spaarrekening zetten, of toch maar brutaal zijn en in aandelen beleggen?

Tja, wat is wijsheid in deze tijd van economische crisis?

Beursbengel Seth Freedman, die zelf jarenlang als handelaar werkte op de Britse aandelenmarkt en daar een boek over schreef – Beursjunk. Achter de schermen van de Londense beurs – deelt die angst niet. Met één klik van de muis kon hij indertijd een half miljoen transporteren, op basis van geleend geld, en dat deed hij ook. Dagelijks. Altijd in de overtuiging dat zijn intuïtie hem ook deze keer weer niet in de steek zou laten, en dat hij aan het eind van de dag niet zou hoeven melden dat het geld zojuist in het slurpende afvoerputje van de beursvloer was verdwenen.

Dat was een bestaan vol stress uiteraard. Stapelgek werd Freedman ervan; soms werd hij midden in de nacht wakker terwijl het zweet van zijn voorhoofd droop. Maar dat liet hij natuurlijk niet merken, want een arrogante houding is alles in de wereld van het grote geld. Strak in het pak, en niet zelden strak van de coke, rende hij van deal naar deal, en hield vaardig de schijn op dat hij te allen tijde precies wist wat hij deed.

De schrijver blikt op die periode terug met de verbazing van iemand die zich aan een obsessie heeft ontworsteld en achteraf niet meer begrijpt waarom het zo lang heeft geduurd voordat hij tot bezinning kwam. Ongeveer als een volgeling van Jim Jones, die nog net kans heeft gezien om af te haken voordat de hele sekte tot collectieve zelfmoord overging.

Freedman geeft daar twee verklaringen voor. Ten eerste dat al die opwinding ‘verslavend’ werkt, zodat het de meeste deelnemers allang niet meer gaat om de cijfertjes en het rendement, maar louter en alleen om de kick van het gokken en winnen. Het geld dat ermee verdiend wordt is bijzaak, want het is nooit genoeg – het verzadigingspunt wordt per definitie nooit bereikt. En ten tweede is dit een solitaire levensstijl die de verslaafde speculant totaal vervreemdt van het gewone leven. Zo iemand spendeert zijn dagen en een groot gedeelte van zijn nachten achter een beeldscherm, waar onophoudelijk beurskoersen overheen razen, en komt niet meer toe aan geliefden en vrienden.


Seth Freedman is er inmiddels uit gestapt: hij nam zijn winst en vluchtte naar Israël, waar hij dienst nam in het leger. Voornamelijk om af te kicken. Vervolgens werd hij schrijver en legde zich toe op de journalistiek; hij woont tegenwoordig in Jeruzalem en levert financieel-economische bijdragen aan The Guardian. Maar nog steeds is hij niet helemaal genezen, want zodra hij in de buurt van een beursvloer komt, begint er weer iets bij hem te kriebelen.

De les die je uit dit fascinerende verslag van een ex-junk kunt trekken, is dus niet alleen dat de wereldhandel geregeerd wordt door een overmaat aan testosteron en adrenaline, maar ook dat het de strakke-pakkendragers die in dit machtsspel aan de touwtjes trekken geen bal kan schelen welk effect dat heeft op de samenleving.

Dat is een griezelig besef.

Seth Freedman: Beursjunk. Achter de schermen van de Londense beurs. De Arbeiderspers. € 19,95. Ook verkrijgbaar via ako.nl.

Emma Brunt