Dodenvluchten

Verdwijnpunt, de nieuwe roman van de schrijfster Fleur Bourgonje, gaat innig vergezeld van de bundel Hartenbeest van de dichteres Fleur Bourgonje. Een duo-uitgave, bijeengehouden door een buikbandje.

“Verdwijnen is bewijs van tijd. (-) Je raakt iets of iemand kwijt, zoekt verwoed in stapels onwaarschijnlijkheid” zijn versregels uit het gedicht ‘Vrouw in het wit’ dat ongeveer een kwart van de bundel beslaat. Ze lijken samen te vatten wat de schrijfster, althans de ik-figuur, doet in de roman: verwoed zoeken.

Van de roman, die maar 150 bladzijden telt, kan worden opgemerkt dat die bij vlagen poëtisch is, dat wil zeggen: de schrijfster maakt gebruik van een sterke beeldentaal. Het probleem daarbij is dat het haar niet is gelukt om al die sterke beelden aaneen te rijgen tot wat dit boek volgens de titelpagina zou moeten zijn: een roman. Verdwijnpunt wil maar geen roman worden. Het is een aaneenschakeling van scènes, herinneringen en gedachten die ieder op zichzelf bestaansrecht hebben, maar gezamenlijk niet de vuist kunnen maken die de roman zou moeten zijn.

Dat is jammer, juist in dit geval, omdat het onderwerp door de arrestatie van de Argentijns-Nederlandse piloot Julio P., onlangs in Valencia, actueel is. Hem hangt uitlevering naar Argentinië boven het hoofd, waar hij wordt verdacht van het uitvoeren van doodsvluchten.

Deze vluchten waren in de jaren zeventig voor de toenmalige junta dé manier om van lastpakken af te komen. In het beste hoofdstuk van Verdwijnpunt wordt uiteengezet hoe dat in zijn werk ging. De gevangenen kregen te horen dat ze naar het zuiden zouden worden overgebracht en daarom moesten worden ingeënt. Ze kregen een slaapmiddel geïnjecteerd waardoor ze verdoofd raakten. Eenmaal aan boord kregen ze een tweede injectie.

“Ze waren dan volledig van de wereld.”


“Wat deden jullie als de gevangenen bewusteloos waren?”

“We kleedden ze uit en als het vliegtuig op koers lag en de commandant het bevel gaf, werd het luik geopend. Een voor een werden ze er naakt uit gegooid. (-) Ze werden in zee geworpen.”

Dit schokkende hoofdstuk geeft het gesprek weer dat een Argentijnse journalist had met een veroordeelde ex-marineofficier. Het schokkende zit hem in de precieze en gedetailleerde beschrijving. Het lijkt onwaarschijnlijk dat ‘men’ (laat ik het algemeen houden) indertijd in Argentinië niet van deze praktijken heeft af geweten. Bovendien spoelden lijken, vaak onherkenbaar, her en der aan: heeft niemand toen de link gelegd tussen al die mensen die zomaar verdwenen en de doden die uit zee kwamen aandrijven?

Helaas heeft Bourgonje er niet voor gekozen om de periode van de militaire dictatuur in Argentinië (1976-1983) in al zijn rauwe misdadigheid te schetsen. Zoals gezegd overheerst in haar roman een poëtische toonzetting die het boek iets melancholisch geeft. De aanklacht blijft verborgen onder wollig taalgebruik. Het is veelzeggend dat het meest expliciete hoofdstuk is ontleend aan andermans boek.

Blijft over een boek waarin verdwijnen een haast manisch uitgewerkt thema is. In het leven van de vertelster, van wie we te weinig te weten komen om ons een levendige voorstelling van haar te kunnen maken, is alles op weg naar het verdwijnpunt. Mensen van vroeger: Helena, die in Argentinië bij het schoolhek werd ontvoerd en van wie nooit meer iets werd vernomen, Vera, de vriendin van vroeger die gewoon in de maalstroom van het leven verdween, maar ook mensen van nu: de oude man met wie ze elke middag in een dorp aan de voet van de Pyreneeën een praatje maakt. In dit geval is zij het die afscheid neemt.


Verdwijnpunt is te fragmentarisch van opbouw en wil maar niet to the point komen. Daarom kan de roman niet overtuigen.

Fleur Bourgonje: Verdwijnpunt en Hartenbeest.

De Arbeiderspers. €25.

Ook verkrijgbaar via ako.nl

Frank van Dijl