‘Een toerbeest ben ik’

Jarenlang was hij de populairste dj ter wereld en werd hij elke avond toegeschreeuwd door tienduizenden mensen. Het werd normaal, en Tijs Verwest (1969), alias DJ Tiësto, sukkelde in slaap. Met zijn nieuwe cd Kaleidoscope slaat hij een nieuwe weg in. ‘Ik was de trance beu.’

Ik heb nooit echt zwaar in de toekomst gekeken, dat is mijn geluk geweest. Op m’n 28ste had ik nog niet echt diploma’s gehaald, ik wist niet wat ik wilde met m’n leven. Behalve draaien, draaien, draaien. Iedereen zei: “Je moet toch eens aan je carrière denken; je bent bijna dertig en hebt nog niks bereikt.” Ik stond maar in een barretje in Breda te draaien en dacht: dat zie ik allemaal wel, hoor. Een laatbloeier ben ik, met alles. Ik ben veertig maar zie eruit als dertig, heb de energie van een twintigjarige en ben af en toe zo lomp als een tienjarige.

Op mijn dertigste kwam toch de doorbraak. En drie jaar later werd ik uitgeroepen tot de populairste dj van de wereld. In Las Vegas was ik toen; dat bericht kwam volslagen onverwacht. Het was zelfs op het journaal in Nederland: nog nooit had een Nederlandse dj zo’n hoge onderscheiding gekregen. Ik heb nu een kast op mijn kantoor met alle awards erin, een stuk of vijftig zijn het er. Als ik het succes als dj niet had gehad, was ik nog steeds een heel leuke jongen geweest, maar wel een compleet ander mens. Ik heb de hele wereld gezien, veel mensen ontmoet. Een mens wordt niet met zelfvertrouwen geboren; iedereen is onzeker in het begin, ik ook. Doordat ik succes heb, voel ik me zekerder en heb ik levenservaring op kunnen doen; dat maakt het mooier, makkelijker.

Sinds een jaar woon ik in Miami; dat was beter voor mijn carrière. In Nederland had ik alles bereikt wat er te bereiken valt. Tiësto zijn is zo ongeveer wel het hoogste dat je als dj kunt halen, haha. Iedereen weet wie Tiësto is, in elk dorp heb ik gedraaid, heb op alle grote festivals gestaan. Je kunt het zo gek niet bedenken of ik ben er geweest. Ik heb op nummer één gestaan, tien toptienhits gehad. Dus het was tijd voor wat anders. Daar kwam nog bij dat ik vorig jaar zou gaan trouwen, met alles erop en eraan. Dan zou ik in Nederland blijven, een gezinnetje stichten. Daar had ik zin in, dat was mijn planning. Echte liefde, daar geloof ik in, ik ben een romanticus. En ik dacht twee keer dat ik haar gevonden had, maar mijn grote liefde is toch mijn werk. Dat heeft me twee keer mijn relatie gekost. Ik ben er nu veel mee bezig of het werk voor moet blijven gaan. Nu denk ik: straks ben ik vijftig en kan ik nog steeds kinderen krijgen, dus who cares?! Ik kom echt nog wel een keer een vrouw tegen, maar nu sta ik er niet voor open.


Dat mijn bijna-huwelijk op de klippen liep, was een wake-up call. Een extra reden om naar Amerika te verhuizen, een reden om alles als nieuw te bekijken, ook het werk. Ik was er niet meer bewust mee bezig. Ik ging mezelf niet vervelen, maar ik viel op een gegeven moment wel in slaap, omdat ik mezelf niet meer hoefde te bewijzen. In een comfort zone zat ik, alles was voor elkaar. Het is altijd uitverkocht, het gaat altijd goed, maakt niet uit wat je draait, iedereen is toch wel blij. Het is dan normaal dat er elke avond twintigduizend mensen uit hun dak gaan vanwege mijn muziek, het is normaal dat ik zoveel geld verdien en dat iedereen me leuk vindt. Ik heb altijd heel erg vastgezeten in de Tiësto-trancesound. En ik was de trance beu.

Ik had heel veel platen verzameld die ik goed vond, maar die ik als dj Tiësto niet kon draaien, omdat het zo anders was. Na een maand of zeven zoeken en twijfelen dacht ik: weet je wat, ik draai gewoon alles wat ik leuk vind. Dat was afgelopen zomer op Ibiza. Pop-remixes draaide ik, houseplaten, electro, alles door elkaar. En die mensen gingen nog steeds helemaal uit hun dak! Er zullen ook wel mensen naar huis zijn gegaan, maar het bleef toch goed vol. Ik weet niet hoe ik erbij had gezeten als het niet was aangeslagen, maar ik heb het geluk dat ik de switch wilde maken, dat ik de platen vond en dat het publiek het goed vond. Ik heb m’n drive terug, dat is het grote verschil. Nu geniet ik ook weer echt van het draaien, van muziek maken.

Draaien voor 250.000 mensen in Brazilië op het strand is wel ongeveer het grootste dat ik heb gedaan qua publiek, ook al was het publiek tijdens de Olympische Spelen van 2004, waar ik de openingsact was, ook groot. Ik loop niet het podium op met de gedachte: wauw, er staan 250.000 mensen en die komen allemaal voor mij. Dat sterrengevoel heb ik helemaal niet. Ik ben natuurlijk ook parttime beroemd; veel mensen kennen me wel van naam maar niet iedereen weet hoe ik eruitzie. Heel vaak word ik niet herkend, heerlijk is dat. Ik heb alle lusten van het beroemd zijn, maar nul lasten. Als ik naar een restaurant laat bellen, is er altijd een plek voor me, hoe druk het ook is. Voor Tijs Verwest niet, maar als mijn assistent dan zegt dat het om Tiësto gaat, dan kan het wel, waar dan ook ter wereld. Of toen ik mijn auto kocht, een Aston Martin, had ik ook mazzel. Er zat twee jaar wachttijd op en er was maar één demomodel waar nog vier mensen voor in de rij stonden. Toen hebben ze ‘m toch aan mij gegeven. En ik krijg heel veel dingen gratis: kleding, muziek, apparatuur. Ik word overal waar ik kom in de watten gelegd.


Als ik aan het toeren ben, zoals nu, ben ik amper thuis. Met m’n crew ben ik dan zo negen maanden non-stop onderweg. De ene dag draai ik in Praag, de andere in Amsterdam en dan weer door naar Sydney. Dat kan met een privéjet en twee piloten, anders is het niet te doen. We slapen twee keer per dag een uur of vier, vanwege het reizen. En optredens beginnen vaak pas om half twee ’s nachts. Een toerbeest ben ik, ik zit er helemaal in. Ik denk er niet te veel over na, kijk per moment wat er gebeurt; dat houdt me op de been denk ik.

Draaien doe ik zonder drugs. Ik heb het wel een keer of drie gedaan, met xtc, om te kijken wat het is. Ik vond het wel een lekker gevoel, maar ik kan er niet op draaien. In de oude scene, begin jaren negentig, werden heel veel drugs gebruikt tijdens feesten, maar ik zie nu de trend totaal switchen. Op de meeste feesten staat bijna niemand meer strak. Ik ben nu zelfs gestopt met roken, voor een weddenschap van een paar duizend euro met een pokerspeler uit Las Vegas. Die gokt op alles. Zegt-ie: “Wedden om duizend dollar dat ik van die vent daar een trekje van z’n pijp mag nemen?” En nou dus dat roken; ik moet nog tot 10 januari, dan heb ik gewonnen. Ook al zou ik dan achttien miljoen hebben, voor mij is een paar duizend euro ook heel veel geld. En het gaat ook om het principe, het is een ere-dingetje, dus het moet me lukken.

Over twee weken: Sherita Narain (Thermen Holiday)

Sara van Gorp, foto Jos Lammers