‘Ik ben goed in ballads, sue me!’

Norah Jones betoverde de wereld met haar debuut Come Away With Me. Maar kritiek was er ook: haar muziek zou slaapverwekkend en eentonig zijn. Welnu, Jones’ nieuwste album klinkt behoorlijk anders. Een interview met een soms geagiteerde superster. ‘Er zit genóeg drama in mijn muziek, als je het maar wilt horen!’ door Boudewijn Geels Het Londense hotel waarin Norah Jones de pers ontvangt, is helemaal in character met haar muziek. Hoewel overduidelijk stevig aan de prijs, probeert het je niet te imponeren. Het onderkomen, vlak bij het Royal Opera House in de wijk Covent Garden, straalt warmte uit. Veel bruin en donkerrood. Dik tapijt. Banken die je verzwelgen zodra je erop gaat zitten.

Knus.

Het interview zal worden afgenomen op de eerste verdieping. Voor het bezoek staan in de wachtruimte kannen met water en koffie klaar. Het Fenomeen zelf bevindt zich in het belendende vertrek – de toegang wordt streng bewaakt door twee medewerksters van haar platenmaatschappij. Plotseling zwaait de deur open. Een frle gestalte met halflang gitzwart haar en grote bruine ogen komt naar buiten met een schaal koekjes. “Deze krijg ik nooit alleen op,” klinkt het vrolijk. “Pak ze gerust, ik heb er niet op geniesd of zo.” Dan verdwijnt ze weer.

Fijn, Norah Jones is kennelijk in een uitstekend humeur.

De in Texas opgegroeide zangeres en pianiste (30) werd in 2002 in één klap wereldberoemd met haar debuut Come Away With Me. Het bevatte een zwoele melange van jazz, blues en soul met toefjes folk en country. Jones, begiftigd met een fluwelen stem, bezweek bijna onder het gewicht van de acht Grammy’s die ze ermee in de wacht sleepte. Wie een rondvraag deed in zijn kennissenkring, merkte dat elke vrouwelijke dertigplusser Come Away With Me – met daarop de hit Don’t Know Why – thuis grijs draaide.

De opvolgers Feels Like Home (2004) en Not Too Late (2007) werden eveneens lovend ontvangen, zij het wel met de kanttekening dat ze grotendeels meer van hetzelfde waren. Tot dusver verkocht Jones wereldwijd 36 miljoen cd’s. Recensenten roemen steevast haar innemende podiumpersoonlijkheid.

Op 13 november verschijnt het nieuwe album The Fall, en ziedaar, dit werkstuk klinkt beduidend anders. Dat komt vooral doordat Jones afscheid heeft genomen van haar vaste begeleidingsgroep The Handsome Band. Spilfiguur van dat combo was Lee Alexander, co-auteur van haar nummers, bassist en ook Jones’ levenspartner. Maar dat laatste is alweer twee jaar geleden.


The Fall is geproduceerd door Jacquire King. Hij werkte eerder samen met Tom Waits en Kings of Leon. De nummers zijn ingespeeld door muzikanten die je ook terugvindt op cd’s van onder meer Beck, R.E.M., Al Green en Elvis Costello. Met dit gezelschap maakte Jones een album dat wederom dromerig en laidback klinkt, maar veel poppyer, elektronischer en ook experimenteler is dan zijn voorgangers.

Dan opent een pr-dame de deur; tijd voor het interview. Jones, ooit in het bezit van fraaie krullen, heeft zich genesteld in een zachte rode fauteuil, haar benen in kleermakerszit. De dochter van de Indiase sitar-legende Ravi Shankar draagt een comfortabele zwarte broek en een grijs topje. Met een vriendelijke hoofdknik: “Allright, shoot!”

Op luchtige toon: “Ik denk dat het een natuurlijk proces is geweest voor ons allemaal.”

“Eh, dat moet je aan hen vragen. Ik had in elk geval het gevoel dat we een beetje op elkaar uitgekeken waren. Als je zo lang samen in een band zit, vorm je één grote familie, en dan kan het weleens gebeuren dat je elkaar helemaal zat bent. En ik was volgens mij niet de enige die er zo over dacht, haha. Kortom, het is niet zo dat iedereen ontslagen en boos is. Het was gewoon tijd om andere dingen te doen. Voor iedereem.”

“Inderdaad. Maar hopelijk doen we dat in de toekomst wel weer. We hadden een zeer speciale muzikale band en zijn zo lang levenspartners geweest dat… Enfin, het kost gewoon wat tijd voor we allebei weer zover zijn.”

“Ja, want Lee staat overal voor open. Maar dan had ik nog steeds Jacquire King nodig gehad. Lee en ik lijken in veel opzichten erg op elkaar, en ik had nu iemand nodig die me uit mijn muzikale comfort zone kon halen. Ik heb heel lang gezocht naar een geschikte producer, zo lang zelfs dat ik er een beetje gefrustreerd van raakte. Jacquires naam vond ik op Mule Variations van Tom Waits. Hij reageerde direct enthousiast, en werd echt mijn partner bij dit project, zoals Lee dat was bij mijn eerste drie platen. Jacquire was onder meer onmisbaar bij het selecteren van de juiste muzikanten. Zo heb ik voor het eerst toetsenisten ingehuurd. Niet om mij te vervangen, maar om een ambient-achtige sound te creëren.”


“Klopt. We moesten zoeken naar de juiste balans. Ik wilde een andere en ook heftigere sound, maar het unieke aan mij is mijn stem. My human voice. Als de elektrische gitaren meer op de voorgrond waren getreden, had je de nuance in mijn stem misschien niet meer gehoord, en dan hoor je niet wat er bijzonder is aan mijn muziek.”

“Geen idee. Ik heb mensen horen zeggen dat hij enigszins rock-georiënteerd is, maar dat lijkt me geen goede omschrijving, omdat het misschien maar voor een of twee nummers geldt. Wel kun je stellen dat er meer groove-based ritmes in zitten. Maar ja, als je dat zegt, klinkt het als een lounge-cd, en dat is het óók niet.”

Fel: “Nee! Ik luister niet naar recensenten. Want ze zijn gemeen! Nou ja, sommigen hebben wel verstand van zaken, maar anderen helemaal niet. Ik vind mijn eerste drie albums behóórlijk verschillend. Elke plaat heeft zijn eigen gevoel. Wie beweert dat dat niet zo is, luistert gewoon niet goed genoeg. Dat zijn mensen die alle rustige muziek in één hokje proppen.”

Diepe zucht. “Zodra iets heel succesvol wordt, ontstaan er vanzelf tegengeluiden. Dat ‘Snorah’ was op zich wel een grappige vondst. Kijk, kritiek raakt je alleen als je zelf al onzeker bent, en ik ben nooit onzeker geweest over het spelen van slow music. Ik ben goed in ballads, sue me! Vergis je niet, goeie ballads spelen is hartstikke moeilijk. Volgens mij moeilijker dan het spelen van snelle songs. Toch kreeg ik wel een beetje een complex toen zo veel mensen gingen roepen dat mijn muziek zo slow is. Het ergerde me, maakte me boos. En het effect van zulke opmerkingen is niet dat je je aangemoedigd voelt om eens iets nieuws te proberen, nee, je wordt juist báng om andere wegen in te slaan. En dat is slecht. Dus heb ik op een gegeven moment besloten de kritieken gewoon niet meer te lezen. Daarom ergert het me ook zo als journalisten er in interviews over beginnen. Ik doe zó mijn best zulke recensies niet mijn zelfvertrouwen te laten ruïneren!”


“Ik zag het niet zitten om allemaal mensen die ik niet ken mijn appartement in en uit te laten wandelen. Want aan het eind van de avond ben ík degene die de keuken moet opruimen, haha. Jacquire en ik hebben wel dingen bij mij thuis gedaan, maar het ging deze keer inderdaad heel anders dan bij Not Too Late. Toen wist zelfs de platenmaatschappij niet eens dat Lee en ik bezig waren met opnamen.”

Jones fronst haar wenkbrauwen. “Meer wát?!”

Opnieuw fel: “Luister, ik zal nooit klinken als Janis Joplin, maar heb je het nummer Tell Yer Mama gehoord? Er zit genóeg drama in, als je het maar wilt horen! I may not be able to sing loud or crazy stuff, but I have my own thing!”

“Er moet nog steeds veel veranderen, maar inderdaad is de politieke situatie in Amerika nu wat rustiger. Niet meer on top of everybody’s mind. Maar mijn songs komen er altijd spontaan uit, hoor. Ik ga niet zitten met het idee van: zo, nu ga ik een politiek nummer schrijven.”

“Je bent altíjd persoonlijk als je schrijft. Bij Not Too Late was het persoonlijke deels de politiek, omdat ik daar toen erg mee bezig was. Inderdaad zie je op The Fall de reflectie van wat er de laatste twee jaar allemaal is veranderd in mijn leven. Maar weet je, ik praat liever niet over mijn teksten, want dan maak je dingen stuk. Ik heb mensen een totaal verkeerde uitleg aan mijn songs horen geven. Dat is oké, want het is hún interpretatie.”

“Die film maken was een geweldige ervaring – met name gekust worden door Jude Law, haha. Het was ook leuk omdat er nauwelijks een script was; er werd heel veel geïmproviseerd. Toch denk ik niet dat ik het nog eens doe, tenzij ik me kapot verveel en iets om handen moet hebben. Zo’n filmproject kost namelijk ontzettend veel tijd. En het is erg hard werken. Vooral voor iemand als ik dan, die geen echte actrice is.”


“Yep, met Sasha Dobson en Catherine Popper. Ik speel gitaar. We spelen rockabilly-countrysongs in kleine clubs. Hartstikke leuk, en een geweldige manier om in the game te blijven. Als ik eenmaal ga zingen, herkennen de mensen me doorgaans wel.”

Schouderophalend: “Geen idee. Het is helemaal niet zo moeilijk, hoor.”

“Daar is het me nooit om te doen geweest. I just come from a different place. Het ging bij mij altijd om de muziek. Maar iedereen moet doen wat hij zelf het beste vindt. Als je die poses leuk vindt en er zelfvertrouwen aan ontleent; prima, daar is niks mis mee, zolang je maar niet gepusht wordt. Maar ik zit gewoon niet zo in elkaar.”

“In begin was het erg moeilijk. Overweldigend. Er gebeurden veel goeie, enerverende dingen, maar ik was nog een beetje te jong en te naïef om te begrijpen hoe ik ermee moest dealen. Gelukkig had ik veel fijne mensen om me heen die cool waren, en dus was ik het ook. Nu is het allemaal geen enkel probleem meer. Ik heb ook het geluk dat ik nauwelijks word herkend op straat. Als ik thuis ben, vergeet ik alles, en leid ik een volkomen normaal bestaan.”

“Nooit. Ik hoor over veel platenmaatschappijen horrorverhalen, maar ik zit gelukkig bij Blue Note.”

“Veel. Ik werk met mensen voor wie ik veel respect heb, en van wie ik weet dat ze mij ook respecteren en dus niet met allerlei bullshit aan zullen komen. En de geschiedenis van Blue Note is natuurlijk zeer indrukwekkend. Ik luister vaak naar al die beroemde namen. Ik heb zo veel ontzag voor de Blue Note-geschiedenis dat ik het niet in mijn hoofd zou halen om mezelf jazzzangeres te noemen.”

Boudewijn Geels