Olijke deuntjes

Een paar jaar geleden gingen ze al samen op tournee, en kennelijk hadden de konin-gen van de indie-folk daar zo veel lol in dat ze besloten om samen een album op te nemen. Coner Oberst en Mike Mogis (Bright Eyes), Jim James (My Morning Jacket) en de alternatieve folkie M. Ward dichten zich met de groeps- en albumnaam Monsters of Folk meteen maar een heldenstatus toe en maaien daarmee de media, immer dol op superlatieven, het gras voor de voeten weg.

Ondanks het gewicht van de diverse ego’s is Monsters of Folk geen topzware collectie songs geworden. Het tegendeel is eerder waar: sommige liedjes zijn zo luchtig, quasi-komisch en flinterdun dat je ze na een paar draaibeurten al wilt skippen – en dat is niet echt een goed teken. Met name Jim James komt met songs als Dear God (Sincerely M.O.F) en The Right Place dicht in de buurt van melige parodietjes die net iets té olijk zijn.

Aan het andere einde van het spectrum blijft Coner Oberst nog het meest boeien. Hij klinkt wat minder zwaarmoedig dan gebruikelijk en dat, het moet worden gezegd, is ook weleens een verademing. De door Oberst aangedragen en gezongen songs blijken uiteindelijk toch de tracks te zijn die je in je iPod wil zetten. En zet het onweerstaanbare Man Named Truth maar vast op repeat.

Ruud Meijer