Slachtoffer van de FIOD

De financiële recherche van Nederland wil hardlopen, maar de opsporingsdiensten struikelen keer op keer en slepen burgers mee in hun val. De gevolgen: torenhoge kosten, vernielde bedrijven en beleggers die alleen maar harder worden getroffen. ‘Het is eerder onwil dan onkunde.’ tekst en foto’s Peter Smolders

Mike Welter (35) houdt de Neue Südtiroler Tageszeitung van 11 juni omhoog. Het artikel over ‘der Millionenbetrug’ neemt bijna de hele voorpagina in beslag. Zijn naam en foto staan erbij. “Ik woon in een dorp in Zuid-Tirol,” zegt Welter, “in een streek waar nooit wat gebeurt. Ik ben hier helaas wereldnieuws.”

Welter woont in Reischach, aan de voet van de berg Kronplatz, op de grens van de Alpen en de Dolomieten. Hoewel het hele gebied Oostenrijk ademt en men hier voornamelijk Duits spreekt, hoort het sinds het einde van de Eerste Wereldoorlog bij Italië. Het is een regio met een ingewikkelde geschiedenis en een sterk gevoel van eigen identiteit. Ook anno 2009 worden buitenlanders, en daar worden Italianen van onder de Dolomieten voor het gemak ook toe gerekend, moeizaam geaccepteerd. Veel regels maken het moeilijk voor buitenstaanders zich in dit gebied te vestigen. Zo mag onroerend goed maar mondjesmaat worden verkocht aan mensen van buiten de streek. Tegelijkertijd is Zuid-Tirol welvarend en zeer populair als wintersportgebied.

Van die combinatie van populariteit en beperkte toegankelijkheid maakt Welter sinds 2003 gebruik met zijn bedrijf WSM BV. Hij koopt en bouwt appartementen in de dorpen rond de Kronplatz, zoals Reischach en Olang.

Vervolgens verkoopt hij gebruiksrechten: tegen betaling van vijf- of tienduizend euro kan een klant een week per jaar het gebruik van een appartement kopen, in principe voor onbepaalde tijd. Hij kan daar zelf vakantie gaan vieren of het appartement in ‘zijn’ week doorverhuren aan een ander. Om dat laatste makkelijk te maken, verzorgt Welter de verhuur van de appartementen zelf, via een tweede bedrijf. De klant krijgt een gegarandeerd huurbedrag per maand uitgekeerd en verkoopt hij zijn week of weken na een jaar of tien, dan krijgt hij honderd procent van het aankoopbedrag terug. Het lijkt een tamelijk solide belegging, oordelen ongeveer 130 klanten, die tussen 2003 en 2009 samen voor ruim tien miljoen gebruiksrechten kochten bij WSM.


Hoewel Welter ervan overtuigd is dat hij feitelijk in timesharing doet – en dat valt onder geen enkel toezicht – meldt hij zich in het najaar van 2003 toch bij de Autoriteit Financiële Markten (AFM). In het voorjaar van 2004 komt de AFM terug met de mededeling dat WSM effecten aanbiedt. Het geld van de klanten moet daarom niet worden gewaardeerd als omzet, maar als leningen. Geld dus, waar WSM uiterst voorzichtig mee moet zijn en dat in de basis alleen besteed mag worden aan de aanschaf van het onroerend goed waarvan de gebruiksrechten verkocht worden. Ongeveer tegelijkertijd komt de Belastingdienst langs in het kantoortje van WSM in een souterrain aan de Nieuwe Herengracht. Wat is WSM aan het doen? Leuk, die klanten, vindt de dienst, maar hun gelden moeten wel gezien worden als doodgewone omzet, waarover vennootschapsbelasting moet worden betaald. En dus niet als leningen.

Een probleem is geboren. Maar Welter heeft op dat moment geen idee van de omvang daarvan, en de verstrekkende gevolgen die het nog zal hebben. Hij is eigenlijk wel blij met deze visie. Wat een bedrijf met gewone omzet doet, moet het immers zelf weten. Wie een pak suiker voor een euro verkoopt en keurig belasting betaalt, hoeft aan niemand te vertellen hoeveel van die euro weer in grondstoffen wordt gestoken. WSM besteedt ongeveer de helft van de omzet aan nieuw onroerend goed. De andere helft gaat op aan onderhoud, personeel, advocaatkosten en accountancy. Welter zelf ontvangt een salaris van 7500 euro per maand. Niet slecht voor een man van net dertig, maar ook niet wereldschokkend.


Welters advocaten gaan in gesprek met AFM en Belastingdienst. Ze zullen er samen wel uit komen. Welter heeft vooralsnog een leuk leven, pendelend tussen Amsterdam en Noord-Italië. Met zijn Audi kost de veelgemaakte reis hem maar een uur of acht.

Acht jaar eerder, in 1996, start het project Financieel Rechercheren. Het moet maar eens afgelopen zijn met de straffeloze witteboordencriminaliteit. Een aantal mensen uit kringen van politie en justitie start vol goede moed, maar zonder veel structuur of kennis. De eerste megazaken dienen zich aan. De bekendste is de Clickfonds-zaak, waarin een enorme beursfraude wordt vermoed. Na vier jaar onderzoek dooft de zaak in 2001 door vrijspraken uit als een nachtkaars. Officier van justitie Henk de Graaf wordt publiekelijk op de vingers getikt, onder meer vanwege een verkeerd vertaald rechtshulpverzoek. In de Duitse vertaling, die De Graaf nodig had om cruciaal bewijs uit Zwitserland te krijgen, stond ineens een zin die deze zaak koppelde aan de beruchte drugshandelaar Johan V. Maar daar is geen sprake van. De Zwitsers vragen schriftelijk uitleg over de ‘uiterst gebrekkige procesvoering’ in Nederland, hoofdverdachte Han Vermeulen kan gaan en De Graaf en zijn team krijgen een klap in het gezicht.

Tegelijkertijd speelt een veel minder bekende, maar nog schrijnender zaak, namelijk die tegen de Canadees-Nederlandse zakenman Gerry de Klerk. Hij verkoopt in Nederland investeringen in onroerend goed in de VS en Canada, maar is volgens het Openbaar Ministerie een meesteroplichter, die er met twintig miljoen euro van zijn klanten vandoor is gegaan. Er ontwikkelt zich een dossier dat zich laat lezen als een klucht. De onderzoeksleider van de Amsterdamse recherche, die zeer gebrekkig Engels spreekt, geeft daarin op papier toe dat hij niet begrijpt wat er nu precies is gebeurd, maar dat hij het ‘allemaal wel interessant’ vindt. De Klerk zit zeven maanden in voorarrest. Na acht jaar onderzoek laat de officier, opnieuw De Graaf, de aanklachten wegens beleggingsfraude plotseling vallen. De Klerk wordt in 2002 alleen nog berecht wegens een kleine affaire met ongedekte cheques. Ook daarvan wordt hij vrijgesproken. Dit keer is het Canada dat zich schriftelijk druk maakt om de Nederlandse methode van ‘eerst schieten en dan vragen stellen’. De Graaf druipt af. Dat wil zeggen: hij wordt rechter – een stap die veel blunderende officieren in Nederland maken.


Eind 2002 verschijnt het evaluatierapport Het ei van Columbo?, van W. Faber en A. van Nunen. Het maakt gehakt van de eerste zes jaar financiële recherche. Politiemensen hebben eigenlijk weinig interesse voor de financiële recherche, constateren de onderzoekers. Expertise en informatie zijn versnipperd en de leiding van politie en OM heeft collectief gefaald bij het toezicht.

Vanaf 2003 moet het met de structuur in ieder geval beter zitten; het financieel rechercheren wordt ondergebracht bij het nieuwe Functioneel Parket, een onderdeel van het Openbaar Ministerie. Tegelijkertijd moet het BOOM, Bureau Ontnemingswetgeving Openbaar Ministerie, nu echt werk gaan maken van het terughalen van crimineel kapitaal. Dat gaat vooralsnog niet zo hard. In 2003 vloeit er via het BOOM maar tien miljoen euro terug in de staatskas, terwijl de criminele winsten op miljarden worden geschat.

Reischach, Noord-Italië, najaar 2006. Voor Mike Welter gaan de zaken aardig. Het aantal appartementen dat WSM beheert groeit gestaag, tot uiteindelijk 28 stuks. De verhuur via het tweede bedrijf, Fifth Season, loopt goed. De appartementen worden verhuurd aan grote touroperators. Alle klanten hebben altijd hun beloofde huuropbrengst gekregen.

De enige smet op de gang van zaken blijft de onduidelijkheid aan de kant van AFM en Belastingdienst. Welter: “In april 2006 kregen we een aanwijzing van de AFM. We verkochten een effect, zeiden ze weer, en daar hadden we geen vergunning voor. Het werd een moeilijk verhaal, want als we daarin meegingen, zouden we weer botsen met de Belastingdienst. We vonden het ook gek, want juist op aandringen van de AFM hadden we de structuur veranderd, de bedrijven uit elkaar getrokken en Fifth Season opgezet voor de verhuur.”


Dus maar weer protest aangetekend, nu via advocaat en fiscalist Rob Zilver. En zowaar met succes, want in december 2006 wordt de aanwijzing ingetrokken. Vanuit de Belastingdienst is de stilte inmiddels oorverdovend geworden.

Welter: “Die reageerde nergens meer op. Als we belden, was meneer Wagenaar, die het dossier onder zich had, ziek. En half jaar, een heel jaar. Het definitieve rapport kwam in augustus 2007. Het was echt omzet. We moesten dus vennootschapsbelasting betalen, plus een boete van vijftig procent omdat we die omzet moedwillig hadden verzwegen.”

In dezelfde maand komt ook het definitieve oordeel van de AFM. Welter: “En dat was dat we toch echt een beleggingsproduct verkochten. We kwamen in een totale spagaat terecht.” Advocaat Rob Zilver: “In de kern was het een verschil in zienswijze tussen de AFM en de Belastingdienst, met Welter in het midden.” De AFM gaat na vier jaar overleg bovendien onverwacht fel in de aanval. De dienst stuurt alle tussenpersonen die de producten van WSM verkopen een brief met als strekking: jullie zijn illegaal bezig.

Er breekt iets. Welter is niet blij met de optie dat hij beleggingsproducten verkoopt – in zijn visie verkoopt hij alleen gebruiksweken, een simpel timesharing-product – maar hij wil van het gezeur af. Zilver: “Het was vechten tegen de bierkaai.” Daarom wordt in november 2007 besloten mee te gaan in de gedachte dat het een beleggingsobject is, en wordt een vergunning aangevraagd bij de AFM. Het is een ingrijpende keus, want zolang de AFM over een bedrijf oordeelt, ligt de handel daar praktisch stil. Welter moet zijn producten aanpassen aan de AFM-wensen, nieuwe brochures laten maken en nieuwe contracten laten opstellen. Zolang de AFM geen beslissing heeft genomen, stellen de tussenpersonen die zijn producten verkopen zich afwachtend op.


Wat volgt is de standaardprocedure van de AFM, zij het dat de grenzen daarvan in dit geval wat worden opgerekt. In februari 2008 krijgt WSM een uitgebreide vragenlijst van de Autoriteit. Die wordt ingevuld geretourneerd. Eind april volgt een brief, waarin de AFM te kennen geeft dat er meer cijfers en meer tijd nodig zijn. Begin juni gaat een complete verantwoording van de geldstromen naar de AFM. Advocaat Jan Boone, die in een later stadium de strafzaak op zich zal nemen: “Alle jaarstukken zijn nota bene ingeleverd bij de AFM zelf. Alles klopt tot op de laatste euro.” Dat kan zo zijn, maar begin juli 2008 komt het ‘voornemen tot afwijzing’, zoals het bij de AFM heet, als duidelijk is dat er geen vergunning zal worden verstrekt.

De diensten die de financiële sector gezamenlijk moeten opschonen – AFM, Functioneel Parket, BOOM en FIOD-ECD, liggen op dat moment nogal onder vuur. Volgens een discussiestuk van het Openbaar Ministerie, van april 2007, is de aanpak van financiële fraude ‘te kostbaar, te omslachtig en te beperkt’. De pakkans is klein, slachtoffers moeten zelf hun geld terughalen via de civiele rechter en het sys-teem van vergunningen is onvoldoende. Want, zo zeggen de schrijvers: fraudeurs vragen geen vergunningen aan, die proberen snel hun slag te slaan.

Er is één redelijk aansprekend succes geweest. De Hilversumse beleggingsgoeroe René van den Berg is veroordeeld tot vijf jaar. Maar dat is nauwelijks de verdienste van de opsporingsdiensten te noemen. Van den Berg heeft namelijk gewoon bekend. En het geld van zijn cliënten – schattingen lopen uiteen van 70 tot 125 miljoen euro – komt niet bij hen terug. Het BOOM int weliswaar meer crimineel geld, ruim 23 miljoen in 2007, maar dat zegt niets over de kosten. Fraudeonderzoeker Cees Schaap daarover destijds in PM Magazine: “De vraag is: halen we het break-evenpoint? Dat weten we niet, er zijn geen cijfers over wat opsporing kost. En ten tweede: het gaat maar om een fractie van het totaal aan crimineel vermogen in Nederland, dat vorig jaar is becijferd op 18,5 miljard euro.”


Dat de financiële recherche in zijn geheel winstgevend is, lijkt een utopie. De complexe onderzoeken kosten miljoenen. Mislukte zaken op dit vlak leiden tot andere claims dan die van de gemiddelde junk die drie dagen ten onrechte vastzat. De schadeclaim van Gerry de Klerk was op zichzelf al groter dan alles wat het BOOM in het jaar 2005 binnenhaalde, om maar een indruk te geven.

In de tweede helft van 2008 vecht WSM tegen ‘het voornemen tot afwijzing’ van de vergunning. Er volgen een hoorzitting bij de AFM, een brief van de dienst dat er meer tijd nodig is omdat het een complex dossier betreft, en uiteindelijk, begin december, de definitieve afwijzing. WSM daagt de AFM vervolgens voor de Rotterdamse rechtbank, maar die zitting, in januari 2009, verloopt curieus. Welter: “Daar ging ineens een beerput open. Ik zou al sinds 2003 op alle mogelijke manieren proberen de wet te omzeilen. Maar WSM stond daar niet terecht, maar de AFM. Die was niet eens aanwezig. Ik was woedend.” Het vonnis van eind februari verrast niemand meer: de eisen van WSM worden afgewezen.

Op 13 mei wordt Mike Welter van zijn bed gelicht in zijn appartement in Amsterdam. Welter: “De officier was er, de rechter-commissaris en zo’n vijftien man van de FIOD. Dat appartement is 35 vierkante meter groot. We stonden schouder aan schouder.” Tegelijkertijd wordt zijn kantoor in Amsterdam doorzocht, net als dat in Italië, zijn huis in Italië en het huis van zijn accountant in Hilversum. Bij de actie zijn volgens de FIOD zelf tachtig mensen betrokken. Nog dezelfde dag worden alle klanten van WSM gebeld. Advocaat Boone: “De FIOD heeft tegen al zijn klanten gezegd dat ze opgelicht zijn. Maar die mensen zelf zeggen: we zijn helemaal niet opgelicht.”


Na twee dagen in de cel treft Welter rechter-commissaris Haeck. “Een nieuwe man, afkomstig uit de financiële wereld, met verstand van zaken. Hij zag geen enkele reden om me vast te houden.” Welter mag weer naar Italië, waar hij bewijs verzamelt en zich voorbereidt op een bijeenkomst met al zijn klanten, op 30 mei in hotel De Witte Bergen in Eemnes. Daar vertelt hij iedereen zijn kant van het verhaal. De officier van justitie is inmiddels in beroep gegaan tegen zijn vrijlating.

Tijdens de klantenbijeenkomst komen twee agenten Welter een dagvaarding uitreiken. “Dat was pure intimidatie, want ik wist al lang dat ik me op 8 juni moest melden. Ik vroeg: Hoe weten jullie dat ik hier ben? Waarop ze zeiden: we volgen u overal.” Opvallend genoeg lijkt de mening van de klanten door die actie te kantelen in het voordeel van Welter. Een van hen merkt op dat het er inderdaad op lijkt dat er een persoonlijke hetze tegen Welter wordt gevoerd. Ze geven hem het voordeel van de twijfel.

Het hoger beroep wordt toegewezen en op 8 juni verdwijnt Welter weer achter de tralies. Twee weken later wordt zijn hechtenis met negentig dagen verlengd. Hij gaat nu zelf in beroep, maar dat wordt pas na zes weken behandeld. Welter ergert zich blauw aan de manier waarop dit soort zittingen verloopt. “De rechter opende met: ‘U komt uit de Dominicaanse Republiek? U zit nu zeven weken in beperkingen? O nee, dat is de volgende zaak.’ Zo betrokken waren ze.”

In de twee maanden die volgen, wordt hij drie keer door de FIOD gehoord, zonder iets te verklaren. Welter: “Ze hebben wat streken uitgehaald. Ze zeiden: ‘De komende zes, zeven maanden zien we elkaar wekelijks. We weten wat je hebt gedaan. In zaken als deze zijn straffen van acht tot tien jaar normaal. Iedereen heeft aangifte gedaan.’ Maar voor zover ik weet, heeft niemand aangifte gedaan, behalve de AFM zelf.”


Achteraf blijkt dat die aangifte al dateert van juli 2008. Welter en de AFM zijn dus nog maanden in dialoog geweest over de vraag of hij een vergunning kreeg, terwijl de AFM al aangifte had gedaan en Welter dat niet wist. Dat de vergunning alsnog verstrekt zou worden, lijkt dus volslagen onmogelijk. Een curieuze situatie, al ziet woordvoerster Flore Kraaijeveld dat niet zo. “Het ene is bestuursrecht, het andere strafrecht. We maken zo’n aangifte wel of niet bekend, in overleg met het Openbaar Ministerie. Vaak doen we het niet omdat het het onderzoek kan schaden.” Toch is er een rare situatie ontstaan. Ook in de procedure van Welter tegen de AFM loopt een hoger beroep, zelfs nu nog. Wat als de rechter straks bepaalt dat de AFM geen vergunning had mogen weigeren? Kraaijeveld: “Tja, dan zouden we het vonnis heel aandachtig bestuderen en bedenken welke stappen we wel en niet gaan zetten.” Boone: “De AFM heeft aangifte gedaan terwijl er nog een procedure liep. Dat kan helemaal niet. Dat is volslagen belachelijk.”

Na een kleine drie maanden treft Welter, bij een volgend schorsingsverzoek, een rechter die de tijd neemt voor de zaak. Boone: “We hebben daar anderhalf uur uitleg mogen geven. Hoogst uitzonderlijk, normaal heb je tien minuten. Die man keek echt naar de zaak. En dus mocht Welter meteen weer naar huis.”

En daar zit hij nu, thuis in Reischach. Nog altijd verdachte van oplichting, witwassen en het deelnemen aan een criminele organisatie, net als zijn vrouw en de Hilversumse accountant, die zich tegenover de FIOD zeer coöperatief heeft opgesteld en na twee dagen naar huis mocht. Hoelang het onderzoek nog zal lopen, is onbekend. Welter wil de verhuur van de appartementen weer op gang brengen, maar heeft daar zijn administratie voor nodig en die wordt ‘in het belang van het onderzoek’ niet teruggegeven. Boone: “Dat duurt gewoon nog drie maanden. Ik heb gezegd: maak dan gewoon een dvd. Geef Welter een kopietje. Hij kan er toch niks aan veranderen, dus wat geeft het? Nee, dat kan niet. Maar intussen maken ze wel een heel bedrijf kapot. Het Openbaar Ministerie is het geld aan het verbranden, niet Welter. Als het zo doorgaat, wordt op zeker moment het onroerend goed verkocht voor een veel te lage waarde. Dan krijgt niemand wat behalve de staat.”


Als er klanten zijn die aangifte hebben gedaan, zitten die niet in het dossier. 125 van hen hebben zich inmiddels verenigd in de stichting Belangen Appartementen Italië (BAI) en wensen geen enkel commentaar te geven.

Het is onomstreden dat het onroerend goed dat WSM bezit op dit moment meer waard is dan de tien miljoen die klanten hebben betaald. Dat WSM maar vijf tot zes miljoen van klanten heeft gebruikt voor de aankoop, staat ook wel vast. De discussie is alleen wat er met die andere vier tot vijf miljoen is gebeurd. ‘Kosten voor bedrijfsvoering’, zeggen Welter en zijn advocaten. ‘In eigen zak gestoken’, luidt de lezing van het andere kamp, hoewel ook de FIOD inzage heeft in de exacte geldstromen. Welter: “De FIOD heeft berekend dat ik in totaal zes ton aan advocaten heb uitgegeven, nota bene grotendeels veroorzaakt door de Belastingdienst en de AFM zelf. Denk je dat mijn leven daarvan veel leuker is geworden?”

Advocaat Zilver ziet de zaak als een voorbeeld van rampzalige overijver van de opsporingsdiensten op dit vlak. “Dit is recentelijk al de tweede zaak waar- in ik meemaak dat ze te hard van stapel lopen. In het onderzoek voorafgaand aan de aanhouding is alleen gekeken naar het belastende en niet naar het ontlastende bewijsmateriaal. Het is eerder onwil dan onkunde. De opsporingsin-stanties hebben ingrijpende machtsmiddelen en zouden daar eigenlijk alleen gebruik van mogen maken als ze heel zeker zijn van hun zaak. Maar daar gaan ze veel te makkelijk mee om. Het lijkt dat de overheid zo graag een sterkere grip wil op de financiële wereld, dat ze dit maar voor lief nemen.” Advocaat Boone: “Gewone ondernemers zitten maanden in voorarrest en worden aan hun kop gezeurd door volstrekt ondeskundige mensen, die maanden in de papieren neuzen om dan tot de conclusie te komen dat ze eigenlijk niet begrijpen wat er staat. Dan is wel de zaak kapot, en zijn er levens geruïneerd. Vaak eindigt zo’n man gescheiden omdat zijn vrouw denkt dat ze misschien toch de verkeerde vent heeft, de kinde- ren hebben er last van. Het is een ramp.”


Naar aanleiding van de zaak tegen Mike Welter kopt het ministerie van Financiën op 13 mei van dit jaar met: ‘De FIOD-ECD heeft een grote beleggingsfraude opgespoord’. De FIOD wil achteraf, bij monde van woordvoerster Marleen van den Oetelaar, wel zeggen dat de zin op de site ‘juridisch gezien’ onjuist is omdat iedereen onschuldig is tot het tegendeel is bewezen, maar: “Het is natuurlijk ook zo dat lezers graag willen dat we korte, duidelijke informatie communiceren.”

De AFM is drukker dan ooit. De dienst heeft tientallen beleggingsinstellingen op het oog en deed recentelijk aangifte tegen bijvoorbeeld TRE Investments en Palm Invest. Maar de juridische afhandeling kost opnieuw veel tijd. De inhoudelijke behandeling van de zaak-Palm Invest is onlangs weer uitgesteld tot maart 2010, terwijl de eerste aangifte dateert uit november 2007.

Het Openbaar Ministerie kan uiteraard niet inhoudelijk op de zaak-WSM ingaan zolang het onderzoek nog loopt, maar de hoogste functionaris, Harm Brouwer, gaf in mei van dit jaar wel een signaal af. De voorzitter van het College van Procureurs-Generaal liet toen tegenover het ANP weten dat justitie de zaken op het terrein van beleggingsfraude nog niet op orde heeft en dat financieel rechercheren ‘niet de sterkste kant van de Nederlandse politie’ is. De FIOD-ECD reageert daar koeltjes op. Van den Oetelaar: “De politie is zich pas het laatste decennium naast de klassieke criminaliteit ook meer gaan richten op de criminaliteit in financiële zaken. Het oordeel over het niveau van deze inspanningen is niet aan de FIOD-ECD.”

Harm Brouwer hoopt op een instroom van mensen uit de financiële sector, die door de economische crisis op zoek zijn naar ander werk. Zo zou de crisis in het bankwezen ironisch genoeg dus voor de broodnodige verbetering van de financiële recherche moeten zorgen. Mike Welter zal het niet baten. “Wat er ook gebeurt, ze hebben in mijn geval altijd gewonnen, zelfs als ik volledig mijn gelijk haal. Dat bedrijf is kapot, ons leven is overhoop gehaald, geestelijk is er veel kapot. Met dank aan de AFM, de FIOD en het Openbaar Ministerie.”

import geldzaken