‘Adviseur’

Er gaat geen maand voorbij of er valt in de media wel iets te vernemen over de ingenieuze en vaak slinkse manier waarop de farmaceutische industrie haar producten aan de man brengt, al kunnen we in dit geval misschien beter spreken van ín de man. Artsen worden gefteerd op luxe relatiegeschenken en ‘bijscholingen’ in vijfsterrenresorts met palmenstrand, apothekers ontvangen enorme bonussen om bepaalde middelen te pushen en begin deze week bleek weer dat de industrie achter de schermen enorme bedragen investeert om haar producten in officiële behandelingsrichtlijnen te krijgen – de kortingen lopen soms op tot 99 procent en vrijwel alle medici die zulke richtlijnen uit naam van de overheid opstellen, worden door de branche betaald, zonder dat ze dat bekend maken.

Het lijkt de financiële sector wel!

Als er dus stemmen opgaan om de toelating van financiële producten net zo te gaan regelen als die van medicijnen, zoals het op dit moment rondzoemt in Washington (‘an FDA for financial products’), is het dus de vraag of we daar wel iets mee gaan opschieten. De Amerikaanse Food and Drug Administration staat bekend als een onverbiddelijk en onvermurwbaar orgaan (daar hebben de kwakzalvers van het Wilde Westen met hun miracle cures het lang geleden al naar gemaakt), dus dáár zou zo’n aanpak wellicht heilzaam zijn, maar in Nederland hebben de farmaceuten blijkbaar net zo vrij spel als hun collega’s in de financiële sector.

De term ‘financiële bijsluiter’ suggereert weliswaar een overeenkomst, maar dat is gezichtsbedrog: de bijsluiter bij een doosje pillen waarschuwt dat niet iedereen van zo’n medicijn beter wordt, terwijl de ‘financiële bijsluiter’ vooral verzwijgt dat uiteindelijk alleen de producent er beter van wordt.

Van de week hoorde ik nog zo’n spotje op de radio. Een warme, vaderlijke stem legt uit dat het sombere en onzekere tijden zijn voor de kleine spaarder, maar dat er gelukkig ook nog solide, betrouwbare producten zijn waar je met een gerust hart je spaarcentjes in kunt stoppen, te weten een of ander vastgoedfonds. Gevolgd door een aanzienlijk schrillere stem die je nog even waarschuwt dat het risico van dat product ‘zéér hóóg’ is. Dat is net zoiets als een commercial voor hoofdpijnpoeders, afgesloten met de waarschuwing dat je er ook kanker van kunt krijgen. Een soort welles-nietes in reclamevorm – wat moet je ermee?

Als Pfizer of Hoffmann-La Roche een pil tegen zweetvoeten op de markt zou brengen met de mededeling dat hij niet getest is en ze ook geen idee hebben of je er na drie weken slikken misschien dood van neervalt, pimpelpaars uitslaat of heel rare liedjes gaat zingen, zouden ze wel enige moeite hebben om hem toegelaten te krijgen, terwijl de financiële sector decennialang ongestoord zo heeft kunnen opereren. In plaats van duidelijke eisen op te stellen waar leningen en beleggingen aan moeten voldoen, beperkt de overheid zich tot vanaf de zijlijn nu en dan ‘PAS OP!’ te roepen.


“Maar waaróp dan precies?” vraagt de consument.

“Nou gewoon!” roept de overheid, “kan gevaarlijk zijn!”

De eerste ‘financieel adviseur’ met wie wij zelf ooit te maken kregen, zit nu geloof ik ergens in de gevangenis. Een flamboyante man in een fancy wit kantoor met dure leren stoelen, Porsche cabrio voor de deur, altijd net terug van een weekendje Cancún. Híj was al rijk, en nu ging hij ons die truc leren, daar kwam het op neer. Ik heb me later nog weleens afgevraagd wat er gebeurd zou zijn als wij gezegd hadden: “Nee dank je, J., alleen die hypotheek, laat die lijfrente en overlijdensverzekering maar zitten.” Maar dat zeiden we nooit. Wij waren betoverd door indrukwekkend oplopende cijferreeksen en magische begrippen als het ‘negatieve-woonlastenscenario’. Ik kan het al niet eens meer navertellen, maar het kwam erop neer dat hoe onbetaalbaarder het huis, hoe goedkoper het werd. Met het echte oplichterswerk, waarvoor hij uiteindelijk de bak in draaide, begon hij gelukkig pas nadat wij bij hem weg waren. Hem verruild hadden voor iemand die op een meer serieuze en sobere manier precies dezelfde producten verkocht. En wij maar kritisch doorvragen. En hij maar zweten en steunen en alles nóg eens uitleggen. En wij maar bedenktijd vragen. En hij maar weer langskomen. En wij uiteindelijk tekenend, met het idee dat niemand de zaak ooit zo grondig had uitgezocht als wij. Terwijl we er ook toen nog steeds niets van begrepen.

Als er dan zo’n FDA voor financiële producten komt, zouden ze daar ook eens naar moeten kijken: het gebruik van die term ‘financieel adviseur’.


Albert Heijn noemt zich ‘boodschappenadviseur’. De Ford-dealer noemt zich ‘autoadviseur’. Ja, ‘dealer’ zou misschien beter zijn.

“Jansen & Tilanus, Allianz-dealers.”

Kom je toch nét even anders binnen.

Apothekers heten toch ook geen dokter?

import kuitenbrouwer