‘Denkt u soms dat ik dom geboren ben?’

De beweging Trots op Nederland van Rita Verdonk laveert in de peilingen tussen de nul en één zetels. Wat ging er mis, en hoe nu verder? Een gesprek over plucheplakkers, spelletjes die worden gespeeld en een zwembad vol boerkini’s.

Van 630.000 VVD-voorkeurstemmen naar nul zetels nu. What went wrong?

“Het waren 620.555 voorkeurstemmen, laat ik bescheiden blijven. Nee, ik heb natuurlijk niet gekozen voor de gemakkelijke weg. Ik ben een eigen politieke beweging begonnen; daar zijn we druk mee, we leren nog iedere dag. We hebben nu een fiks aantal hardwerkende mensen, we hebben steeds meer duidelijke standpunten. Kijk maar op onze website, daar staan vijftien pagina’s met standpunten.”

Geert Wilders ging ervandoor met de moslims en de integratieproblemen, u staat met lege handen. Hoe kon dat gebeuren?

“Er is er maar één die heeft laten zien dat ze op dat gebied resultaten kan boeken, en dat ben ik, niet Geert. Wij, Trots op Nederland, zijn er voor iedereen die meedoet in de samenleving. Religie is niet belangrijk; iedereen die wil meedoen en die zijn eigen broek kan ophouden, is van harte welkom. Bij ons gaat het om gedrag, niet om religie. Wij zijn een positieve partij.”

De start van uw beweging was niet gelukkig, met dat veel beschimpte beeld van u achter dat scheepsroer en dat gewapper met Nederlandse vlaggetjes.

“Op dat moment was dat een goed beeld: met Rita aan het roer gaan wij zorgen dat het land weer op koers raakt, dat er weer een toekomst is in dit land. Want er ís geen toekomst meer, voor onze kinderen, voor onze kleinkinderen.”

U leek aanvankelijk ook niet te weten hoe die toekomst eruit moest gaan zien. U had geen programmapunten, u ging eerst uitgebreid onder uw kiezers peilen hoe zij erover dachten.

“Kennelijk heeft u niets begrepen van de bedoeling, van het idealisme dat erachter zit. Het is bedoeld om de kloof tussen de politiek en de mensen in het land te overbruggen. De politici in Den Haag weten niet wat er speelt, wat de mensen in het land bezighoudt. Die zitten hier hoog en droog in Den Haag en kijken op de burgers neer, zo van ach, dat zijn die domme mensen die met hun onderbuik denken. Wij doen het anders, wij geven de mensen een kans mee te doen, mee te denken. Die mensen weten heel goed wat er niet klopt in hun leefomgeving.”


Toch leek de afwezigheid van een programma zich te wreken. Vorig jaar bij de Algemene Beschouwingen, toen Nederland zich in een crisis stortte, had u het over de files.

“Nee, de regering, Wouter Bos, die zeiden dat er niks aan de hand was, dat Nederland er relatief goed voor stond. En ik had het over het generaal pardon, dat zeven miljard euro kost.”

Mijn excuses. De files vormen wel een belangrijk punt voor u, toch?

“Dat klopt. Trots op Nederland gaat de files oplossen.”

Met meer en bredere wegen.

“Alsof wij alleen maar voor meer asfalt zijn. Trots op Nederland heeft een totaalplan, wij pleiten óók voor de verbetering van op- en afritten van secundaire wegen, voor het afschaffen van 80-kilometerzones, voor het afschaffen van boetes voor drie kilometer te hard rijden, voor de aanleg van dubbeldekswegen…”

Allemaal dingen met asfalt.

“Waar ik over wilde beginnen, toen u mij m’n zin niet liet afmaken: het openbaar vervoer. Dat gaan we aanpakken, achterstallig onderhoud aan het spoor, ver- ouderd materieel. Flexwerken, ook zoiets, dat mensen thuis werken. Ja, maar dan gaat-ie tussendoor de was doen, hoor je dan. Nou, ook al werkt-ie midden in de nacht. Het gaat om de output, als-ie maar presteert!”

Het viel op dat u heel vaak zei dat u duidelijk ging zijn, zonder erbij te zeggen waarover.

“Dat had ermee te maken dat ik de burger mee liet praten. Als ik op dat moment allerlei standpunten was gaan verkondigen, had ik de burger niet serieus genomen.”

U lijkt in de klassieke LPF-val te zijn gelopen van het u omringen met verkeerde mensen, van intern gerommel en ruzie met medewerkers.


“Een nieuwe organisatie trekt allerlei mensen aan. Alle ondernemers die ik spreek – er is niemand die er niet tegen aanloopt – krijgen te maken met gelukzoekers, die in zo’n bloeiende nieuwe club een snelle weg naar succes zien. Een voordeel is: nu het minder gaat in de peilingen, gaan die mooiweerzeilers weg.”

Hoe denkt u een land op koers te houden, als dat met een kleine beweging als ToN niet lukt?

“Dat vind ik een gekke, suggestieve vraag. Iedere nieuwe organisatie heeft opstartproblemen, iedere organisatie moet mensen aannemen op basis van vertrouwen. Als dat vertrouwen wordt geschaad, moet je durven handhaven. Dat heeft te maken met de basiswaarden van Trots op Nederland, waarbij mensen die niet functioneren niet zomaar blijven zitten. Wij zijn tegen achterkamertjespolitiek.”

Heeft u al een programma?

“Wij zijn een partijprogramma aan het schrijven.”

Wanneer is het af?

“Als het af is.”

Een paar inhoudelijke punten dan. Hoe gaat u de economische crisis aanpakken?

“Als ik het voor het zeggen had gehad, waren er al lang maatregelen genomen, dan was de crisis niet ontkend, zoals de regering vorig jaar september deed. Een van de eerste dingen die moeten gebeuren, is dat president Nout Wellink van De Nederlandse Bank per direct wordt ontslagen. Hij heeft grote fouten gemaakt, bij Icesave, bij DSB. In juni was er een rapport van de Autoriteit Financiële Markten, waarin stond dat de praktijken met koopsompolissen wijdverbreid zijn. Waarom kwam dat rapport pas de afgelopen weken naar buiten? En dan was er het lekken naar de kranten, midden in de nacht, over dat DSB onder curatele zou worden gesteld. Er is een spelletje gespeeld.”


Scheringa heeft zijn ondergang toch aan zichzelf te wijten?

“Hij heeft producten verkocht die ontoelaatbaar zijn. Maar dezelfde wanpraktijken komen in de hele sector voor.”

De DSB als zondebok, om de rest uit de wind te houden?

“Als Wouter Bos na de uitspraken van Pieter Lakeman had gezegd: dit is geen reden om uw geld weg te halen, had DSB misschien nog bestaan. ABN Amro heeft ook een kunstcollectie, sponsorde ook een voetbalclub. De gevestigde orde richtte zijn pijlen op Scheringa, de elite op het volk.”

U maakt er een volksheld van.

“Wat is de reden dat ze DSB hebben laten vallen? Er zijn spelletjes gespeeld.”

Dat zeggen de boze mensen in Alkmaar en omstreken ook. U huilt mee met de wolven.

“Mag ik mijn mening geven?”

Hoe gaat u de crisis nou aanpakken?

“Er moet een nationale investeringsbank komen, met de opbrengsten van de energiebedrijven en gelden van de pensioenfondsen, zodat ondernemers weer geld kunnen lenen. Verder wordt de ontwikkelingssamenwerking stopgezet; dat geld is nu nodig om door de crisis te komen. Bij rampen zoals tsunami’s kunnen we helpen, verder niet.”

Vergeleken met ontwikkelingslanden valt het hier toch wel mee?

“Ik weet niet of u weleens de krant leest? Hier: er zijn deze maand weer tienduizend werklozen bij gekomen. Er gaat elk jaar 4,8 miljard euro naar ontwikkelingssamenwerking, terwijl niet bewezen is dat het werkt. Iedereen moet bezuinigen, maar hup, Bertje Koenders krijgt er weer honderd miljoen bij! Kan-ie weer voor Sinterklaas spelen.”

Heeft u nog andere maatregelen?

“De bezem gaat door het ambtenarenapparaat. De overheid is uitgegroeid tot een groot, log lichaam, een inefficiënte en geldverslindende machine, die zichzelf in stand houdt.”


Is dat wel zo? Ik ken een ambtenaar die ontzettend hard werkt.

“Er zijn uitzonderingen die de regel bevestigen. Maar de overheid als geheel werkt inefficiënt. Daarom gaat de Tweede Kamer terug naar 75 zetels. Er worden in de Kamer continu vragen gesteld, ambtenaren zijn er hele dagen mee bezig, terwijl er uiteindelijk maar een paar vragen worden behandeld. Dat is inefficiënt. We brengen het aantal departementen terug, en als een minister weg gaat, moet de ambtelijke top van het departement ook weg. De vierde macht is gigantisch machtig. Als de ambtenaren steeds blijft zitten, verandert er nooit wat.”

Uw partij heet Trots op Nederland. Waar bent u precies zo trots op?

“Mensen moeten weer trots wórden op Nederland. Op een efficiënte overheid, goede ouderenzorg, doordat de wachtlijsten zijn weggewerkt, het onderwijs weer op niveau is, de immigratie gestopt, de asielzoekers.”

Er zijn toch nauwelijks asielzoekers meer?

“Vorig jaar was er een toename van 86 procent, van 4600 naar 8000.”

Een relatief kleine club.

“Zesentachtig procent méér! Waarvan zeventig procent een verblijfsvergunning krijgt. Het zijn niet de mensen die willen werken, de mensen die we nodig hebben. Die halen we niet binnen.”

Het gaat u niet om aantallen immigranten, maar om hun kwaliteit?

“Om mensen die geen beroep gaan doen op de staatskas.”

Met mijn vraag over trots doelde ik op de Nederlandse cultuur.

“Wij zijn trots op onze waarden en normen, op de vrijheid van meningsuiting, de gelijke behandeling van mannen en vrouwen, van homo’s en hetero’s. Die dingen worden bedreigd. We laten over ons lopen. Wij zeggen: elke boerka is er één te veel.”


Ik heb nog nooit iemand in een boerka gezien. Het is symboolpolitiek.

“Helemaal niet. Er is geen vrouw die vrijwillig in een boerka gaat lopen. Het ziet er niet uit, je kunt niet met ze communiceren.”

Er zijn genoeg mensen op straat of in de bus met wie ik nooit communiceer.

“Maar het zou wel kúnnen. Nee, het gaat steeds een stapje verder. Als wij zo doorgaan, lopen onze vrouwen, dochters en kleindochters over vijf jaar allemaal met een hoofddoekje op.”

Denkt u dat nou echt?

“In Engeland is er al een zwembad waar vrouwen zonder boerkini niet naar binnen mogen. En dan hoor je vrouwen zeggen dat ze vanwege hun hoofddoekje door een werkgever geweigerd worden. Dat is geen discriminatie, dat is zo’n werkgever z’n goed recht!”

Als ik op klompen bij de disco aanbel, kom ik ook niet binnen. Wat maakt het nou uit als vrouwen met elkaar in een boerkini in een zwembad willen zitten?

“Volgens mij wilt u het niet begrijpen. Als mensen zoals u het voor het zeggen krijgen, lopen onze vrouwen, onze dochters en kleindochters over vijf jaar allemaal met een hoofddoekje.”

U wilt graag een hardliner zijn. Bent u niet te aardig voor een hardliner?

“Ik ben natuurlijk een hardliner, een hoeder van waarden en normen. Maar ik ben ook gewoon Rita, dochter, moeder, vriendin, buurvrouw. Dat gaat goed samen.”

U heeft het vaak over ‘de burger’ en ‘het volk’. Wie zijn dat volgens u?

“U en ik, de mensen in het land. Niet de plucheplakkers hier in Den Haag.”

De plucheplakkers?

“Het zijn mensen die belangen bij elkaar hebben, elkaar de bal toespelen, elkaar in het zadel houden. De heersende elite, waarmee wij korte metten gaan maken.”


U maakt met veel dingen korte metten. Bouwt u ook iets op?

“We verbeteren de kwaliteit van de zorg, van het onderwijs, we gaan weer rijden. We gaan strenger straffen als er ‘hoer’ wordt gezegd tegen meisjes. Oude vrouwen moeten weer over straat kunnen zonder dat hun tasje geroofd wordt. We maken Marokkaans en Antilliaans tuig duidelijk wat onze waarden en normen zijn. We pakken de problemen aan die ik tegenkom als ik op bezoek ben in de steden.”

Met allemaal beveiligers en camera’s om u heen. De probleemgevallen zien u aankomen.

“Ik weet niet of u denkt dat ik dom geboren en dom gebleven ben? Ik ga vermomd, midden in de nacht, met een politieauto mee, met een politiejas aan en een pruik op. Dan zie je echt wat er gebeurt.”

U staat op één zetel in de peilingen. Hoe komt u er weer bovenop?

“Waar moet ik bovenop komen? Die zetel is alleen maar een bewijs van de kloof tussen de burgers en Den Haag. In het land hoor ik een heel ander verhaal.”

Bert Nijmeijer