Frans Weisz

Frans Weisz (Amsterdam, 1938) is filmmaker. Zijn nieuwe film Happy End draait nu in de bioscopen.

Wat is uw huidige gemoedstoestand?

Opgewonden, verlangend, vol verwachting – allemaal naar voren vluchtende gevoelens. Ik ben behoorlijk zelfverguizend, maar heb nu het gevoel dat ik een mooie film heb gemaakt, en dat is uniek.

Wie zijn uw helden?

Ik geloof niet in heldenverering, wel in bewondering. Ik ben per definitie een bewonderaar, en daarmee heb ik mezelf altijd staande gehouden. Bewonderen ligt vlak bij jaloezie. Ik kies voor bewonderen.

Aan wie ergert u zich?

Ga maar eens gewoon naar Ajax in de Arena op zondagmiddag. Dan weet je meteen dat het leven gruwelijk kan zijn. En je hoort jezelf op een gegeven moment nog mee scanderen ook.

Lijkt u op uw moeder?

Alleen qua uiterlijk. Mijn moeder was manisch depressief, ze wilde zes maanden per jaar niet leven. Ik wil juist achttien maanden per jaar leven.

Wat zijn uw dagdromen?

Een nieuwe film. Het gaat alleen maar over film.

Wat is uw grootste angst?

Dat dat ophoudt.

Bidt u weleens?

Ja, regelmatig. Ik praat naar het ‘Het’ toe. Met de heimelijke gedachte, want ik ben de eerste jaren van mijn leven katholiek opgevoed, dat er íéts is.

Heeft u ooit een mystieke ervaring gehad?

Doordat ik ben opgevoed met verschillende geloven, ben ik extra bevattelijk voor mysteriën en wonderen. Ik wil graag tekens ontvangen. Maar God beware dat het ook echt gebeurt.

Bent u aantrekkelijk?

Nee. Ik heb nooit begrepen wat mijn vrouw, die wél heel aantrekkelijk is, in mij ziet.

Wat is uw definitie van geluk?

Eind jaren tachtig stond ik te tanken bij een benzinepomp in Abcoude toen ik op de radio hoorde dat mijn film Havinck was genomineerd voor vijf of zes Gouden Kalveren. Het was alsof er een lamp in me ging branden. Dat gevoel. Het heeft te maken met dat mensen iets herkennen waarvan je dacht dat ze dat nooit zouden doen.


Waar schaamt u zich voor?

Voor mezelf, zoals het hoort. Voor mijn neiging om iedereen te willen pleasen.

Bent u monogaam?

Tegenwoordig wel, ja. Zelfs in mijn hoofd.

Wanneer heeft u voor het laatst gehuild?

Huilen is voor mij heel gewoon. Je kunt beter vragen wanneer ik voor het laatst heb gelachen.

Hoe moedig bent u?

Ik hoop het. Ik hoop dat ik iedereen naspring die in het water valt en iedere auto optil waar een kind onder ligt.

Wat is uw grootste ondeugd?

Mateloosheid. Het liefst kijk ik televisie terwijl ik ondertussen de krant lees, een gesprek voer en ook nog de radio aanzet om de aankomst van de Tour de France te volgen.

Wanneer was u het gelukkigst?

Toen ik met mijn drie maanden oude zoontje onder de douche ging staan en zijn lijfje tegen me aan voelde. Niet de geboorte, want dat was paniek.

Welke eigenschap waardeert u in een vrouw?

Het vrouwelijke. Vrouwen bezitten een natuurlijke loyaliteit en een natuurlijke creativiteit. Je kunt van elke vrouw een actrice maken, maar niet van elke man een acteur.

Welke eigenschap waardeert u in een man?

Als ik eerlijk ben: geen enkele.

Als u iets aan uzelf kon veranderen, wat zou dat dan zijn?

Van 1 meter 58 naar 1 meter 85? Donkerblond golvend haar dat ik achterover kan schudden? Ach nee, laat maar.

Hoe ontspant u zich?

Niet. Vakantie is voor mij werken op een plek waar ik nog niet eerder ben geweest.

Wie is uw grootste liefde?

Mijn zoon. Met als goede tweede mijn vrouw.

Van wie houdt u het meest?

Wat moet ik daar nou op zeggen? Van die Duitser die mij op mijn onderduikplek ontdekte maar mij niet heeft meegenomen? Ik zou die man niet eens meer herkennen.


Wat beschouwt u als uw grootste mislukking?

Heb medelij, Jet! en Naakt over de schutting. Maar het zijn, net als al mijn andere films, wél mijn kinderen.

Waaraan bent u het meest gehecht?

Ik ben opgegroeid met één foto van mijn vader, één van mijn moeder, één van mijn onderduikouders en mijn speelgoedhondje Fikkie dat ik altijd bij me had maar toch ben kwijtgeraakt. Daarom gooi ik nooit iets weg. Ik ben aan alles gehecht.

Welk leed heeft u anderen berokkend?

Te veel om op te noemen.

Bij elke stap die ik zet, knakt er al een grasspriet.

Wie hoopt u nooit meer terug te zien?

Ik heb wel geleden onder bepaalde recensenten, want één boe doet mij meer dan honderd bravo’s. Maar die ene boe drijft me wel voort.

Gelooft u in God?

Ja, zolang je hem maar niet verder beschreven wilt zien. Ik geloof dat we allemaal iets in ons hebben dat ons boven onszelf kan uittrekken.

Wat is de beste plek om te wonen?

Amsterdam, Rome, New York en Berlijn. In die volgorde.

Hoe is ongeluk te vermijden?

Niet natuurlijk. Maar als Hitler er niet was geweest, had ik niet bestaan. Dan was mijn vader nooit uit Duitsland naar Nederland gevlucht en dan had hij mijn moeder nooit ontmoet.

Wat is uw devies?

Alleen met liefde en overgave kun je dingen maken.

Renate van der Zee