Ouwe lullo

‘Zijn opa en oma skeletten?” vroeg mijn zoon. We zaten in het planetarium van Artis te wachten op de proefvoorstelling van Suske en Wiske en de verdwenen sterren, die Sesamstraat en Melkweg zou gaan vervangen. Die laatste hadden we misschien wel dertig keer gezien, en met weemoed dacht ik aan meneer Aart en Pino wier liedjes je na één keer horen de rest van je leven neuriet. Als romantisch-reactionair weet ik dat de vooruitgang onstuitbaar is en dat Artis graag een dierentuin wil zijn die met z’n tijd meegaat. Vandaar ook dat de nieuwe, pedagogisch verantwoorde klimrekken achter de kamelen te hoge opstappen hebben voor een vierjarige en dat één spel voorzien is van een in het Zweeds gesteld bordje ter toelichting op de regels. Kennis is macht.

Suske en Wiske zijn… nu ja, braaf zoals alleen de Katholieke Illustratie dat in z’n zwartste jaren was. Wie gunt z’n kind Lambiek, tante Sidonia of de morone Jerommeke? Tijdens de eerste zes minuten van de voorstelling kwamen onze lievelingen met Suske en Wiske reclame tegen voor Guhl-shampoo, Mars, Finimal en Fruitella. ’t Gekke is, ik ben een verklaard voorstander van de vrije markt, het Kapitalisme en de Commercie. Maar zo gauw kinderen als toekomstige consumenten worden bespeeld, overvalt mij – niet te onderdrukken – het gevoel naar iets heel obsceens te kijken. Inconsequent, net wat u zegt.

Ik stelde me voor hoe ’t is om dood te gaan en ongevraagd Joop van den Ende verkleed als Batman aan het voeteneind van je sterfbed te zien verrijzen, wapperend met een uitvaartpolis. Waarom geldt in Artis de onschuld van kinderen tegenwoordig als prooi? Die laatste zin hoorde ik galmen in m’n bovenkamer en ik voelde me belachelijk. Ouderwets ben je niet voor je lol.

Suske en Wiske en de verdwenen sterren bleek nog erger dan ik vooraf had gevreesd. Onze kleuters werd het begrip ‘lichtvervuiling’ ingepeperd omdat – zoals bekend – in het Koninkrijk der Belgen alle wegen verlicht zijn. Daardoor zijn sommige sterren voor Suske en Wiske niet langer waarneembaar, en heel hun avontuur draait dan ook om een stekker die – uit het contact verwijderd – het straatlicht en dat van de paleizen op een verre planeet doet doven. Buitenaardse wezens hebben een noodboodschap uitgezonden en kunnen, dankzij het tweetal, nu eindelijk weer stralen aan het firmament. Suske en Wiske’s tocht door het heelal speelt zich – onfeilbaar op koers – af in de helikopter van professor Barabas; meneer Aart en Pino reisden door de Melkweg in een Lelijke Eend die wrak en wel alleen gered kon worden door Twinkeltje, de meteoriet. ’t Ergste was dat er nu niks te lachen viel.


Mijn zoon is gek op het gewelddadige kleutertje-luister dat Power Rangers heet, een tv-programma waarover ik als vader minder ruimdenkend ben dan ik geweest zou zijn als kinderloze liberaal, al was ’t maar omdat de voorlichter van RTL – dat die troep uitzendt – beweert dat kleuters ‘héus wel’ het verschil weten tussen echt en onecht. De bloedneuzen op het schoolplein zijn mijn stille getuigen. Het pedagogisch verantwoorde Sesamstraat op tv vindt mijn kleine ‘niet zo leuk’ meer; te veel herhalingen.

Na afloop van de vertoning zei ik hoopvol: “Niet zo leuk, hè?”

Lieuwe vond van wel: “Veel leuker dan Sesamstraat.” Die helikopter van Barabas was zo mooi. En onverbiddelijk keek hij me aan: “Gaan we nog een keer?” Sinds kort droom ik over Suske en Wiske.

Verscheen in 1996 als column in HP/De Tijd.

Meer leuke content? Like ons op Facebook

import theo van gogh