Reprise

Op 21 juni 1996 verscheen de laatste column van Theo van Gogh in HP/De Tijd. Over de Marokkaanse minister van Buitenlandse Zaken Abdelkebir Alaouie M’daghri, die vond dat de goede moslimvrouw, ook in Nederland, man en kinderen verzorgt en vertier zoekt in bloemschikken en lezen.

De column van 28 juni 1996 verscheen niet – geweigerd door de toenmalige hoofdredacteur, Bert Vuijsje.

Drie jaar later mocht Van Gogh in een interview met Tom Kellerhuis in HP/De Tijd uitleggen wat niet deugde aan diens hoofdredacteur. Met termen als ‘triomfantelijke domheid’ en ‘verborgen agenda’ zette Van Gogh Vuijsje in diens eigen blad te kakken, want de hoofdredacteur was ook nog een ‘veel te grote sigaren rokende professional die geen twee regels kan schrijven’.

Het is niet gek dat Van Gogh zich liet interviewen door het blad dat hij met slaande deuren had verlaten als columnist. In media die hij te woord stond, kon Van Gogh onmogelijk selectief zijn, want hij was bijkans overal al met mot vertrokken.

Op 29 oktober 2004 verscheen de laatste column van Theo van Gogh in het gratis dagblad Metro, waar ik destijds hoofdredacteur was. Over de Amsterdamse burgemeester Job Cohen, die de deuren wagenwijd openzette voor de AEL-voorman Abou Jahjah, die vond dat de ketterse Ayaan Hirsi Ali moest worden opgesloten.

De column van 5 november 2004 werd, zoals bekend, nooit ingeleverd.

Wat had ik graag, net als Vuijsje, de samenwerking gewoon, met slaande deuren, beëindigd zien worden.

HP/De Tijd laat deze week niet vriend en vijand aan het woord. Nee, nog één keer ruimte voor Theo van Gogh zelf. Een reprise van interviews uit 1991, 1999 en 2003. Hij wordt gemist.

Jan Dijkgraaf