Vaders muziek

Philip Huff. Dagen van gras. De Bezige Bij. € 14,90. Ook verkrijgbaar via www.ako.nl.

‘Dat is wat rock-‘n-roll in essentie is: rebellie, agressie, gevaarlijke muziek. Rockgitaristen zijn moderne revolverhelden.” Ben van Deventer, de ik-figuur in Dagen van gras, de debuutroman van Philip Huff, merkt het op naar aanleiding van de hoes van Déjà vu waarop Crosby, Stills, Nash & Young staan afgebeeld als ‘bandieten met een beat’.

Het is een aardige observatie in een boek waarin popmuziek een belangrijke rol speelt. Ben van Deventers ambitie is om gitarist te worden in een band. Dankzij zijn vader en een muziekleraar kan hij zich bekwamen in de grepen die nodig zijn om nummers van The Beatles na te spelen en zelfs eigen liedjes te schrijven zoals The Gun Song: “When I was young/My father said: ‘Son/Get out your gun/We’re gonna kill someone.”

Geen wonder dat zijn moeder er zo van schrikt dat hij opnieuw naar dokter Van Polier moet, die hem kalmeringstabletten voorschrijft waar zijn vingers slap van worden.Zo word je natuurlijk nooit een beroemde rock-‘n-roll-ster.

Dagen van gras (de titel is ontleend aan de cd Dagen van gras, dagen van stro van Spinvis) is een behoorlijk debuut: stijlvast, compact, met een helder thema en een perfecte soundtrack. The Beatles zijn de werkelijke helden, en van hen wordt George Harrison misschien het meest bewonderd. Hoe dan ook horen we Ben van Deventer niet over muzikanten uit zijn eigen tijd. Hij zit op de middelbare school, is zeventien als de roman zijn apotheose krijgt, en hoewel het verhaal zich niet in een duidelijk afgekaderd tijdsbestek afspeelt, weten we dat de muziek die Ben bewondert te vinden is op de platen van zijn vader.

Auteur Philip Huff werd geboren in 1984 en heeft de diepgaande kennis over de muziek van de jaren zestig waarvan hij blijk geeft dus evenmin uit de eerste hand als zijn personage. Misschien dat Martin Bril die hij, zoals in de blurbtekst vermeld, in zijn studententijd door het land reed, hem heeft bijgepraat.


Eén van de drie essentiële aspecten van rock-‘n-roll, rebellie, gaat in het geval van Ben van Deventer in elk geval niet op: de muziek is voor hem geen middel om zich af te zetten tegen gezag of autoriteit. Niet dat Ben niet opstandig is, maar zijn rebellie richt zich vooral tegen zijn moeder en vooral omdat zij over hem geen gezag heeft. De vader is vaak afwezig, verdwijnt uiteindelijk zelfs helemaal uit beeld. De muziek van zijn voorkeur neemt diens plaats in.

Allengs wordt duidelijk dat wat voor opstandigheid zou moeten doorgaan meer te maken heeft met een psychose waarin Ben terechtkomt. Blowen doet hij dat het een aard heeft, en er komt een moment dat hij aan de paddo’s gaat. Waarom? Experimenteren wordt door zoveel jongeren gedaan, dus waarom niet door Ben van Deventer?

Het kan komen door de dood van zijn grootvader, die zomaar neervalt tijdens een van de vele wandelingen die ze samen maakten. Maar er zijn andere trauma’s. Vriend Tom Samsom, dezelfde die Ben aan het blowen bracht, wil per se met de tractor van opa rijden. De diepe sporen in het land brengen het paard van moeder aan het struikelen zodat het moet worden afgemaakt. Wie krijgt de schuld? Ben van Deventer.

Zo kan er weinig gebeuren zonder dat Ben daar de schuld van krijgt. Zelf denkt hij dat Tom is omgekomen bij de brand in de boomhut waar ze altijd joints roken en naar The Beatles luisteren.

Ben komt uiteindelijk op een gesloten afdeling terecht. Hij schrijft zijn verhaal op in de kliniek waar hij daarna naartoe mag. Philip Huff is erin geslaagd om de jongen een authentieke stem te geven. Toch stoorden me de larmoyante toon die op den duur gaat overheersen en het losse eindje waar het Tom betreft. Maar een boek van een zo jonge auteur waarin The Beatles zo’n prominente rol spelen, verdient absoluut onze sympathie.

Frank van Dijl