Vrijmetselaars in Washington

Dan Brown, The Lost Symbol. Random House. € 21,95. Het verloren symbool. Luitingh, € 22,90.

Het is even een gek hoofdstukje in Dan Browns The Lost Symbol. Zijn alter ego professor Robert Langdon belt in grote nood zijn uitgever. Die wil op zijn beurt vooral weten wanneer Langdon nou eens dat beloofde manuscript inlevert. No such luck! Het zal een knipoog naar Browns eigen uitgever zijn, want diens bestverkopende auteur deed maar liefst zes jaar over de opvolger van De Da Vinci Code. Dat boek is – zoals dat gaat met zo’n megasucces – de maat geworden waaraan alle komende Dan Browns zullen worden afgemeten. Dus ook The Lost Symbol, dat dezer dagen in Nederland verschijnt als Het verloren symbool.

Brown staat niet bekend om zijn verfijnde schrijfstijl. De introductie van zijn hoofdpersoon Robert Langdon in Het Bernini Mysterie (met het toefje grijs in zijn ‘dikke bruine haar’, zijn ‘doordringende blauwe ogen’ en ‘opvallend diepe stem’) had niet misstaan in een keukenmeidenroman. Het verschijnen van The Lost Symbol vorige maand was voor een Britse krant zelfs aanleiding Browns twintig klunzigste zinnen op een rijtje te zetten. Maar om mooischrijverij is het zijn lezers helemaal niet te doen.

Die willen een bloedstollend boek waarin de claustrofobische Langdon onder hoogspanning symbolen ontcijfert, verbanden legt en cryptische boodschappen ontdekt in eeuwenoude kunst en architectuur. En dat krijgen ze met The Lost Symbol, want Brown werkt gewoon weer volgens zijn vertrouwde procedé. Ook nu weer zoekt hij zijn onderwerp in religieuze sferen, en de tegenstander van Langdon doet sterk denken aan de albino Silas uit DDVC. Deze keer heet de boosdoener Mal’akh (Hebreeuws voor engel); hij is een gecastreerde zeloot, wiens hele lichaam is getatoeëerd met symbolen van de vrijmetselarij. Mal’akh is op zoek naar de ‘ware kennis’, om daarmee op gelijke hoogte te komen met de Schepper.


Het avontuur begint wanneer Langdon een telefoontje krijgt van de assistent van zijn goede vriend en mentor, de invloedrijke Peter Solomon. Solomon zit dringend verlegen om een spreker, en dus springt Langdon op het vliegtuig naar de Amerikaanse hoofdstad met de bedoeling om nog diezelfde avond een spreekbeurt te geven over architectuur en symboliek van Washington DC. Maar eenmaal aangekomen in het Capitool wacht er geen Solomon en geen zaal met toehoorders. In plaats daarvan stuit Langdon op een afgehakte hand, waarvan de wijsvinger naar de hemel wijst. Aan de vrijmetselaarsring herkent Langdon de hand van Peter Solomon.

Dit is het startschot voor een puzzeltocht door Washington, waarbij Langdon vanzelfsprekend de hulp krijgt van een aantrekkelijke dame en voortdurend de hijgende adem van een moordenaar in zijn nek voelt. Toch is The Lost Symbol geen voortdenderende hogesnelheidstrein geworden. Brown strooit weliswaar behendig met cliffhangers, maar geeft onderweg zo veel ‘college’ dat eerder sprake is van een intercity met vertraging.

Ook heeft de queeste waarvoor Langdon zich deze keer gesteld ziet een minder prikkelende uitkomst. The Lost Symbol zal bij gelovige lezers geen open zenuw raken, zoals DDVC dat wel deed. Integendeel, als Langdon het over God heeft, heeft hij het nadrukkelijk over God in al zijn verschijningsvormen (Allah, Jahweh). Brown trapt deze keer op niemands tenen – ook niet op die van de vrijmetselarij, de geheime organisatie die ditmaal haar opwachting maakt. Die heeft weliswaar wat merkwaardige gebruiken, maar die worden door de buitenwacht vooral verkeerd begrepen. De vrijmetselaars mogen in hun nopjes zijn met zo’n pleitbezorger.


Voor aanhangers van het adagium ‘eind goed, al goed’ is The Lost Symbol een feest. Alle losse eindjes worden zo keurig aan elkaar geknoopt dat Langdons uitputtingslag uiteindelijk niet meer dan een rimpeling in het water lijkt te zijn geweest. Waarna de hoofdpersonen van The Lost Symbol weer fijn verder kunnen palaveren over de betekenis van de ware kennis.

Marcella van der Weg