Geef mij maar een whisky

Afgelopen maandag was de laatste dag van de Maand van de Spiritualiteit. Waarom de keuze ooit op de maand november is gevallen, weet ik niet. Oktober was al bezet (wijnmaand), december was al van Jezus (daar hoor je Wilders nou nooit over) en uitwijken naar een onbezette maand in het voorjaar of de zomer was geen optie, want ook al is mei de maand met de meeste aardstralen en zonnewendingen of zijn er in augustus verreweg de meeste heksen en druïden op de been, als je zaaltjes wilt vullen en de winkelbel wilt laten rinkelen, moet je in het najaar zijn. En zoals we het oude geloof in dit land altijd moeiteloos hebben weten te verbinden aan gezond koopmanschap, hebben ook de nieuwe spirituelen hun marketing doorgaans prima op orde.

Te veel zelfs, schreef een jurist/filosoof afgelopen weekend in Trouw, misschien wel de meest spirituele krant van Nederland, enfin, laat dat misschien maar weg. Met al die boeken, scheurkalenders, massagerollers en engelenstenen waarmee je in mindstyle magazines als Happinez bestookt wordt, lijkt de moderne spiritualiteit eerder een onderdeel van het om zich heen grijpende consumentisme te zijn geworden dan een serum ertegen, zoals het volgens sommigen bedoeld was, luidde zijn stelling. Daaronder stond vermeld dat er zojuist een boek van hem verschenen was.

“Dat is iets spiritueels,” zei iemand laatst, “dat begrijp jij niet.” Ik ben vergeten waar het gesprek over ging, het doet er ook niet toe, het was meer die terloopse vaststelling. Dat het begrijpen van spirituele zaken niet voor mij was weggelegd.

Nu word ik inderdaad zelden zittend in lotushouding met een stuk bergkristal om mijn nek aangetroffen, luisterend naar walvisliederen – ik doe voor mijn meditaties eerder een beroep op zaken als maltwhisky, een luie stoel en een jazzpianist – dus dat de wereld van de Happinez-spiritualiteit voor mij grotendeels onbekend terrein is, kan ik niet ontkennen, maar de even terloopse manier waarop daarmee het begrip ‘spiritualiteit’ werd gereduceerd tot die trendy mix van metafysische koketterie en religieuze doe-het-zelverij die de laatste jaren zoveel mensen op de been brengt, daar wil ik toch even protest tegen aantekenen.

Spiritueel had bij ons thuis, toen ik opgroeide, een heel andere betekenis. Geestig, sprankelend, snedig, werd ermee bedoeld. Als van iemand werd gezegd dat hij ‘spiritueel’ was, stond hij in hoog aanzien. Schrijvers die op een lichtvoetige manier diepzinnig konden zijn, die kleur en diepte gaven aan het leven van de geest – Shakespeare, Dickens, Waugh, Chesterton, Nabokov, Elsschot, Reve – die stelden de standaard als het ging om spiritualiteit.


“Tot de geest behorende, onstoffelijk,” zegt Van Dale, en: “geestig, scherpzinnig.”

Toen ik een taalgevoelige vriend & generatiegenoot hier laatst op attendeerde, keek hij me nogal ongelovig aan en pakte het woordenboek. “Verdomd!” klonk het even later.

Ik vertel het niet om te bewijzen dat ik gelijk heb, maar om te laten zien hoe de betekenis van dit begrip de laatste jaren verschoven is. Browse door de website van de Maand van de Spiritualiteit en je ziet dat de grote meerderheid van de lezingen, publicaties en debatten in wezen over godsdienst gaat. Het speciale essay voor de editie van 2009 (geschreven door Kluun!) is getiteld: God is gek. ‘Spiritualiteit’ is een soort codewoord voor godsdienst geworden. Een soort vrijwillige schuilkerk. Maar dat wil nog niet zeggen dat mensen die geen boodschap aan godsdienst hebben niet spiritueel zouden kunnen zijn. Ik zou bijna zeggen: integendeel!

Ik heb ooit een vrouw van nabij gekend die een centrum voor spirituele vorming opzette en leidde. Een indrukwekkende persoonlijkheid, zeker, maar spiritueel is het laatste adjectief waarmee ik haar zou typeren. Zelden zo’n bazig & rechtlijnig type ontmoet. (Vandaar waarschijnlijk dat er een heel instituut aan te pas moest komen.) Met kerkelijke leiders zal het niet veel anders zijn. We moeten ons ego loslaten, klinkt het vanaf de preekstoel, of het nu in de kerk is of aan de overkant in Centrum Aurora, maar zonder ego bestijg je geen spreekgestoelte. Laat Het Los! (En koop mijn boek.)

Als al die mensen die met ‘spiritualiteit’ bezig zijn spiritueel wáren, zouden ze er dan zo nijver naar zoeken? De schijnheiligheid, dweepzucht en naijver die het traditionele kerkleven zo onverdraaglijk maken – zou de wereld van de spiritualiteit, die ervoor in de plaats kwam, daar ineens van gespeend zijn?


De schoonheid en de waarde van het geestelijk leven, in de ruimste zin des woords, dat is spiritualiteit.

Een boom groeten kan ook in september.

import kuitenbrouwer