Huiveren aan het thuisfront

December geldt in de bioscoopbranche als een cruciale maand. Een aanzienlijk deel van de jaarlijkse omzet wordt binnengehaald rond de feestdagen, als er extra vraag is naar kinder- en familiefilms. December is óók de maand waarin de eerste schermutselingen in de strijd om de Oscars zich voltrekken. Om daarvoor in aanmerking te komen, moet een film vóór het einde van het jaar in roulatie zijn gebracht. Daarbij proberen filmmakers hun kruit zo lang mogelijk droog te houden. Wie aan het einde van het jaar de aandacht weet te trekken met juichende recensies, staat immers vooraan in de rij als een paar weken later de Oscarnominaties bekend worden gemaakt. Het belang van zo’n nominatie moet niet worden onderschat. Niet zelden markeert het de scheidslijn tussen hit en flop. In voetbaltermen gesproken bevinden we ons momenteel in de ‘knockout-fase’ van de Oscarrace.

Voor de makers van Brothers zijn het dan ook spannende tijden. Brothers gaat namelijk over een ‘lastig’ onderwerp. De film geeft een indringend portret van wat vrouwen, kinderen, ouders en vrienden – het ‘thuisfront’, zeg maar – doormaken als hun dierbaren militaire dienstplicht vervullen in een uithoek van het Midden-Oosten. Theoretisch beschikt deze film daarmee over een groot potentieel publiek. Het aantal mensen in de Verenigde Staten dat een kennis of familielid in het leger heeft, moet in de tientallen miljoenen lopen. Het probleem is dat die mensen bioscoopbezoek overwegend beschouwen als een ideale gelegenheid om twee uur lang van dergelijke sores gevrijwaard te zijn.

Om dat obstakel te overwinnen, zijn jubelende kritieken nodig. En glimmende trofeeën. Brothers mag rekenen op allebei. Dit is namelijk een prachtige film, die voortgestuwd wordt door uitzonderlijke acteerprestaties. Als ik vier redenen mag noemen om naar Brothers te gaan, zou ik bij wijze van spreken kunnen volstaan met het opsommen van de hoofdrolspelers. Sam Shepard (heeft nog nooit een slechte rol gespeeld), Natalie Portman (in haar beste rol sinds Garden State), Jake Gyllenhaal (minstens even goed als in Brokeback Mountain) en Tobey Maguire. Die laatste naam verdient wellicht enige toelichting. In weerwil van een aantal uitstekende dramatische rollen (The Ice Storm, Wonder Boys) is Maguire bij het grote publiek toch vooral bekend als de hoofdrolspeler van drie (binnenkort vier) luchtige Spiderman-films. En met zijn tengere postuur is hij ook al niet de meest voor de hand liggende kandidaat voor een rol als (getraumatiseerde) legerkapitein en ijzervreter. Maguire heeft zich echter met volle overgave in deze fysiek en mentaal uitputtende rol gestort. Het resultaat is huiveringwekkend en aangrijpend.


Brothers is een remake van het Deense drama Brødre (2004). Het transplanteren van personages van een Europese naar een Amerikaanse setting is nu eens niet ten koste gegaan van de inhoud. Dat is natuurlijk ook de verdienste van Jim Sheridan. De Ierse regisseur die met In America hele zalen aan het snotteren kreeg, is er opnieuw in geslaagd de toeschouwer rechtstreeks in de ziel te raken. Dit is een indrukwekkende en hart- verscheurende film. Nu maar hopen dat Brothers ook de prijzen – en het publiek – krijgt waar het recht op heeft.

Brothers. Regie: Jim Sheridan.

Vanaf 10 december in de bioscoop.

Erik Spaans