‘Ik ben een beetje priesterig’

Zangeres Frédérique Spigt (52) staat in het theater met de mooiste liedjes uit haar repertoire. Een gesprek over oppervlakkigheid, zendingsdrang en de noodzaak van vluchten. ‘Ik zou niet weten waar ik zou zijn zonder mijn muziek.’

Een best of, werd het daar tijd voor?

“Ja, ik zing nu vijftien jaar in het Nederlands, heb inmiddels tien albums gemaakt. In die zin is het een afronding. Ik dacht: een best of-tournee is lekker, dan ben ik even uit de wind. Hoef ik nu geen nieuw album te maken. Maar de manager zei: we gaan een live-album opnemen! Dus was ik helemáál niet uit de wind. Dat album hebben we in één keer opgenomen: één concert, één track, geen gepiel! En geen verbeteringen achteraf. Ja, dat is ook dwarsigheid van me. Want waar kijken en luisteren we tegenwoordig nog naar? Je weet tegenwoordig helemaal niet meer hoe iets tot stand is gekomen. Alles is zo opgepoetst en gepolijst. Dus ik vond dit wel stoer.”

De bijbehorende dvd is gedraaid met vier fotocamera’s.

“Ja, door Oogappelproducties in Rotterdam. Het is de eerste keer ter wereld dat een concert op die manier is geregistreerd. Met die fotocamera’s kun je iedere keer maar twaalf minuten draaien, dan moet je stoppen. Maar het leven barst eruit, het sprankelt. Ik heb alles gegeven. Misschien zit er af en toe een fout in – maar ik heb het liever zó dan dat alles nagepoetst en onecht wordt. Dus het past wel heel erg bij mij.”

Er zitten liedjes tussen met een boodschap, zoals Spreek.

Waar gaat dat over?

“Sinds ik chansons zing – Barry Hay noemt het Brellen; dolkomisch vind ik dat – hebben mijn liedjes een boodschap. Spreek is een pleidooi om in contact te treden met elkaar. Mensen hebben zo snel een mening. Nog voordat we ons ergens in verdiept hebben. Ik zeg met opzet wíj: ik heb er zelf ook last van. Maar de ervaring leert toch dat je die mening met enige regelmaat moet bijstellen als je mensen benadert, met ze praat, en je van de hoed en de rand weet. Want uiteindelijk weten mensen vaak helemaal niets. Ja, ook in de politiek is dat zo.”


In Den Haag weet men van niets?

“Ja, die mensen zijn helemaal afgedreven van waar het werkelijk over gaat! Die laten zich voorlichten door mensen die zich zelf laten voorlichten – en die laten zich ook weer voorlichten. Dat is toch troosteloos! En tegen de verkiezingstijd gaan ze ergens op een kistje staan – doen of ze erbij horen! Ik vind dat moeizaam. De touch is weg! Het troosteloze vind ik dat het verlangen en de hoop ook onder dat mechanisme lijden.

“Neem Europa: dat is begonnen omdat we oorlog hadden, ooit. We zouden dat niet meer doen, wapens heffen tegen elkaar. En hoe staat het er nu voor? We gaan stemmen voor Europa en niemand begrijpt waarom. Er is niet één politicus die dat helder kan uitleggen. Er zijn geen idealen meer! Het is mekaar vliegen afvangen! Te triest voor woorden. Weet je wat ik ook heel erg vind? Als er een wetsvoorstel is, stemt iedereen van de oppositie automatisch tegen – iedereen van de regeringspartijen voor. Ik krijg het vermoeden dat ze tegen stemmen om het tegen stemmen. Ik vind het moeilijk te geloven dat oppositie en regeringspartijen niet sneller tot een consensus kunnen komen. De kiezers krijgen een rad voor ogen gedraaid. Daarom zijn de politici het vertrouwen van de burgers kwijt. Dat komt niet meer goed, totdat men dat gaat inzien.”

Je ergert je ook aan beeldvorming rond Marokkaanse jongeren?

“Verschrikkelijk! Welke kant kunnen die gasten nou eigenlijk op? Hebben ze ergens een leuke plek waar ze heen kunnen? Nee, die hebben ze niet. Dus zitten ze buiten. Zitten ze buiten, dan heten ze ineens hangjongeren! Ze hebben in overdrachtelijke zin geen plek in deze maatschappij, maar ook letterlijk niet. En dan worden ze nog gelabeld ook. Dat vind ik zo onaangenaam…


“Ik vraag me ook echt af of je de dingen niet verergert, als je delen van de maatschappij zo onder druk zet. Dat wijzen met die vinger, op die CDA- en ChristenUnie-manier. Zelfs ik wil me verzetten, ik erger me. Ik heb het idee dat we niet voor vol worden aangezien. Snap je? Ja, ik word daar echt woedend over. Maar kijk, ik weet het ook allemaal niet, ik heb de wijsheid niet in pacht. Ik wil eigenlijk vluchten. Dat doe ik dan ook maar, zoals vanavond hier in het theater.”

Is vluchten fijn?

“Nou, nodig misschien, in plaats van fijn. Ik zou niet weten waar ik zou zijn zonder mijn muziek.”

Voel jij zendingsdrang?

“Ja, ik ben een beetje priesterig. Soms vind ik dat wel te ver gaan bij mij. Maar het feit dat iedereen zich zo’n zorgen over Geert Wilders maakt: dat doe ik dan weer niet. In dat opzicht heb ik dan toch nog een rotsvast vertrouwen, dat het wel goed komt. Dat is toch bizar.

“Ik denk weleens: waar zijn we nou bang voor met Wilders? Bij ons eindigt toch alles in het midden. En anders moeten we het maar voelen. Moeten we maar een tijd leven met dingen die aan zijn gedachtengoed zijn ontsproten. Dan kunnen wij links georiënteerde mensen weer een vuist maken met dingen waar wij werkelijk voor staan. Maar wij weten dat helemaal niet meer. Rechts – dus wat vroeger superrechts was – heeft onze terminologie overgenomen. Zoals het begrip ‘vrijheid’. Dat is nu van hen. Dat is toch opmerkelijk? Dat hebben we verspeeld, dat zijn we kwijt! Omdat we lekker in onze zachte kussens zijn gaan hangen – en omdat we nergens voor willen knokken. We hebben onze idealen laten liggen, ze hebben geen enkele vorm of vastigheid meer. Ze kunnen niet omschreven worden, en dus niet overgebracht!”


Je maakte een paar jaar geleden een theaterstuk, Lucy In The Sky. Dat ging over je moeder, die in een jappenkamp heeft gezeten. Wat merkte je daar vroeger van?

“In de loop der jaren zijn mijn broers, zus en ik erachter gekomen dat zij een slachtoffer was. Een eerstegeneratieslachtoffer. Ik heb er zélf helemaal niks mee te maken, dacht ik altijd. Maar weet je, mijn moeder was een vrouw met een geheim. Er was altijd een verborgen verdriet. Als kind ben je daar gevoelig voor.”

Wanneer realiseerde je je dat voor het eerst?

“Als puber ontspoorde ik. Pas veel later ben ik gaan begrijpen dat dat kwam doordat er een structuur ontbrak thuis. Mijn moeder is gaan werken, zij was een van de eerste vrouwen die werkten. Ja, wel stoer. Maar ik miste haar altijd wel. En zij was op de vlucht: voor gevoel en verdriet.”

Is dat nog steeds pijnlijk?

“Ja, dat blijft altijd. De dingen die je écht bezeerd hebben, of de mensen die je verliest in je leven, die pijn blijft natuurlijk. Als het meezit, krijgt het een plek. Je leert ermee omgaan, je raakt niet meer zo gauw overstuur. Maar het zal er altijd zitten. En het vormt je ook, het is niet alleen maar negatief. Ik heb dat stuk kunnen maken met mijn halfzus; dat heeft ons ook veel opgeleverd. Dat weet je alleen nog niet als je dertien, veertien bent. Dan denk je: hoe moet dit?”

Je hebt ook weleens gezegd dat je daardoor heel lang naar een moederfiguur hebt gezocht. Is dat zo?

“Ik denk het wel.”

Dat heeft je zelfs de vrouwenliefde in gejaagd?

“Ja. Ik dacht: misschien is dat wel een reden. Maar uiteindelijk weet je toch niet waarom dat is. Iedereen zoekt naar diezelfde moeder.”


Heb je een haat-liefdeverhouding met het leven?

“Ja. Absolutely. Maar de balans slaat wel door naar het leven.”

Waar zit hem dat in?

“Ja, ik kan zum Tode betrübt zijn. Dan snap ik het echt niet meer. Ik hoorde gister een programma over kinderen die ADHD hebben. Ik dacht: dat heb ik ook! Alleen: in mijn tijd had je dat niet. Maar humor heeft me gelukkig altijd gered. Ik kan zo verschrikkelijk veel gein hebben; dat scheelt een hoop. Mensen die geen humor hebben, die zijn toch ten dode opgeschreven?”

Wat herken je van dat ADHD-beeld in jezelf?

“Ik vind het heel moeilijk om nabij te zijn met mensen die ik niet ken. Nou ja, ik heb het niet met iedereen. Maar over het algemeen heb ik een soort bleuheid, naaktheid. Ik voel me kwetsbaar. Maar toch, als we echt to the point gaan komen, dan kan ik wel open. Dat wilde ik graag laten zien bij De Tafel van 5. Ik dacht: daar kan iedereen wat aan hebben. Want je ziet mensen nooit open op televisie. Zodra die rooie lamp aangaat, zijn mensen onmiddellijk geneigd in een rol te schieten. Maar dat programma is dus mislukt. Dat is jammer, want als ons de tijd was gegund, denk ik dat we naar elkaar toe hadden kunnen groeien. Maar ja, die tijd is ons niet gegund.”

Hoe zou je je leven typeren?

“Als een fucking rollercoaster. Ja, absoluut. Voordat de balans er een beetje in kwam… Het is nog steeds zoeken daarnaar.”

En die balans moet zijn?

“Waar ik het meest mee vecht, is de druk van de dingen. De pressie. Maar ik maak het mezelf ook niet gemakkelijk. Ik schrijf geen commerciële muziek, maak geen commerciële programma’s. Ik maak dingen die ik mooi vind, waar ik écht van hou. En dan is het heel moeilijk om te over- leven in deze rimboe. Daar word ik weleens heel down van. Kijk, De Wereld Draait Door vraagt mij alleen als er iets mis is. Als De Tafel van 5 ophoudt. Of als er in Rotterdam een nieuwe burgemeester is, om mijn mening te geven, samen met Loes Luca. Maar dan ga ik niet. Want ze vragen mij niet als ik een nieuw programma heb. En ik wil best wat over andere dingen zeggen, maar ik wil in eerste instantie gevraagd worden om wat ik doe. Om waar ik echt van hou. Als dat nou iedereen zijn uitgangspunt zou zijn… Maar het gaat altijd over harken: geld harken en kijkcijfers harken.”


Je ergert je aan de media.

“Ik vind wel dat ze meer verantwoordelijkheid mogen nemen. Je kunt tegenwoordig een bank laten ontploffen door er maar vaak genoeg iets over te zeggen! Het feit dat dat zo’n grote impact heeft op zulke grote mechanismen: ik vind dat zorgwekkend!

“Er is zo veel exploitatie. Ik zag ergens junkies afkicken in een realitysoap. Mensen lagen cold turkey op de bank. En te kotsen in hun bed. Dat je daarmee wilt scoren, geld verdienen! Dan ben je echt verkeerd bezig. Ik zap dan maar gauw door, want ik wil niet meer boos zijn. Maar eigenlijk word ik er heel kwaad over. Maar er zijn ook programma’s waar ik wel graag naar kijk – en waar ik graag kom. Zoals Pauw & Witteman. Zij zijn scherp, maar houden ook de luchtigheid erin. En NOVA, daar kijk ik ook graag naar. Clairy Polak, die kan zo mooi formuleren! Op Radio 1 volgde ik haar al. Een topvrouw. Als je denkt dat de zaak bijna verloren is, pakt ze altijd nog een paar pijlen uit haar achterzak. En zo aimabel blijft ze. En altijd gefocust. En ze heeft enorm veel bagage. Ja, ik ben verliefd op Clairy.”

Wat betekent 52 zijn voor jou?

“Helemaal niks. Alleen kan ik, naarmate ik ouder word, de dingen iets beter relativeren. Dat vind ik wel prettig. En ik kan nog maar twee honden. Ja, ik heb altijd honden gehad. Een hond geeft structuur; ik zorg beter voor mijn hond dan voor mijzelf. Maar je moet niet aan een hond beginnen als je het niet afmaakt. Hoe oud ben ik als mijn hond van drie er niet meer is? Want rekenen, dat kan ik niet. 65? O nee, dan kan ik nog maar anderhalve hond. Fuck!”

Hilde Postma