Woodward en Bernstein

Robert Andersen is op de vlucht voor de wet, zoals hij het zelf zegt, en al is hij geen misda-diger – het is nog waar ook: de inbreker die acht jaar geleden zijn vrouw met messteken om het leven bracht, komt op vrije voeten; Robert heeft geen zin hem per ongeluk op straat tegen te komen. Hij huurt een huis in een hardvochtige streek aan de Canadese westkust. Als hij de eerste keer het pad naar zijn tijdelijke woning op draait, staart een ree in de koplampen van zijn Dodge Dakota.

Zonder noorden komt niemand thuis is de prachtige titel (ontleend aan een gedicht van K. Michel) van de nieuwe roman van Nelleke Noordervliet, een titel als een wet waaraan je te gehoorzamen hebt, als een mantra. Het is de indiaan Sam die Robert vraagt: “Je noorden gevonden?” Onderweg om de geleende tipi terug te brengen, denkt Robert aan zijn uitstapje in volstrekte eenzaamheid: “De epifanie. De glorie van de zonnige namiddag, gisteren nog maar (-), mijn ziel als een zwaluw terugkerend in het nest onder mijn hanenbalken.”

Het boek loopt dan al ten einde, maar voordat Robert Andersen op bladzijde 235 met de woorden ‘Ik liep. Ik wandelde. Ik ging. Ergens heen’ de lezer achterlaat, rijdt hij nog een hert aan, misschien hetzelfde dat hem verwelkomde. Hij legt het zwaar gewonde dier in zijn achterbak. Jane Miller, op wie hij heimelijk een oogje heeft, dwingt hem het beest met een pistoolschot uit zijn lijden te verlossen. In shock vertelt hij haar zijn levensverhaal, waarna ze met elkaar naar bed gaan. “Maar we hoeven er geen consequenties aan te verbinden,” zegt ze de volgende dag. “Ik ben vrij.

Jij bent vrij.”

Zo heeft Robert Andersen zijn noorden gevonden. Hij is vrij om verder te gaan – of terug naar huis, zoals de titel suggereert. Lopend, wandelend. Het waren ook zijn voeten die het besluit namen om weg te gaan. Bladzijde 11: “Ze liepen, ze wandelden, ze bewogen onophoudelijk.”

Nelleke Noordervliet heeft sinds haar debuut Tine, of de dalen waar het leven woont (1987) zo’n twintig boeken op haar naam gezet. Zonder noorden komt niemand thuis is een fraai gecomponeerde roman die opnieuw haar vakmanschap verraadt. Wie haar werk kent, zal door thema en motieven misschien niet worden verrast. Het is net de draai die Noordervliet eraan geeft, de bijna terloopse manier waarop ze de zwaarste thema’s aansnijdt en de onmiskenbare humor die dit nieuwe boek toch weer tot een verfrissende leeservaring maken.


Wat die humor betreft: Jane Miller, de plaatselijke journaliste, heeft twee honden, die Woodward en Bernstein heten, naar de twee reporters die door hun onthullingen in 1974 president Nixon tot aftreden dwongen. Robert Andersen is trouwens ook journalist. In zijn Canadese dorp profileert hij zich als bekende Nederlandse schrijver, het eerste signaal dat ook zijn motieven niet altijd even zuiver zijn.

In het huis dat hij huurt, woonde Beverly Walker die twee jaar geleden ging wandelen (!) en nooit terugkwam. Haar verhaal is als het ware tegengesteld aan dat van zijn vrouw Suzanne. Haar vader had Robert nog gewaarschuwd: “Zij gaat, ze komt, wanneer zij dat wil. Ze is vrij.” Maar het noodlot trof haar gewoon thuis.

Van de natuur wordt een paar keer opgemerkt dat die onverschillig is, maar feitelijk zijn de mensen bij Noordervliet dat ook. Onverschillig ten opzichte van de natuur, maar ook ten opzichte van elkaar – zij het met de beste bedoelingen. Zoals het de Canadese overheid ooit een goed idee leek om indianenkinderen aan hun omgeving te onttrekken om hen door blanke pleeg- ouders te laten opvoeden.

Ook dat stipt Nelleke Noordervliet terloops even aan in deze knappe roman.

Nelleke Noordervliet: Zonder noorden komt niemand thuis.

Augustus. €19,90.

Ook verkrijgbaar via www.ako.nl

Frank van Dijl