Zwijgen is goud

Geheimen als onderwerp van psychologisch onderzoek, interessant! Eindelijk houdt de wetenschap zich eens bezig met iets waar iedereen wel het fijne van wil weten, in plaats van de gebruikelijke detailstudies die alleen voor ingewijden zijn te volgen. Psycholoog Andreas Wismeijer, als onderzoeker en docent verbonden aan de Universiteit van Tilburg, promoveerde op het onderwerp en herschreef zijn proefschrift tot een populair-wetenschappelijke verhandeling, aangevuld met een aantal interviews van journaliste Mirre Bots, die mensen aan het woord liet over hun grootste geheim.

Geheimen – het woord alleen al is intrigerend en het gelijknamige boek lost verwachtingen van smeuïge, pijnlijke en akelige verhalen ook zeker in.

Wat anekdotiek betreft valt er niets op aan te merken, maar qua theorievorming en nieuwe inzichten valt het toch wat tegen. Wismeijer geeft een overzicht van de categorieën waarin je geheimen zoal kunt indelen. Het zal niet verbazen dat de meeste geheimen voorkomen op het gebied van seks, falen en zelfbeeld (je doet je anders voor dan je je voelt). Hij heeft onderzocht wie er geheimen hebben (iedereen), hoelang mensen hun geheimen met zich meedragen (gemiddeld tweeënhalf jaar), en hij verdiepte zich in de redenen die mensen hebben om geheimen niet of juist wel te vertellen.

Wismeijer schrijft het allemaal zeer leesbaar op, maar overstijgt nauwelijks de common sense. Iedereen kan bedenken dat de angst voor sociale afkeuring een belangrijk motief vormt om bepaalde zaken te verzwijgen en dat de meeste geheimen verweven zijn met schaamte, schuld en spijt. Ook ligt het voor de hand dat het delen van geheimen tot verhoogde intimiteit leidt.

De lichte teleurstelling die ik aan dit boek overhield, heeft niet zozeer met het wetenschappelijke vakmanschap of de inzet van Wismeijer te maken. Hij heeft alle relevante vakliteratuur doorgenomen en netjes samengevat, hij verzamelde duizenden geheimen en richtte een website op waar mensen hun zielenroerselen anoniem kwijt kunnen. Mijn bezwaar ligt op conceptueel niveau. Een geheim kan zoveel uiteenlopends omvatten dat het eigenlijk een leeg begrip is. Het woord ‘geheim’ kan makkelijk vervangen worden door het woord ‘probleem’. Niet elk probleem is een geheim, maar elk geheim is wél een probleem ofwel een negatieve gedachte. Behalve dan de positieve geheimen, zoals verrassingen die je een ander bereidt, maar die fijne geheimen zijn van een totaal andere orde dan de persoonlijke ellende die mensen verborgen houden. Hoe dan ook, er zal niet snel een wetenschapper opstaan die het abstracte onderwerp ‘problemen’ gaat bestuderen, want problemen zijn niets anders dan het leven zelf, en dat geldt ook voor geheimen. Stof waar de wetenschap weinig opmerkelijks over naar voren te brengen heeft en romanschrijvers, filmmakers, biografen en historici des te meer.


Dit neemt niet weg dat Wismeijer toch een paar nuttige wetenswaardigheden te berde brengt die voor mij nieuw waren. Bijvoorbeeld dat driekwart van de geheimen die in vertrouwen aan een naaste worden verteld ondanks het verzoek om geheimhouding wel degelijk worden doorverteld. Natuurlijk kunnen mensen hun mond niet houden, zeker niet met andermans geheimen, maar deze loslippigheid had ik niet verwacht. Geheel terecht neemt de auteur in het slothoofdstuk dan ook stelling tegen de gevestigde opvatting dat openheid beter zou zijn dan zwijgzaamheid. De voordelen van schoon schip maken wegen lang niet altijd op tegen de nadelen.

Andreas Wismeijer en Mirre Bots: Geheimen. De psychologie van wat we niet vertellen. Nieuw Amsterdam. €18,95.

Ook via www.ako.nl.

Beatrijs Ritsema