Zin en onzin van tipgeld

Justitie zet regelmatig tipgeld in om zware misdrijven op te lossen. Jaarlijks gaat het om honderdduizenden euro’s, waarvan vorig jaar niets is uitgekeerd. Toch staat de effectiviteit van een beloning niet ter discussie. De hoogte van het bedrag wel. ‘Boeven vang je met boeven.’

“De hoofdofficier van justitie looft een beloning van 15.000 (zegge: vijftienduizend) euro uit voor de tip die leidt tot aanhouding van de dader.” Posters met dergelijke teksten hangen in de hal van menig politiebureau. Het uitgeloofde tipgeld kan een belangrijke rol spelen bij het oplossen van misdrijven, zoals bleek bij de moord op een 34-jarige NPS-medewerkster. Zij verscheen op 16 juli 2004 niet op haar werk. Vanaf die dag was de Utrechtse spoorloos en dat bleef ze totdat de politie na een jaar via de media opnieuw aandacht vroeg voor haar vermissing. Prompt meldde zich een tipgever met informatie over de vindplaats van het graf. De man werd in Moord zonder grenzen, het boek waarin rechercheur Paul Hendriks en schrijver Jaap Kwadijk het onderzoek naar deze zaak reconstrueren, de ‘dorpsveldwachter’ genoemd.

Die bijnaam kreeg hij omdat hij vaak gestolen spullen in een park vindt en bij de politie aflevert. De dorpsveldwachter had gezien dat er op een vreemde plek in het park, vlakbij station Utrecht Overvecht, was gegraven. En inderdaad, op de aangewezen plek trof de politie het lichaam van de NPS-medewerkster aan. “De kans is groot dat ze zonder deze tip niet zou zijn gevonden,” aldus een woordvoerder van het parket Utrecht. “Er was immers al eerder gezocht op dezelfde plek waar later het graf werd aangetroffen, en door de vondst van het lichaam kreeg het opsporingsonderzoek een nieuwe impuls.” De verklaring van de dorpsveldwachter leidde uiteindelijk naar de moordenaar, Amin M. De tip was goed voor 7500 euro. Voor de goede orde: dat is de helft van de (later) uitgeloofde beloning van 15.000 euro.

Tipgeld wordt ingezet als het onderzoek vastloopt, vertelt Henk Bril, hoofd van de Utrechtse recherche en adviseur van de Raad van Hoofdcommissarissen. Bij de meeste moordzaken in Utrecht vraagt de recherche na één à twee maanden de officier van justitie een beloning uit te loven om getuigen over de streep te trekken. Bril: “Met tipgeld doe je een beroep op de samenleving. Je brengt een zaak nog één keer onder de aandacht van het publiek. Sommige mensen hebben een laatste zetje nodig.”

Lees het hele artikel in de HP/De Tijd van deze week.

Jaan van Aken en Quirijn Metz