Obama moddert voort

Elke week op de website: één artikel uit HP/De Tijd. Deze keer de column van Dirk-Jan van Baar over Barack Obama’s nieuwe strategie voor Afghanistan. “Het is lastig te ontdekken wat de president in Afghanistan van plan is.”

Na maanden wachten is Barack Obama eindelijk met zijn strategie voor Afghanistan gekomen. Die aarzelingen zijn hem kwalijk genomen en als gebrek aan vastberadenheid uitgelegd, maar ik denk dat het hele besluit en de manier waarop het tot stand is gekomen perfect het complexe wereldbeeld van de Amerikaanse president laat zien. Dan kun je niet van karakterzwakte spreken. Dit is zoals Obama denkt en te werk gaat, en niemand kan zeggen dat de uitkomsten als verrassing komen. Het was al weken bekend dat de president ‘eruit’ was en dertigduizend man meer naar Afghanistan zou gaan sturen. Onvoorspelbaarheid kun je Obama niet verwijten.

Maar dat is nog geen consistentie. In de uitwerking van Obama’s complexe kijk op de wereld, die niet anders dan een complexe strategie kon opleveren, zitten talrijke tegenstrijdigheden, waarbij zijn radicale partijbasis zich nu al bedrogen voelt. Ook dat was onvermijdelijk. Zoals elke president moet Obama compromissen sluiten, en de besluitvorming rond Afghanistan draagt daar de sporen van. Daarbij zit Obama met de erfenis van zijn voorganger, terwijl hij als ‘anti-Bush’ is gekozen. Dat leidt tot morele bezweringsformules in plaats van klare wijn te schenken. Waar Bush onverbloemd over een ‘war on terror’ sprak en zichzelf als oorlogspresident zag, schrikt Obama daarvoor terug en steekt hij een verzoenende hand uit naar de moslimwereld. Kun je dan nog oorlog voeren?

De aankondiging om meer troepen naar Afghanistan (voor Obama ‘the good war’) te sturen, kwam een week voor de president naar Oslo afreist om de Nobelprijs voor de Vrede in ontvangst te nemen. Politiek handig getimed, maar ook verwarrend en niet helemaal de juiste volgorde, al is het niet Obama’s fout dat hij al onderscheiden werd voor hij zich als vredespresident heeft kunnen laten gelden. Op de timing is meer aan te merken. Obama is vastbesloten om het karwei in achttien maanden af te maken, terwijl hij zelf al tien maanden nodig had om tot een besluit te komen. Daar staat tegenover dat de Amerikaanse strijdkrachten snel kunnen toeslaan. Binnen zes weken was het bewind van de Taliban verdreven, terwijl het standbeeld van Saddam al na drie weken omver werd gehaald. Obama wil echter de macht overdragen aan een effectief Afghaans gezag, iets wat de afgelopen acht jaar niet is gelukt. En dat gezag moet ook nog eens minder corrupt zijn, terwijl het succes van de surge in Irak, dat nu ook als model dient voor Afghanistan, mede was gebaseerd op het omkopen van lokale stamhoofden.

De meeste kritiek kreeg Obama voor het noemen van een deadline. Wie troepen stuurt en met zijn hoofd al bij hun terugkeer is, geeft niet alleen informatie prijs aan zijn vijanden, maar wekt ook twijfel bij zijn vrienden of hij echt is gecommitteerd. Dat maakt het lastig om bondgenoten, waaronder Nederland, tot extra inspanningen te bewegen. De president loopt het risico nul op rekest te krijgen, en maakt de uitvoering van zijn leiderschap afhankelijk van anderen. Maar waarschijnlijk kon hij niet anders. Amerika kan zich niet eeuwig aan Afghanistan verplichten, en het is de vraag hoe letterlijk die datum van 1 juli 2011 moet worden genomen. Het is moeilijk voorstelbaar dat Amerika zijn troepen naar huis kan halen als er niet iets van een succes zichtbaar is, en Obama heeft niet meer beloofd dan dat er vanaf die datum een begin moet worden gemaakt met terugtrekking. Als dat al het begin van een exitstrategie is, dan kan die nog lang gaan duren. Wel spreekt uit dit tijdschema de behoefte om voor 2012 – een verkiezingsjaar – het tij gekeerd te hebben, maar dat is voor een democratische politicus een gegeven. Oorlogen win je of verlies je in de eerste plaats aan het thuisfront.

Maar Obama neemt het woord ‘overwinning’ (voor de Republikeinen de enige echte exitstrategie) niet in de mond, terwijl hij niet is ingegaan op de voornaamste strategische reden (naast de jacht op Osama bin Laden) dat Amerika in Afghanistan is: het onder druk houden van Pakistan, een  verraderlijke bondgenoot met kernwapens die het monster van de Taliban heeft gecreëerd en zich daar zelf in dreigt te verslikken. Het ontbreken van een heldere definitie van wat Obama als succes beschouwt, maakt het erg ingewikkeld om te ontdekken wat de president in Afghanistan van plan is.

Het lijkt erop dat Obama met zijn besluit om meer troepen naar het Afghaanse front te sturen een uitweg zoekt uit zeer verschillende dilemma’s. Het is optrekken en terugtrekken tegelijk. Hij heeft de continuïteit van de ‘war on terror’ erkend (een hele stap voor deze president), maar het mag niet zo heten. Realistisch gezien is het de vraag of zijn besluit echt iets aan de gang van zaken verandert. Obama moddert voort, zou ik zeggen, al heeft hij gezegd dat nu juist te willen doorbreken.

Dirk-Jan van Baar