De jonge jaren van Jan Peter

Wat is het fundament van Jan Peter Balkenende? HP/De Tijd zocht klasgenoten en docenten op en ging terug naar Kapelle, waar Balkenende zes jaar op de Christelijke Nationale School doorbracht. ‘Serieus, braaf, aardig – hij is geen spat veranderd.’

Alweer bijna negen jaar geleden – begin april 2001 – hield de lagere schoolklas van Jan Peter Balkenende een reünie. “Het was de mooiste dag van m’n leven,” blikt Arja van Harten-Toorenaar, die het evenement samen met Hanneke van den Berge-Meijer organiseerde, terug. “Ik was er helemaal confuus van. En zoiets organiseer je niet als je een rottijd hebt gehad. Natuurlijk, niet ieders schooltijd was even gelukkig, maar de overgrote meerderheid kijkt er met plezier op terug.”

Hanneke heeft dezelfde gevoelens. “Het was een fijne school. Streng, zeker. Maar rechtvaardig. En christelijk. Maar dat ervaar ik zeker niet als negatief. Integendeel, de onderwijzers probeerden het christelijke geloof in praktijk te brengen. Ze waren erg betrokken en leefden mee in voor- en tegenspoed.”

Balkenende was die dag prominent aanwezig en mengde zich spontaan in het feestgedruis. Hij was weliswaar nog niet landelijk bekend, maar had al een druk bezette agenda als vicevoorzitter van de Tweede Kamerfractie van het CDA, en als waarnemend voorzitter van de NCRV. “Hij wilde per se komen en zei na afloop dat hij de reünie voor geen goud had willen missen,” herinnert Arja van Harten zich.

Dat gold niet alleen voor Balkenende. Bijna alle klasgenoten van de lichting 1962-1968 van de Christelijke Nationale School in het Zeeuwse Kapelle waren aanwezig. Slechts een enkeling had een bericht van verhindering gestuurd. Niemand kon bevroeden dat hun klasgenoot anderhalf jaar later premier van Nederland zou zijn.

Ook in oktober 2001 zag het er nog totaal niet naar uit dat die onbekende Zeeuw uit Capelle aan den IJssel (niet te verwarren met het Zeeuwse Kapelle-Biezelinge) in de zomer van 2002 met de hoofdprijs, het kabinet-Balkenende I) aan de haal zou gaan. Het merk-Balkenende moest eerst nog in de markt worden gezet. De provinciale partijvoorzitters kweten zich van die taak. Journalisten van het geschreven woord werd gevraagd of ze interesse hadden in een interview met de nieuwe lijsttrekker. Wie is Jan Peter Balkenende, waar komt hij vandaan en wat zijn z’n drijfveren? Alles was bespreekbaar. Zelf gaf hij aan graag over de christelijke identiteit van het CDA te willen praten. En aldus geschiedde.


Het werd een heel ontspannen gesprek. We zijn beiden geboren en getogen in Biezelinge, dat scheelt. Hij schakelde rap over van het Nederlands in het Zeeuws, een taal die hem dierbaar is. Al snel bracht hij zelf het weerzien met oud-klasgenoten ter sprake. “Fantastisch, een feest van herkenning. Ik heb een fijne jeugd gehad op een goede, degelijke school, waar tegelijk volop aandacht voor jou als persoon was. Wanneer je elkaar dan na zoveel jaren weer tegenkomt, weet je weer waar je vandaan komt. Ook al woon en werk je buiten Zeeland, net als veel andere voormalige klasgenoten.”

De reünie vond plaats op een passende plek: bij 18-Hoog, de jongerensociëteit van de (synodaal) gereformeerde kerk. Er pal naast staat nog het schoolgebouw waar de premier zes jaar in de schoolbankjes zat. Kerk en school, met in het verlengde daarvan de politiek, symboliseerden in de jaren vijftig en zestig de macht van de toenmalige gereformeerden, ofwel de heilige drie-eenheid: school-kerk-politiek. De Anti-Revolutionaire Partij (ARP), de partij van Hendrik Colijn, Jelle Zijlstra en Willem Aantjes, maar vooral van dominee, journalist en staatsman Abraham Kuyper, was in die jaren nog een stevig gereformeerd bolwerk met macht.

Maar sinds Jan Peter in juli 1968 definitief de deuren van de Christelijke Nationale School achter zich dicht trok, is er in alle opzichten veel veranderd. Het schoolgebouw werd al snel te klein, en aangezien uitbreiding op die plek niet mogelijk was, werd elders in het dorp een nieuwe school gebouwd, die op 23 september 1981 officieel in gebruik werd genomen. De naam werd gewijzigd in christelijke basisschool ’t Honk. De nieuwe locatie geeft de veranderingen weer. ’t Honk staat op een steenworp afstand van de monumentale Nederlands hervormde kerk en is toegankelijk voor alle christelijke denominaties in het dorp.


Jan Peter Balkenende komt uit een door en door gereformeerd ARP-nest, reden waarom hij niet naar de hervormde dorpsschool in Biezelinge mocht ( hij ging overigens wel naar de kleuterschool aldaar), maar naar de Christelijke Nationale (lees gereformeerde) School in Kapelle. Dat was een heel stuk verder, bovendien moest je over de onbewaakte overweg. De échte gereformeerden hadden het er graag voor over. Bovendien was Jan Peters moeder, Toos Balkenende-Sandee, als invalkracht aan de school verbonden. Grootvader Jan Balkenende senior was jarenlang bestuurslid en voorzitter geweest. En zo liep of fietste Jan Peter zes jaar lang van de ouderlijke woning in Biezelinge naar de lagere school in Kapelle – een afstand van een kilometer, de helft in Biezelinge, de andere helft in Kapelle. Het woord ‘christelijk’ in de schoolnaam is enigszins verwarrend. Rooms-katholieken waren er niet in Kapelle-Biezelinge en tussen hervormden en gereformeerden bestond in de eerste helft van de vorige eeuw grote animositeit. De meeste hervormden gingen destijds naar de openbare school. Dat kwam vooral door toedoen van dominee J.D. Schmidt (inderdaad: de vader van Annie M.G.), een fervent voorstander van openbaar onderwijs. Zodoende ging de jonge Annie naar de openbare en niet naar de christelijke lagere school. Na de oorlog – dominee Schmidt was met emeritaat gegaan – werd de verstandhouding tussen hervormden en gereformeerden langzaam maar zeker beter en meldden zich meer hervormden bij de christelijke school aan.

Mocht het gereformeerde karakter van Balkenendes lagere school onder protestantse christenen aanleiding geven tot onderling gekrakeel, over de kwaliteit van het onderwijs bestaat geen discussie: die was voortreffelijk, zeker voor degenen die goed konden leren, zoals Jan Peter. Ingrediënten: grote klassen met dertig tot 35 leerlingen, klassikaal onderwijs en een onderwijzersteam dat met hart en ziel het christelijk onderwijs was toegedaan, en de aan hun zorg toevertrouwde jongeren wilde klaarstomen voor de maatschappij. Op de lagere school moest, zo was de filosofie, het fundament worden gelegd voor het latere leven, zodat je als verantwoordelijk burger in de maatschappij zou kunnen staan. Tussen de opening met gebed en de sluiting met dankgebed werden de leerlingen stevig onder handen genomen. Taal, rekenen, grammatica, aardrijkskunde en geschiedenis, het werd er allemaal in gehamerd, zodat je het nooit meer zou vergeten. En Bijbelse geschiedenis natuurlijk. Op maandag moest je een psalm opzeggen, en er werd gezongen dat het een aard had.


Lucas (‘Bullie’) de Jager was het hoofd van de school. Wie je uit Balkenendes klas ook spreekt, iedereen roemt De Jagers ongekende werkkracht, enthousiasme en betrokkenheid. Van ’s morgens acht tot ’s middags vijf was hij op school te vinden, ’s avonds ging hij op bezoek bij leerlingen die langer dan een week ziek waren, en bij een zieke leerkracht stond hij dezelfde dag al op de stoep. De Jager was ook de hoofdonderwijzer van de zesde klas (nu groep 8) en hij stoomde het klasje dat was voorbestemd om naar het vwo te gaan, klaar voor het toelatingsexamen. Hij woonde naast de school. Klokslag half tien ging het raam open en kwam mevrouw De Jager haar man een kopje koffie brengen, een ritueel dat zich elk dag herhaalde.

Naast ‘Bullie’ de Jager, vallen de namen van meester Bruno de Jager (“Pak maar een vel en ga maar schrijven, al is het een kruiwagen vol”), meester De Graag, meester Van Stel, meester De Jong, juffrouw Cornelisse (“Ze kon prachtig uit de Bijbel vertellen, dan luisterde je ademloos”) en juffrouw Quakkelaar (“Maakte een kunstwerk van het gedicht in je poëziealbum”). En die ene invalkracht, juffrouw Balkenende, natuurlijk. In de derde klas viel ze drie maanden in. “Ze was streng, maar rechtvaardig, en maakte geen onderscheid,” zo wordt gezegd. ‘Streng, maar rechtvaardig’ – een beeld dat oud-leerlingen vaak gebruiken om de sfeer te typeren.

De foto van het schoolteam, genomen midden jaren zestig, zegt meer dan woorden kunnen zeggen. De school telde zeven leerkrachten, vijf mannen en twee vrouwen. Er is nog geen spoor van het lange haar of de popmuziek die de jaren zestig tot de sixties zouden maken. De onderwijzers zitten strak in het pak en dragen een das; de dames dragen een jurk of rok. De vrouwen doen klas 1 en 2, de mannen de bovenste klassen. Ze worden aangesproken met meester of juffrouw, gevolgd door de achternaam.


De beide De Jagers en juffrouw Cornelisse zijn overleden. De anderen zijn gepensioneerd. Wim van Stel, 67, die van 1966 tot 1973 aan de school was verbonden, denkt met een zekere weemoed aan die periode terug. “Ik heb het heel goed gehad in Kapelle. Met schoolhoofd Lucas de Jager kon ik prima overweg, we zaten op dezelfde lijn. Een ouderwetse school met klassikaal onderwijs. Prima. Dat is nu wel anders. Het onderwijs is, landelijk gezien, in de afgelopen decennia achteruit gehold.”

Aan Jan Peter gaf Van Stel in de derde en vierde klas een aantal maanden les. “Een uitstekende leerling, haalde hoge cijfers. Maar hij was bovenal een aardige jongen.”

Gerrit de Graag, nu 67, gaf gymnastiek aan de jongens uit de vijfde en zesde. De beide De Jagers waren niet zo jong meer en lieten de sport graag over aan de jeugdige De Graag. Zelf gaven ze dan rekenen of taal. In sport blonk Jan Peter niet bepaald uit. “Met voetballen liepen ze hem aan alle kanten voorbij. Op het sportveld was hij een beetje de professor. Hij voelde zich niet verheven of zo, maar je merkte dat hij een scherp verstand had.”

Lucas de Jager maakte grote indruk op De Graag. “Een man uit één stuk. Hij kwam een beetje nors over, maar hij stond heel dicht bij de leerlingen. Op het schoolplein gaf hij zomaar een jongetje of meisje liefkozend een aai over het hoofd. Van onderwijsvernieuwing wilde hij niets weten, alles moest bij het oude blijven. Taal en rekenen, dat waren de belangrijkste vakken; expressievakken deden ze maar in hun vrije tijd.”

Jan Peter liep onopvallend, maar zeker niet kleurloos mee in de klas. Een goede leerling met altijd een acht voor gedrag en vlijt. Schoolvrienden onderstrepen dat de Jan Peter Balkenende van toen dezelfde is als de premier van nu. Daar zit geen vloeipapiertje verschil in.


Jan Cees de Kam, zoon van de plaatselijke ambtenaar van de burgerlijke stand, kwam veel bij hem over de vloer. “Zaadhandel Balkenende was een begrip, kinderen konden daar heerlijk spelen; er was altijd wat te doen. Jan Peter was gewoon een fijne knul, anders ben je er geen kameraad mee.”

Na de lagere school zijn de wegen gescheiden. Jan Cees ging naar de lts, Jan Peter naar het christelijk lyceum. Ook politiek zitten ze niet meer op dezelfde lijn. De Kam noemt zichzelf een ‘gematigde’ PvdA’er, Balken-ende werd, in de lijn van z’n vader en grootvader, een overtuigd CDA’er. Dat z’n lagere schoolvriend tot het hoogste ambt werd geroepen, had hij absoluut niet verwacht. “Ik wist dat hij in de politiek zat, meer niet. En ineens was hij premier.”

De Kam vindt dat hij het ‘fantastisch’ doet. “Daar ben ik best trots op. Ik stem weliswaar op de PvdA, maar de verschillen zijn klein. Het gaat om details.”

Een andere schoolvriend, Jan Remijnse, herinnert zich de lagere school als ‘tamelijk streng’, vooral in de hogere klassen. “Jan Peter was een goeie knul, geen kwajongen, maar zeker ook geen nerd. Een fijne vent, die geen spat is veranderd.” Hij is blij dat de premier z’n christelijke achtergrond niet verloochent, reden waarom hij op hem stemt. “Ik ben dankbaar voor mijn christelijke opvoeding.”

Kees Wisse, die de lagere schooltijd beschouwt als een onbezorgde, plezierige periode, behoorde ook tot het vriendenclubje: “Jan Peter was een gezellige jongen. Niks mis mee. Hij kon goed leren, maar hij stond zich daar niet op voor.”

Liesbeth Adriaanse trok twaalf jaar met Jan Peter op: eerst zes jaar op de lagere school, daarna zes jaar op het christelijk lyceum in Goes. Bovendien zaten ze samen op catechisatie in de gereformeerde kerk in Kapelle. ‘Bullie’ de Jager heeft ook op haar indruk gemaakt. Ze kan zich nog goed voor de geest halen dat De Jager vaak per ongeluk met z’n nagels over het bord kraste. De school omschrijft ze als ‘goed en degelijk’. In haar middelbareschooltijd fietste ze in een groepje, met onder anderen Jan Peter, van Kapelle-Biezelinge naar het lyceum in Goes. Jan Peter viel niet op, positief noch negatief. Hij was zeker geen kwajongen. “Andere jongens wilden weleens je tas onder de snelbinders wegtrekken. Zoiets deed hij niet.”


Liesbeth, door oud-schoolgenoten omschreven als een briljante leerlinge, die spelenderwijs het gymnasium doorliep, vindt het knap dat haar oud-klasgenoot zich in de Haagse slangenkuil staande houdt. “Hij wordt van alle kanten aangevallen, maar hij blijft overeind. En dat voor iemand uit Zeeland; in de Randstad zijn ze toch een beetje rapper van tong en wordt er meer op de man gespeeld.”

Ineke Bruk-de Korne had eveneens het geluk dat ze, zoals ze in Zeeland zeggen, ‘een goed verstand heeft’. Terugkijkend zegt ze: “De lagere school was overzichtelijk en gestructureerd, de leerkrachten waren heel duidelijk. Ik kon goed leren, dus ging het allemaal prima. De keerzijde was dat er weinig aandacht voor achterblijvers was. Dat is nu wel anders en dat vind ik goed.” Na de lagere school ging ze naar het christelijk lyceum in Goes. Weer met Jan Peter. En ook zij herinnert zich de latere leider van het land als ‘een aardige jongen, niks mis mee’.

Wilma Zonneveld-Sanderse vraagt zich soms bezorgd af of Jan Peter Balkenende wel is opgewassen tegen de Haagse mores. De dochter van smid Sanderse groeide op in Schore (gemeente Kapelle), ging in de verpleging en woont alweer heel lang buiten Zeeland. Ze heeft dus vergelijkingsmateriaal. “Ik herken die Zeeuwse eigenschappen. Men is daar zachter in de omgang. Jan Peter is ook niet zo’n lik-op-stuk-type. Toen ik hoorde dat hij premier werd, dacht ik: Waar begin je aan, het is een harde wereld, die door de media wordt gedomineerd. Ik was een beetje bezorgd. Gaat het wel lukken? Hij heeft de drive, en hij is zeker geen streber. Juist daarom is hij kwetsbaar.”


De wederzijdse ouders waren met elkaar bevriend. “Na de kerk gingen ze bij elkaar op de koffie, zo ging dat vroeger.” Aan haar lagereschooltijd denkt ze met genoegen terug. “Het was streng, maar niet té streng. Je wist waar je aan toe was.”

Volgens Ineke van Gaalen was Jan Peter een ‘braaf jongetje’, maar, zo voegt ze eraan toe: “Dat is niks bijzonders want iedereen was braaf.” Terugkijkend zegt ze: “Hij was niet stoer, niet verlegen en niet teruggetrokken. Gewoon aardig.” Dat hij in de politiek terecht kwam, heeft haar niet verbaasd. “Op de lagere school was hij al probleemoplossend bezig.” Tijdens de reünie vroeg ze gekscherend of ze op hem moest stemmen. “Ja,” zei hij oprecht enthousiast. “Als dat kan, graag.”

Fruitteler/ondernemer Ad Slabbekoorn moet heel diep in z’n geheugen graven om herinneringen aan de lagereschooltijd op te halen. Plezierig, onbezorgd, christelijk – dat zijn de steekwoorden. Net als de Balkenende’s komt hij uit Biezelinge. Ze zijn in de verte zelfs nog familie. Jan Peter was vlijtig en leergierig, maar niet buitengewoon sportief, al zat hij wel op de padvinderij en judo. Het vervult Slabbekoorn met gepaste trots dat een ex-klasgenoot het tot premier heeft geschopt, zeker omdat Balkenende een politieke geestverwant van hem is. In de verkiezingscampagne stond er dan ook een levensgroot portret van de CDA-lijsttrekker in de boomgaard.

Willem van de Brugge, ten slotte, zoon van een architect, voelt zich weliswaar politiek niet verwant met zijn gewezen klasgenoot – “Ik zit meer op de lijn van Wouter Bos” – maar hij kan hem wel waarderen. “Toen ik hem na zoveel jaar weer ontmoette, dacht ik: Je bent geen spat veranderd. Wat je hem ook kunt verwijten, hij is authentiek. Absoluut geen carrièrepoliticus. Hij was heel serieus, een braaf jongetje. Besturen zit de familie in het bloed.


Je kwam ze overal in het dorp tegen. Jan Peter heeft die lijn doorgetrokken. Hij heeft het premierschap niet gezocht, het is hem overkomen.”

Van de Brugge koestert z’n geboortedorp. “Kapelle is een wonderlijk dorp, heel christelijk en vlijtig. Bijna iedereen werkte in het fruit, vanzelfsprekend moesten ook de kinderen meehelpen in de pluk. Het is toch apart dat zo’n kleine gemeenschapAnnie M.G. Schmidt, Jan Peter Balkenende en Jan Kees de Jager heeft voorgebracht. Dat kan, denk ik weleens, geen toeval zijn.”

Hoewel Jan Peter Balkenende vrij onopvallend de lagere school doorliep, trad hij op beslissende momenten wel naar voren. Dan ontpopte hij zich als een natuurlijke leider. Zo schreef hij in een handomdraai het afscheidslied van de school op de melodie van ‘Daar was een boer in Zwitserland’.

Nu gaan we allemaal van school, kadee…

Wat hadden wij daar pret en jool, laberdie… (2x)

We zijn het leren vrees’lijk beu, kadee…

En leven liever als een keu, laberdie… (2x)

Je leert het nooit, je leert het nooit, kadee…

Wat hebben wij dat vaak gehoord, laberdie… (2x)

Wat doe jij dom, wat ben jij stom, kadee…

Maar de klas die gaf er glad niet om, laberdie… (2x)

Toch was dat echter maar gepraat, kadee…

Want heus, de meester is niet kwaad, laberdie… (2x)

We hadden ’t echt wel naar ons zin, kadee…

Maar nu wacht ons een nieuw begin, laberdie… (2x)

De meester heeft zich uitgesloofd, kadee…

Hij zij geprezen en geloofd, laberdie… (2x)

Arja van Harten: “Typisch Jan Peter. Hij drong zich niet op, stond niet met zijn neus vooraan maar als je hem nodig had, dan was hij er. Je kon op hem bouwen.”


Toen Peter Balkenende (z’n volledige doopnaam Jan Peter gebruikte hij pas later) in de jaren zestig op de Christelijke Nationale School in Kapelle zat, was de schoolkeuze een ingewikkelde materie. Kapelle (toen ongeveer 5000 inwoners) en Biezelinge (1300 inwoners) waren in die tijd twee werelden, die door de spoorlijn werden gescheiden. De inwoners van Kapelle voelden zich, zo gaat het verhaal, verheven boven de boertige Biezelingenaren, die op hun beurt de Kapellenarenweer arrogant vonden.

In Biezelinge stonden drie kerken: de Nederlands hervormde kerk, de christelijke gereformeerde kerk en de gereformeerde gemeente (‘de zwartekousenkerk), die inmiddels naar de rand van Kapelle is verhuisd. Kapelle telt twee kerken: de Nederlands hervormde kerk en de gereformeerde kerk (synodaal), beide behorend tot de Protestantse Kerk in Nederland (PKN).

In de lagereschoolperiode van Peter Balkenende was de verzuiling nog helemaal intact, net als het onderscheid tussen Kapelle en Biezelinge. En zo kon het gebeuren dat de synodaal gereformeerden, de christelijke gereformeerden en de bevindelijke gereformeerden uit Kapelle, Biezelinge en het nabijgelegen Schore, naar de Christelijke Nationale School in Kapelle gingen. De ‘lichte’ gereformeerden uit Biezelinge bleven in hun eigen dorp, en gingen naar de hervormde dorpsschool. Niet-gelovigen en ‘lichte’ hervormden uit Kapelle bezochten de openbare school.

De bevindelijke gereformeerden gingen vanaf 1973 hun eigen weg. Dertig leerlingen vertrokken eerst naar ‘s-Gravenpolder; een paar jaar later werd voor die doelgroep de Juliana van Stolbergschool opgericht.

Meer leuke content? Like ons op Facebook

Kees van Oosten