De Tobbers

Dijkgraaf: Zeg Blijboom…

Blijboom: Opzouten, kale kiendop! Ik ben he-le-maal klaar met jou! En met dat achterlijke blaadje van je! Rol ’t maar lekker op en steek ’t daar waar de zon niet schijnt!

Dijkgraaf: O jeetje! Is het weer zo ver, meid? Zijn we ongesteld? Moet ome Jan zich weer voor rotte vis laten uitmaken omdat meneer aan de kant is gezet door zijn negentiende vriendje, dit jaar? Ik heb het er wel een beetje mee gehad, hoor. Volgens mij heb jij mij harder nodig dan ik jou.

Blijboom: Harder? Nou, dan hebben we het dus niet over dat slappe gelul van jou, wahaaaaa!!!

Dijkgraaf: Is de apotheek nog gesloten? Ben je door je voorraad pilletjes heen? Ik maakte al hits toen jij nog onderbroeken voor een gulden stond te verkopen op de Albert Cuyp, dus het kan misschien geen kwaad als je je eigen plaats op de planeet weer een beetje gaat opzoeken. En als je daar bent, en je gaat op je tenen staan, als de reuma dat tenminste toelaat, of welke kwaal je nu weer hebt, en je kijkt omhoog, dan mag je naar me zwaaien, begrepen? Ordinaire man.

Blijboom: Een gillende keukenmeid die haar eigen platen opkoopt en dan over hits praat kan ik niet serieus nemen. Niet serieus NÉMEN, snap je ‘m? Ha-hááááááá!!!!

Dijkgraaf: Dat gelóóf je toch niet? Meneer heeft in zijn hele, al 83 jaar durende ‘carrière’ nog nooit op eigen kracht iets gepresteerd en wat een héél klein beetje in de richting kwam, gebeurde onder een pseudoniem. Onder je echte naam, Cornelis Willem, herkent helemaal niemand je. Zelfs je eigen moeder niet. Wat misschien maar beter is ook, woehahahaha.

Blijboom: Alsof jóuw moeder je nog herkent, nu je die struik andijvie van je knar hebt gerost! Maar wel aanlokkelijk hoor, zo’n gladde schedel. Vet ‘m effe in, dan ga ik erop zitten, hahahahahaaaaa!!!


Dijkgraaf: Heb je nou echt niet door hoe het zit, lelijke nagemaakte? Toen René geld nodig had, kwam-ie naar mij. Hij zegt: “Ome Jan, ik heb een duur wijf, dure kinderen, een alimentatieverplichting waar een modaal gezin riant van kan leven, dus ik heb een idee. Ik kan zelf niet zingen, maar ben wel een stoere hetero, die het nog lekker doet bij de vrouwtjes, al zeg ik het zelf. Jij hebt een strot van goud en een uitstraling om ú tegen te zeggen. Dus ik dacht: wij moeten samen iets gaan doen op het podium. Meteen groot aanpakken. De ArenA een paar avonden vol en we scoren tien keer de Balkenende-norm.” En ik zeg tegen René: “Bolle, helemaal toppie. Op één ding na: we missen nog een joker. Een schlemiel. We maken er een triootje van, alles in het nette natuurlijk, woehahahaha.” Dus we zochten een pispaal. En toen hebben we jou gebeld, je een paar aalmoezen toegeworpen en zó ontstond De Toppers. En daarna liep het uit de hand, want we hadden het ‘De Twee Toppers plus Blijboom’ moeten noemen. Dus ik ben wel klaar met je. Ik ga ermee kappen. Ik heb wel wat beters te doen dan me door jou te laten beledigen. Ik zal nooit meer even bijhij je sijhijn, achterlijke schuifdeurartiest.

Blijboom: En nu moet ik zeker zeggen dat je beter een pispáál kunt hebben dan een nat washandje, toch? O man, wat word ik hier toch moe van. Dat nagemaakte gescheld en gevit, die pr-ruzietjes die altijd weer worden bijgelegd, waarna er pagina’s lang kan worden uitgehuild op de dikke tieten van Wilma Nanninga. Heel campinglievend Nederland straks gezusterlijk bijeen op het grote verzoeningsfeest in de ArenA, maar niet voordat we nog even een zestien weken durende make-of-real-life-soap door de strot geduwd hebben gekregen. Man, ik kan er niet meer tegen, ik heb er geen kracht meer voor. O nee, dat was jouw tekst, hè?


Dijkgraaf: Precies! De hoofdredactie van HP/De Tijd heeft zojuist unaniem, want in zijn eentje, besloten dat dit jaar geen letter meer mag worden geschreven over De Toppers in het algemeen en Gerard Joling en Gordon in het bijzonder. En volgend jaar evenmin. We gaan het niveau opkrikken.

Blijboom: Opkri…

Dijkgraaf: GENOEG!!!

import blijboom dijkgraaf