De vijanden van Midas

Ben je geïnteresseerd in natuur en milieu, of wil je gewoon iets meer weten over het gedrag van dieren, met inbegrip van je eigen met bont beklede of bepluimde huisgenoten, dan ben je bij Midas Dekkers aan het best mogelijke adres. Onderwijzen is zijn lust en zijn leven, maar hij verpakt zijn kennis zo feestelijk in droogkomische verhalen en persoonlijke anekdotes dat de lezer nauwelijks in de gaten heeft dat hij weer in de schoolbanken zit en naar een biologieleraar luistert. Dat is in de eerste plaats natuurlijk een kwestie van taal en stijl: bij Dekkers geen woord te veel en elk woord op de juiste plaats.

In deze twee vuistdikke gebonden delen, samen meer dan 1500 pagina’s, waarin het gros van zijn dierencolumns is gebundeld, kun je goed zien hoe dat speelse Midas Dekkers-effect wordt bereikt.

In de eerste alinea is het al raak, want die bevat steevast een vraag of een observatie die zo verrassend tegendraads wordt geformuleerd dat je wel gedwongen bent om door te lezen. Al zijn columns zijn pageturners in het klein. Een stuk dat de titel ‘Het varkenshaasje’ meekreeg, begint bijvoorbeeld zo: “Vlees is lijk. Een beetje eng dus, maar wel lekker. Dat gaat wel vaker samen.” Kijk, zo bouw je suspense op. Wat er op dat intrigerende begin volgt, is een leerzame uiteenzetting over lijkstijfheid en de weinig zachtzinnige slachtmethoden in abattoirs. Zo wordt het begrip ‘vers vlees’ ontmaskerd als een contradictio in terminis: écht vers vlees is zo stijf als een plank. En dan komt de punchline, die eveneens verhelderend is voor zijn werkwijze. Hiermee laat Dekkers zich kennen als maatschappijcriticus, als iemand die een streng, moreel standpunt inneemt over de manier waarop er met dieren wordt gesold. “Het resultaat,” noteert hij schamper, “ziet u in de vitrine bij de slager: geschokte stukjes oud lijk. Echt iets voor de liefhebber.”

Dat moralisme van Dekkers wordt meestal gemaskeerd met ironie, alsof hij de hypocriete manier waarop mensen met dieren omgaan vooral met verbazing beziet. Hoofdschuddend, maar tamelijk onthecht. Pas als je veel van die stukjes achter elkaar leest, valt op hoe kenmerkend die schampere toon is voor zijn kijk op de wereld. Er is altijd wel iemand die van Dekkers op zijn donder krijgt. Of het nou de verslaafde biefstukvreters zijn, de door missiedrang voortbewogen vegetariërs, of het halfgare oude vrouwtje dat tegen haar mottige dwergkees staat te flemen voor het koelvak in de supermarkt, terwijl ze haar karretje volgooit met salmonella-kipfilets uit de bio-industrie. Zelfs Dekkers’ vakgenoten krijgen er van langs, want achter elke boom in een natuurreservaat staat inmiddels wel een bioloog, klaar om ook de laatste restjes dierlijk leven een zendertje om te doen.


Daar kan ik allemaal inkomen, maar het wordt op die manier wel lastig om je een beeld te vormen van de ‘vijand’ waar Midas Dekkers het op gemunt heeft. Dierenliefde vindt hij verdacht, want die berust maar al te vaak op sentimentele projecties, evenals liefde voor de onbarmhartige ‘natuur’. Maar milieuactivisten die paddenpoeltjes aanleggen vinden ook geen genade in zijn ogen, want dat is maar prutswerk, dat schiet niet op.

Tja, maar hoe moet het dan wél?

Midas Dekkers:

Alle beesten I en II.

Contact. €49,95.

Ook verkrijgbaar via www.ako.nl

1 Omdat jij mijn beste vriend bent (2) – Youp van ’t Hek

2 Taal is zeg maar echt mijn ding (3) – Paulien Cornelisse

3 God is gek (1) – Kluun

4 Overleef de kredietcrisis (5) – Willem Middelkoop

5 De vastgoedfraude (4) – Vasco van der Boon & Gerben van der Marel

6 Fokke & Sukke – Het afzien van 2009 (-) – Reid, Geleijnse & Van Tol

7 Superwijngids 2010 (6) – Nicolaas Klei

8 Opkomst en ondergang van DSB (-) – Peter de Waard et al.

9 Yab Yum (re) – Theo Heuft

10 Overal wonen mensen (-) – Martin Bril

Emma Brunt