Koude rillingen bij de centrale verwarming

De winter is hét seizoen voor ijzingwekkende thrillers. HP/De Tijd selecteerde voor u de spannendste boeken van het afgelopen jaar.

Kate Summerscale

(Nieuw Amsterdam, €18,95 / Bloomsbury, €11,95)

Jonathan Whicher was in de negentiende eeuw een van de eerste rechercheurs van Scotland Yard, en zijn werk sprak enorm tot de verbeelding. Evenals een van zijn zaken: de moord op het zoontje van een rijke familie. Contemporaine auteurs zoals Charles Dickens trokken lering uit de manier waarop Whicher de zaak oploste en liet zien dat de dood van het kind deel uitmaakte van een web van bedrog en Victoriaanse mores. In dit spannende ‘landhuis-moordmysterie’ verbindt Summerscale dit waargebeurde verhaal op een weergaloze manier met sociale geschiedenis, het ontstaan van de misdaadroman en de essentie van het rechercheurswerk. Wat een grandioze traktatie!

John Hart

(Luitingh, €14,95 / John Murray, €18,95)

Harts Britse uitgever maakt een vergelijking met John Grisham. Die is onterecht. Waar bij Grisham het individu doorgaans vecht tegen hogere machten, worstelen die individuen bij Hart vooral met elkaar en met zichzelf. Dat levert een indringend mooie en aangrijpende thriller op over de complexiteit van menselijke gevoelens en van beslissingen die ingrijpende gevolgen kunnen hebben. In beeldend proza neemt Hart ons mee op de verbeten zoektocht van de dertienjarige Johnny naar zijn vermiste tweelingzusje. De jongen vindt een bondgenoot in detective Hunt, die op meerdere manieren bij de zaak betrokken is. En terwijl de ene plotwending de andere opvolgt, worden vriendschappen en familierelaties steeds zwaarder op de proef gesteld.

Sarah Waters

(Nijgh & Van Ditmar, €19,90 / Virago, €16,95)


Die naoorlogse zomer lijkt het licht in Hundreds Hall nog door goudstof gefilterd. Maar ook dan valt het huisarts Faraday al op hoe vervallen het eens zo glorieuze landhuis erbij ligt. De tijd van de grootgrondbezitters is voorbij; de familie Ayers wordt geplaagd door financiële moeilijkheden en verlies aan status. Maar bovenal door een onheilspellende ‘kleine vreemdeling’, een ondefinieerbare aanwezigheid die uit de kieren van het verwaarloosde huis kruipt en voor de bewoners levensecht is. Volgens de huisarts vallen de gezinsleden vooral ten prooi aan hun eigen hersenspinsels. Waters laat de lezer in zenuwslopende onzekerheid en dient een huiveringwekkend, maatschappijkritisch ‘spookverhaal’ op met schitterend getekende karakters. Oef!

Johan Theorin

(De Geus, €22,50)

Soms val je als een blok voor een auteur. Zo ook bij Theorin. In een uitgekiend opgebouwd verhaal waarin hij heden en verleden verweeft, neemt hij de lezer mee naar een monumentale hofstede aan de verlaten kust van het Zweedse land. Het huis is gebouwd van hout ‘waar stervende zeelieden zich aan vastklampten’. Daarmee bezegelt Theorin meteen het lot van de nieuwe bewoners, een jong gezin uit Stockholm. Wanneer een van de gezinsleden onder verdachte omstandigheden verdrinkt, probeert een ontredderde vader de waarheid te achterhalen. Met fijne pen voert Theorin zijn lezers langs ontroerende scènes, een snijdende sneeuwstorm en uiteindelijk naar een zinderende apotheose en een volkome onverwachte ontknoping.

(A.W. Bruna, €19,95)

De uitgever schoot Lapidus de wereld in als hét nieuwe ‘thrillerfenomeen’ uit Zweden (in het kielzog van het succes van Stieg Larsson), en Lapidus stelt niet teleur. In een rauwe thriller schetst hij de Stockholmse onderwereld, waar het binnen de Joegomaffia behoorlijk rommelt, de jetset onbekommerd ‘charlie’ (cocaïne) naar binnen schuift, en in beide kampen naar believen ‘chickies’ worden geneukt. Te midden van dit alles moeten drie criminelen zich zien te handhaven, en dat valt ook voor zware jongens niet mee. Lapidus brengt de drie verhaallijnen gehaaid bij elkaar in een ijzingwekkende apotheose en weet zijn hoofdpersonen een menselijk gezicht te geven. Dat is knap. Snel geld leest als een stomp in je maag en laat je naar adem snakkend achter.


(De Fontein, €18,95 / Orion, €9,95)

In een hotelkamer in New York is Joseph bezig met sterven. Met een weemoedige blik waar de dreiging steeds meer doorheen sijpelt, kijkt hij terug op zijn jeugd in een klein plaatsje in Georgia. Vanaf het moment dat de dood naar Augusta Falls komt in de vorm van een beestachtige meisjesverkrachter en -moordenaar zijn de onbezorgde jongensjaren voorbij. De moorden verwoesten zijn leven, want de kracht van de verbeelding en van het geschreven verhaal, die voor hem een reddingsboei zouden moeten zijn, zorgen er juist voor dat hij ‘de levens die nog niet af waren’ nooit meer uit zijn hoofd kan zetten. In een schitterend verhaal, opgetekend in bitterzoet proza, zoekt Joseph de confrontatie met de dader.

(De Geus, €21,90 / Serpent’s Tail, €12)

Geen boek voor op het nachtkastje, want deze vlijmscherpe psychologische onttakeling verdient een wakkere blik. We schrijven Hollywood, begin jaren zeventig. De briljante taalkundige Robert Hamilton wordt thuis dood aangetroffen, en al gauw luidt de conclusie: vermoord door schandknapen. Want Robert had een geheime voorkeur voor stevige seks met zwarte jongens. Bovendien was er een getuige: Roberts veel jongere broer Jay. Jay is inmiddels een zelfgenoegzame psychoanalyticus, die zijn patiënten manipuleert en gebruikt voor zijn literaire ambities. Maar als een biografe in het verleden van Robert duikt, ziet Jay zich gedwongen een aantal onaangename waarheden onder ogen te zien. De eigen geest als sluipmoordenaar; met prachtige, soms onbarmhartige observaties.

(De Boekerij, €18,95 / Simon & Schuster, €9,95)

Dat Cross veel meer kan dan scenario’s schrijven voor de populaire Britse televisieserie Spooks bewijst hij met het indrukwekkende Verzwegen. Opgeladen door de nodige coke en drank stort radio-researcher Nathan zich in een kerstfeestje waar hij eigenlijk geen zin in heeft. En dat loopt een beetje uit de hand. In een ranzige scène komt een meisje om het leven, en Nathan zit tegen wil en dank opgescheept met een obscure bondgenoot, die jaren later plotseling weer voor zijn neus staat. In glasheldere, messcherpe taal (en met humor) beschrijft Cross hoe Nathan emotioneel wordt opgevreten en de grip op zijn weer zorgvuldig opgebouwde leven dreigt te verliezen. Brrr!


(Cargo, €19,90 / Random House, €15,99)

Harris is een meester in het blootleggen van politieke machinaties. Dat hij daarvoor met zijn drieluik over Cicero het oude Rome gebruikt, maakt zijn (grotendeels op feiten gebaseerde) verhaal des te dramatischer. En sappiger. Want hoewel intriges, omkoping, wheelen en dealen en chicaneren van alle tijden zijn, was het politieke theater in die dagen een stuk rijker aan moord, doodslag, overspel en intriges. Bovendien zijn het roerige tijden als de geslepen orator en politicus Cicero in het jaar 63 voor Christus toetreedt tot het centrum van de Romeinse macht. Machtige vijanden zijn uit op zijn val, en hij helpt ze zelf een handje. Macht corrumpeert tenslotte, zoals Harris in deze virtuoze, rijk gedetailleerde roman laat zien.

(A.W. Bruna, €19,95 / HarperCollins, €7,99)

Twintig jaar lang kraaide er geen haan naar de moord op drugsdealer Tommy Greely. Maar nu wil iedereen opeens zijn tanden in die zaak zetten, met de moord op de sukkelige kruimelboef Joey de Bietser als startsein. Diens sympathieke advocaat Victor Carl raakt al snel verzeild in een levendig doolhof, dat wordt bevolkt door kleurrijke personages als een getormenteerde hoge rechter, een gefrustreerd FBI-mannetje, een egoïstische drugshandelaar, een Marilyn Monroe-achtige ‘vice-president’ en een doodzieke vader die almaar wil vertellen over een oud liefje in plooirok. Vernuftig en met ongebreideld plezier stapelt Lashner raadsel op raadsel, en drijft hij de lezer van de ene wending naar de andere. Een warmbloedige pageturner. Smullen.

(Cargo, €19,90)

Wondermans eindspel is uit woede en machteloosheid geschreven. Woede over burgeroorlogen in Afrika, over de hulpindustrie, over hoe alle partijen vooral hun eigen gelijk zien en over nog veel meer. Deze wereld was ooit de wereld van onderhandelaar Jaap Vos, nu uitgerangeerd maar eens een ‘wonderman’ die vrede in Afrika wist te bewerkstelligen.


Hij wacht op dat ene telefoontje, wil nog één keer schitteren, en dat telefoontje van Kofi Annan komt inderdaad. Maar in Afrika blijkt zijn kunstje niet meer te werken en raakt hij verstrikt in geraffineerde machtsspelletjes. Een politieke thriller die met typische Asman-aplomb ergens over gaat en ook nog eens prachtig is geschreven.

(Anthos, €19,95)

Ach, wat heeft Dijkzeul met Paul Vegter toch een heerlijke inspecteur geschapen! Daar zijn er niet veel van in Nederland. Geen fratsen, geen gekkigheid, gewoon een man van vlees en bloed. Bij wie het politiewerk opeens akelig dicht bij huis komt wanneer een vrouwelijke collega wordt aangevallen. Renée lijkt het slachtoffer van een seriemoordenaar met een obsessie voor roodharigen. Dijkzeul vertelt het verhaal onder meer vanuit het perspectief van de dader en zijn echtgenote, en daaruit blijkt dat hij een veel berekender motief heeft. Dader en inspecteur cirkelen als jager en prooi om elkaar heen. In combinatie met haar sobere verteltrant creëert Dijkzeul daardoor een bijna ondraaglijke spanning, die ze tot het bitterzoete einde vasthoudt.

(Anthos, €19,95 / HarperCollins, €9,95)

Mills plaatst zijn verhalen altijd tegen een historische achtergrond, en gelukkig maar, want daar is hij goed in. In Verloren eiland schetst hij met veel gevoel voor sfeer het door de Duitsers kapotgebombardeerde Malta van 1942. De Maltezers lijden honger en hebben genoeg van een oorlog die niet de hunne is. De Britse kolonisator probeert ondertussen via inlichtingen- en pr-officier Max Chadwick de stemming op het eiland erin te houden. Dit wankele evenwicht dreigt verstoord te raken wanneer een aantal Maltese meisjes wordt vermoord en de dader in Britse kring gezocht lijkt te moeten worden. Tussen de oorverdovende stilte van de bominslagen door voert Chadwick zijn eigen achterhoedegevecht tegen een verraderlijke vijand.


(Signatuur, €12,50)

In tegenstelling tot haar eerdere werk koos Schenkel voor Bunker geen historische (Duitse) moordzaak als uitgangspunt. Wel hebben opzienbarende zaken als die van Natasha Kamphues, die jarenlang in een kelder werd vastgehouden, de schrijfster duidelijk stof tot nadenken gegeven. Een werkneemster van een autoverhuurbedrijf wordt ontvoerd en opgesloten in een bunker onder een verlaten molen. Maar hoe onschuldig is deze dame? En hoe schuldig is de man die haar vasthoudt? In dwingende, staccato zinnetjes ontwikkelt zich een gruwelijk kat-en-muisspel tussen dader en slachtoffer, waarbij het steeds moeilijker wordt de een van de ander te onderscheiden. Schenkel zit haar hoofdpersonen beklemmend dicht op de huid.

(De Boekerij, €19,95 / Orion, €14,95)

Voor liefhebbers niets nieuws: Connelly’s naam staat immer garant voor een sterk en donker staaltje vakmanschap. Ook nu weer grijpt hij zijn lezers vast en sleurt hij ze mee de duisternis in, al kiert er deze keer ook wat licht. Misdaadverslaggever Jack McEvoy (die we nog kennen uit het sublieme De dichter) wordt wegbezuinigd, en wil nog een keer schitteren met ‘Pullitzer Prize-materiaal’. Hij krijgt de ingrediënten daarvoor op een presenteerblaadje aangeleverd in de vorm van een geslepen seriemoordenaar, die zijn slachtoffers van internet plukt en bovendien een onsmakelijke seksuele obsessie heeft. McEvoy opent de jacht, maar hij en de zijnen worden al snel zelf opgejaagd wild. We nemen ons petje af. Alweer.

(Cargo, €19,90 / Arrow Books, €17,99)

Het paradepaardje van Cargo levert met Genesis een thriller af die staat als een huis, de zoveelste in de serie rond kinderarts Sara Linton. Sara probeert na de moord op haar Jeffrey een nieuw leven op te bouwen in een ziekenhuis in Atlanta. Hoewel ze haar bijbaan als lijkschouwer eraan heeft gegeven, begint het na de vondst van een gruwelijk toegetakelde vrouw toch weer te kriebelen. Zo ontmoet ze ook rechercheur Will Trent, die een traumatische jeugd heeft gehad. Dat laatste – beschadigde mensen – is Slaughters handelsmerk. En dat levert, tussen het trefzekere politiewerk en een race tegen de klok, aangrijpende momenten op van menselijk verlangen en onvermogen.


(Anthos, €19,95 / Penguin, €10)

Ramsay heeft veel aandacht voor haar personages en geeft ze lekker veel vlees op de botten; dat is een deel van de charme van haar boeken. Huiselijke besognes, kleine onhebbelijkheden, grote ambities en collega’s die elkaar de loef proberen af te steken dan wel voor elkaar door het vuur gaan; het maakt het rechercheteam van bureau Patrickhill in Glasgow levensecht. Het loopt tegen Kerst, het bureau is onderbezet, maar de werkdruk is enorm. Een teruggekeerde rockster behoeft bewaking, een brandslachtoffer is niet wat het lijkt, en er raken twee jongetjes vermist. Jongetjes naar wie de ouders nauwelijks omkijken, want Zingen voor de doden is een warm pleidooi tegen affectieve verwaarlozing.

(Archipel, €21,95 / Sphere Books, €11,95)

Fyfield heeft inmiddels een aardige reputatie opgebouwd als ontleedster van geweld tegen vrouwen. Dat maakt de dreiging in haar boeken vaak van de mistroostige soort, en daar moet je voor in de stemming zijn. Maar de lezer krijgt daar wel iets voor terug: een ingenieus plot met een complexe hoofdpersoon, Henrietta, die zo haar eigen drijfveren heeft om haar zus te wreken. Die zus is door haar vriend, een doodenge psychopaat, op geniepige wijze mishandeld. In de rechtszaal maakt zijn advocate zijn voorwerk vakkundig af. Het gaat tenslotte om winnen – hoe makkelijk ook de prooi. Maar dan draait Henrietta met een sterk staaltje psychologische oorlogsvoering de duimschroeven aan.

(Cargo, €18,90)

Holts hoofdpersoon moet weinig hebben van kerkvaders. En van de Geert Wildersen van deze wereld – in dit geval een vrouw. Eigenlijk moet ex-rechercheur Hanne Wilhelmse aanvankelijk van niemand iets hebben. Maar dat is lastig als je in een onvervalst ‘gesloten kamer-mysterie’ met ruim honderd mensen vastzit in een van de buitenwereld afgesneden hotel en bovendien zelf aan een rolstoel bent gekluisterd. Buiten regeert de sneeuw en binnen vallen een paar doden. Met zelfverzekerde hand en een verfrissende luchthartige zwartgalligheid voert Holt haar ex-rechercheur naar een Agatha Christie-achtig slottafereel. Met een actuele wending in de vorm van een zeer geloofwaardige doofpotaffaire. Als (Noorse) ex-minister van Justitie weet Holt ongetwijfeld waar ze het over heeft.


(Luitingh, €19,95 / Allison and Busby, €12,50)

De Andrew Fenwick-serie is een politiedetective in de beste Britse traditie en verdient meer grond onder de voeten in Nederland. Hoewel het begin van Schuldeloos – met een majoor die zich als reddende engel opwerpt voor een paar bestolen bejaarden – niet direct bloedstollend is. Maar als diezelfde majoor betrokken lijkt bij een machtig pedofielennetwerk waarnaar Fenwick onderzoek doet, begint de spanning op te lopen en sluipt er een flinke dosis venijn het verhaal binnen. Corley heeft een haarfijn inzicht in hoe pedofielen hun slachtoffers corrumperen, waardoor deze zelf ‘schuldig’ worden aan hun eigen ondergang. Een ten hemel schreiend gegeven. Plus een scherp oog voor het voetwerk van de gewone politieman en elkaar beconcurrerende politieafdelingen.

(De Boekerij, €18,95 / Transworld Publishers, €9,99)

Een opmerkelijk ‘debuut’, met personages die zo van het papier lijken te stappen. Bovendien zijn ze, zoals alles in dit boek, net een beetje anders dan anders. Een 61-jarige vrouwelijke politie-inspecteur met rugklachten, een drankprobleem én een moeder die haar op dieet zet, komen we althans niet vaak tegen. Ook Wolfes seriemoordenaar, die het oosten van Canada niet echt onveilig maakt, is geen stereotiepe psychopaat, eerder een man met een serieuze inzinking. Wolfe (pseudoniem van een bekende Noord-Amerikaanse schrijfster) wil niet in de discussie literatuur versus genre-fictie betrokken worden. Met dit donkere boek, vol schokkende scènes maar ook met een warm kloppend hart, laat ze zien dat beide heel goed samen gaan.

(Anthos, €19,95 / Simon & Schuster, €15,99)


Smith schoot met zijn debuut Kind 44 direct in de roos. Kolyma betoont zich een waardig opvolger. Stalin is inmiddels overleden en de gespannen Sovjetburgers weten niet wat ze moeten denken van de nieuwe koers die zijn opvolger Chroesjtsjov lijkt te willen inslaan. Maar als Leo Demidov denkt dat hij daarmee zijn daden als veiligheidsofficier onder Stalin kan vergeten, komt hij bedrogen uit. Dat verleden haalt hem in en komt terug als een Engel der Wrake. Daarmee stelt Smith het conflict tussen het eigen geweten en de eisen van een dictatuur prachtig op scherp en voert hij zijn lezers van de gruwelen van de Siberische goelag naar de opstand in Boedapest voor een daverend slotakkoord.

(De Fontein, €17,95 / Penguin, €10,99)

Met De dood ging in wit gekleed levert Kelly een loepzuivere whodunit af die zich afspeelt aan de sfeervol getekende kust van het Britse Norfolk. Negen automobilisten zijn vastgelopen in een sneeuwstorm; vooraan verspert een ‘omgevallen’ boom de weg, en in de laatste auto is geen beweging te krijgen. Achterdochtig jegens elkaar – en niet onterecht, want ze hebben allemaal iets te verbergen – sluiten de bestuurders zich in hun eigen auto op tot er hulp komt. Maar er valt een dode. Ondanks hun onderlinge wantrouwen leggen inspecteur Peter Shaw en zijn partner met ouderwets speurwerk en in mooie zinnen een spannende kluwen van leugens bloot. Hopelijk houdt Kelly dit duo erin.

(De Boekerij, €19,95 / Orion, €7,99)

In deze duizelingwekkende pageturner wil het thuis in de VS niet zo vlotten met de liefde. Dus schiet sportagent Myron Bolitar voormalig liefje en CNN-onderzoeksjournalist Terese te hulp in Parijs. Tereses ex-man bleek iets op het spoor, maar is spoorloos verdwenen. Al snel moet Myron het gevecht aan met een nietsontziende en onduidelijke vijand, en daarbij zitten politie en terreureenheden hem ook nog eens in de weg. Bovendien heeft ook Terese iets te verbergen. Met veel vaart, knisperige dialogen en de hulp van een steenrijke vriend (altijd handig als je in gevaar verkeert) ontrafelt Myron een cynisch, actueel en angstaanjagend complot, waarvan het basisidee al eens door de nazi’s werd beproefd.


(Mynx, €19,95 / Jove Books, €9,99)

Geen moord of doodslag in deze originele thriller van Kellerman, maar een verfijnder soort misdaad: diefstal van geestelijk eigendom. En dat allemaal voor de schone kunsten, of voor de status en portemonnee van kunsthandelaar Ethan Muller, wiens opportunistische habitat Kellerman met veel genoegen fileert. Ethan probeert zijn naam te vestigen in de kunsthandel en eigent zich derhalve een aantal horrorachtige tekeningen toe, waarin een oud-politieman een vermoord jongetje meent te herkennen. Ethan denkt aan de dollars, niet aan de verdwenen maker. Dat had-ie beter wel kunnen doen. Kellerman verweeft het verhaal met de familiegeschiedenis van een joodse pioneer en bouwt de spanning met veel ‘fingerspitzengefühl’ op.

Marcella van der Weg