Erben Wennemars

Erben Wennemars is bezig aan zijn laatste seizoen als schaatser. Daarin blijft hij tot nu toe ver verwijderd van het wereldtopniveau van eerdere jaren. Opgeven is geen optie: hij wil in Vancouver nog één keer ‘de ballen uit zijn broek rijden’

“Op mijn negentiende dacht ik serieus dat ik zaterdagavond in de kroeg tien bier kon drinken en de volgende zondag toch gewoon heel hard kon schaatsen. Het was een leuke tijd, maar toen ging ik dus niet zo efficiënt met mijn lichaam om.”

De toon is gezet. Op zijn 34ste, in zijn laatste jaar als schaatser, zal hij desgevraagd een aantal geleerde lessen op rij zetten. Maar op een saai hoorcollege hoeft dat niet uit te draaien als de verteller Erben Wennemars heet, een niet-alledaagse naam waarmee het vaderland ooit enige moeite had. “Die is inderdaad uniek, en door mijn moeder bedacht. Zelf snap ik nog steeds niet helemaal hoe ze van Egbert Rolf tot Erben is gekomen. Vroeger was ik er ook niet erg blij mee. Je wilt toch dat anderen je naam goed schrijven en onthouden, en er geen Erwin, Gerben of Herben van maken. In mijn beginjaren als schaatser heb ik van alles langs horen komen, behalve Erben. Dus ben ik me maar gaan voorstellen als Kees Roeiboot. Zo’n naam zou wel blijven hangen, dacht ik. En ja, ik zat dus nogal eens in de kroeg en daar ontstaan zulke ideeën. Ik heb er wel meer bedacht. Eenmaal ben ik geïnterviewd voor Boerderij, en ik ben op een boerderij groot gebracht. Boerderij was het enige blad dat we thuis kregen. Elke boer heeft daar een abonnement op. In de kroeg heb ik om een kratje bier gewed dat ik in het interview zou zeggen dat ik op zoek was naar een mooie boerendochter met een mooi melkquotum.”

Met een grote grijns vertelt hij dat hij die opmerking tot vier keer toe heeft herhaald, om er zo zeker van te zijn dat die het artikel zou halen. Inderdaad heeft hij zijn krat bier kunnen claimen. “Bij de redactie zijn ook nog flink wat reacties binnen gekomen van zogenaamd mooie meisjes, maar die hadden mijn kroegvrienden geschreven.”

ees het hele artikel in de HP/De Tijd van deze week.

Rob Willemse