Interview Philip Freriks

Philip Freriks (65) zwaait na dertien jaar af als presentator van het Acht Uur Journaal van de NOS. Een gesprek over wegdromen bij Meppel, de cao van Hare Majesteit en het Le Pen-gehalte van Geert Wilders. ‘Ik vroeg me vorig jaar echt even af: gaan we 1929 overdoen?’

In 1996 werd u presentator van het NOS Journaal. Een droombaan?
“Voor veel mensen wel, ja. En het is ook een hartstikke leuke baan.”

Dacht u vroeger al: ooit wil ik Het Journaal presenteren?
“Nee. Maar toen het in mijn buurt kwam – er was weleens een suggestie gedaan – begon ik te denken: dit zou wel een heel mooie landing zijn!”

Is het nou eigenlijk wel zo moeilijk, dat nieuwslezen? Is het niet net zoals het vliegen van een Boeing 747? Het lijkt heel wat en je hebt een mooie pet op, maar de facto ben je gewoon een soort buschauffeur die dat ding volgens allerlei standaardprocedures van A naar B brengt.
“Nieuwslezen is een vak. Moeilijk is het niet, maar er komen wel een paar irrationele factoren bij om de hoek kijken. Mensen kijken op bepaalde manier naar je. Ze pikken het of pikken het niet. Je irriteert ze of je irriteert ze niet. Dat heb je zelf maar deels in de hand. Voor de rest is het gewoon zo als een krant wordt gemaakt: je hebt een redactievergadering, je moet je inlezen, je moet teksten schrijven.”

Wat ‘een’ Matthijs van Nieuwkerk doet is toch veel moeilijker? Hij moet in De Wereld Draait Door live een reeks hypergeanimeerde gesprekken voeren met totaal verschillende gasten.
“Wij maken een televisiekrant, dat is een ander product dan een talkshow, waarin het vooral gaat om lichtvoetige vrolijkheid. Dat doet Matthijs heel goed, maar ik zie hem nog niet het NOS Journaal presenteren.”

Hoezo niet?
“Aan zijn kwaliteiten als journalist zal het niet liggen. Misschien heeft hij de persoonlijkheid gewoon niet.”

Lees het hele artikel in de HP/De Tijd van deze week.

Boudewijn Geels