Bas van der Vlies (SGP): ‘De basiskennis van sommige collega’s is deerniswekkend’

Terwijl de SGP deze week nog ageerde tegen de distributie van tweehonderd boeken, deelde fractievoorzitter Bas van der Vlies er zelf óók tweehonderd uit. Kamerleden en parlementair verslaggevers kregen van hem huiswerk mee om tijdens het kerstreces hun zeer matige kennis van het staatsrecht en de parlementaire geschiedenis op te vijzelen. Gaat het geweten van de Tweede Kamer na het kerstreces zijn collega’s overhoren?

Meneer Van der Vlies, wiens slechte kennis hekelt u het meest?
“Ik heb geen behoefte om zwarte pieten uit te delen, daar kunt u me niet toe brengen of verleiden.”

Maar het is wel slecht gesteld met de kennis van uw collega’s, toch?
“Als je in het parlement werkt, dien je een zekere basiskennis te hebben van ons staatsrecht, de parlementaire geschiedenis en de mores die in de Kamer gelden. Die kennis is niet bij iedereen aanwezig.”

Maar wat vindt u dan zo erg?
“In het DSB-debat van anderhalve maand geleden, toen die affaire ineens heftig was, heeft een Kamerlid bloedserieus aan de minister van Financiën gevraagd of er niet een parlementair onderzoek moest worden ingesteld. Dat is iets wat je niet aan de bewindslieden vraagt, want daar gaat de Kamer zelf over. Daarmee geef je blijk je niet te realiseren wat een parlementair onderzoek is en wie bevoegd en gerechtigd is zoiets in te stellen. Bos heeft daar ook heel minzaam op gereageerd. Dat is een misstap, een gebrek aan voldoende kennis. Als je daar bijzit is dat een beetje deerniswekkend.”

Blijft het daarbij?
“Als er een verdrag wordt geratificeerd is dat een kwestie van ja of nee stemmen. Kwam een Kamerlid doodgemoedereerd met amendementen aanzetten, alsof het een gewone wet betrof. Dat was ook een heel merkwaardige.”

Is het tij nog te keren?
“De doorstroming van de Tweede Kamer is te groot: veel politici blijven te kort zitten. Maar er is meer veranderd, zo worden er veel te veel moties ingediend. Vroeger was een motie een heel opwindende gebeurtenis. Momenteel worden er tientallen per onderwerp ingediend. Dat hebben we afgelopen dinsdag ook gemerkt toen we over een paar honderd moties moesten stemmen. Dat is buitenproportioneel. Maar als dan zo’n motie als ondersteuning van beleid wordt beschouwd, omdat het al lang praktijk is, werd vroeger de motie ingetrokken. Maar dat gebeurt niet, dan worden ze allemaal aanvaard of juist verworpen. Dat geeft een enorme vervuiling van het systeem.”

Bent u het laatst goed onderlegde Kamerlid?
“Nee, die pretentie heb ik niet. Er zijn er zeker ook die er meer van weten dan ik.”

Gaat u na het kerstreces uw collega’s toetsen op het huiswerk dat u ze heeft meegegeven?
“Nee, natuurlijk niet.”

Ook niet plagerig?
“Nee, dan gaan ze mij ook examineren. En wie weet dat ik dan ook in de fout ga.”