De extremen raken elkaar

Het verval van de politieke middenpartijen en de versterking van de radicale flanken hebben het traditionele links-rechtsschema in de war gebracht. De uiteinden van de politieke vleugels worden langer én ze vouwen zich naar elkaar toe, zodat ze steeds duidelijker een hoefijzer vormen.

De innige omhelzing van minister Ronald Plasterk door PowNed-journalist Rutger Castricum liet de verhoudingen haarscherp zien. Het was begin november, en Plasterk had bekendgemaakt dat PowNed toe kon treden tot het publieke omroepbestel. Verschillende onderzoekers hebben inmiddels vastgesteld dat de publieke omroep helemaal geen linkse kerk (meer) is, en dat rechts nauwelijks te klagen heeft over evenredige media-aandacht. Maar Plasterk gooide aspirant-omroep Llink uit het bestel vanwege een gebrek aan ‘toegevoegde waarde’, en zette de deur open voor liefst twee omroepen uit het Telegraaf-kamp: PowNed en WNL (voorheen Wakker Nederland). Een nieuwe voetval van de PvdA voor de populistische patatburger en voor de gestage volumeverhoging van de ‘stem des volks’.

Want de zwijgende meerderheid bestaat niet meer. Zij is in de afgelopen decennia door nieuwe politieke, intellectuele en mediawoordvoerders geleidelijk ‘op stem gebracht’. Dankzij de laagdrempelige publieke ruimte van internet is zij zelfs een schreeuwende meerderheid geworden, die geen kans voorbij laat gaan om – het liefst anoniem – haar verongelijktheid en rancune over de linkse politieke correctheid te spuien. De toelating van PowNed en WNL tot het publieke bestel is een sanctionering van dit authentiek rechtse geluid.

De statuten van WNL zijn helder: de nieuwe omroep wil stem geven aan ‘de liberaal-conservatieve maatschappelijke stroming’ in Nederland. Die stroming is in deze vorm en omvang nieuw voor Nederland. De doorgaande herverkaveling van het medialandschap – een cruciaal strijdtoneel in een door de media gedomineerde samenleving – loopt grotendeels parallel met die van het politieke landschap. Beide kunnen worden gezien als opruimingen van de laatste resten van de verzuiling. De conservatief-liberale stroming die nu door Plasterk als ‘volksdeel’ wordt erkend, is een nieuwe doorbraak in het ideologisch-politieke driestromenland dat Nederland een eeuw lang heeft gekenmerkt.


De grote politieke rivieren zijn bezig hun bedding te verleggen. De ‘ideologische driehoek’ van liberalisme, christen-democratie en sociaal-democratie is onder druk van het populisme steeds sneller aan het vergruizen. De zogenaamde ‘volkspartijen’ waardoor hij werd gedragen (VVD, CDA en PvdA), worden geconfronteerd met splitsingen, interne verdeeldheid en nieuwe politieke concurrenten. Ter rechterzijde heeft dit al geresulteerd in twee afsplitsingen van de VVD en de vorming van de nationaal-populistische leiderschapspartijen van Wilders en Verdonk. Ook van de sociaal-democratie zijn er tegenwoordig twee smaken, ofschoon zowel de SP als de PvdA zich blijft beschouwen als het ‘enige echte’ merk. In feite reikt de kloof hier nog dieper, omdat de PvdA ook inwendig gespleten is tussen een meer sociaal-populistische en een meer vrijzinnige richting, die dichter staat bij partijen als GroenLinks en D66. Het CDA lijkt zich voorlopig te handhaven door stil te blijven zitten in het midden, dat echter naar links en rechts steeds verder afkalft.

De betekenis van Fortuyn is dat hij erin is geslaagd (na de belangwekkende opmaat van Bolkestein) om het publieke debat opnieuw naar rechts uit te breiden, naar thema’s die lang taboe waren, zoals immigratie, culturele eigenheid en nationalisme, waarmee hij dit debat opnieuw in zijn volle breedte heeft hersteld.

Fortuyn is vaak ideologisch eclecticisme verweten, maar juist de losheid van zijn gedachtegoed maakte het mogelijk dat het een versneller werd van de convergentie tussen liberale en conservatief-nationalistische denkbeelden die inmiddels tot een heuse maatschappelijke stroming is uitgegroeid.

Het populisme van Fortuyn, Wilders en Verdonk en dat van De Telegraaf, PowNed en WNL is daarmee geen incident of tijdelijke afwijking, maar een blijvend onderdeel van het nieuwe politieke en medialandschap. Het is nieuw, omdat het de verworvenheden van de jaren zestig (individuele vrijheden) en de jaren tachtig (consumentenwelvaart) – met als vanzelfsprekende achtergrond die van de jaren vijftig (sociale zekerheid) – nationaliseert en in stelling brengt tegen allerlei ‘vreemdelingen’, ‘profiteurs’ en ‘gelukzoekers’ die deze zouden bedreigen. Het individualis-me van de hardwerkende Nederlander wordt verabsoluteerd (‘ik eerst’) en geprojecteerd op een nationale cultuurgemeenschap die anderen uitsluit (‘eigen volk eerst’). ‘Samen voor ons eigen’, luidde de lucide slogan van de Tegenpartij van de charmante hufters Jacobse & Van Es. Hun bedenkers Van Kooten & De Bie konden nauwelijks vermoeden hoezeer hun parodie in de nieuwe eeuw politieke werkelijkheid zou worden.


Het is even wennen, maar de vrijheden van de jaren zestig kunnen ook een populistische, nationalistische en xenofobe vorm aannemen. Zij manifesteren zich als een ‘nationaal-individualisme’ dat alleen al daarom niet lijkt op het nationaal-socialisme van de jaren dertig, omdat het anti-socialistisch en pro-vrije markt is. Ook in andere opzichten is dit volksnationalisme een nieuw en geen oud verschijnsel. Het blijft binnen het speelveld van de parlementaire democratie en de regels van rechtsstaat, in plaats van deze te willen ondermijnen en afschaffen. En het opereert niet langer in een grimmig Europa van oorlogsbereide staten, maar in de vrediger context van de Europese integratie, die zij nostalgisch probeert af te remmen.

Het verval van de middenpartijen en de versterking van de radicale flanken heeft ook het traditionele links-rechtsschema in de war gebracht. De uiteinden van de politieke vleugels worden langer én ze vouwen zich naar elkaar toe, zodat ze steeds duidelijker een politiek hoefijzer vormen. De extremen raken elkaar. Wilders’ ouvertures naar links, in de richting van SP en FNV, hebben alles te maken met de ambitie om van de PVV een brede volkspartij te maken die de verworvenheden van de sociale zekerheid (’65 blijft 65′) en de individuele consumptie (geen kilometerheffing, meer asfalt) even hard verdedigt als de Nederlandse vrijheden (weg met de fascistische islam). Zelfs het graaigedrag van de krijtgestreepte bankiers, de privileges van het kosmopolitische koningshuis en de defensiebegroting zijn niet langer veilig voor het slimme eclecticisme van Wilders en de zijnen.

Misschien geeft de populistische auto-lobby – opnieuw aangevoerd door De Telegraaf – het duidelijkst de stemming weer van het nieuwe conservatief-liberale volksdeel. Voormalig hoofdredacteur van Elsevier en LPF’er Ferry Hoogendijk vroeg zich al eens af wat er nu eigenlijk tegen was, tegen doen wat het volk wil. Zijn voorbeeld: ‘lekker met een autootje rijden’. Alle ministers van Verkeer en Waterstaat hadden tot dan toe een antidemocratisch beleid gevoerd door te zeggen: “Je moet in de bus of de trein.” “Laat die mensen dan goddomme rijden!” (NRC Handelsblad, 24 oktober 2002.) Maar autorijden is het beste voorbeeld van doorgeschoten individualisering, consumptievrijheid en bezitsdrang die in hun tegendeel zijn verkeerd. Auto-nomie slaat om in anomie zodra individuen die ieder voor zich te veel ruimte innemen, niet langer mobiel zijn maar stilstaan in de file. Het valt nog mee dat de PVV niet zegt, zoals bij de AOW (stop de immigratie, eigen ouderen eerst): geen moslims op de weg, eigen asfalt eerst!

import essay