De generatie zonder dromen

Ze zijn jong en veelbelovend. En ze groeien op in een maatschappij met onbegrensde mogelijkheden. Wat voor leven willen jongeren van nu? Zes VWO-leerlingen van het Zaanlands Lyceum in Zaandam vertellen over hun toekomstdromen.

“Vroeger had ik nogal een tunnelvisie. Toen wilde ik alleen advocaat of arts worden. Met status heeft dat niets te maken. Maar mijn ouders zijn allebei arts, dus ik ken dat beroep van binnenuit. De advocatuur leek me leuk omdat ik ervan hou om met mensen te babbelen en hun vragen te omzeilen. Ik vind het grappig om met taal te spelen. Maar ik ben van de wens advocaat te worden afgestapt omdat ik me er moreel niet in kon vinden om mensen te verdedigen die eigenlijk straf verdienen.

Nu wil ik waarschijnlijk fiscaal recht studeren. Daarmee kan ik ook spelen: de mazen in de wet vinden – zonder iets illegaals te doen toch de feiten naar mijn hand zetten. Voor mij is het belangrijk om iets te studeren waarvan ik al heb bewezen dat ik het aankan. Het zag er een tijdje naar uit dat technici een goede kans op de arbeidsmarkt zouden hebben. Maar ik ben helemaal niet zo goed in wiskunde, dus een technische opleiding zou een te grote uitdaging voor me zijn. Economie is minder theoretisch, meer gericht op de praktijk. Ik wil duidelijk wél een degelijk vak leren. Avontuur is niet zo belangrijk voor mij. Dat heb ik misschien wel van mijn ouders meegekregen. De economische zekerheid die mijn ouders uitstralen, wil ik later ook. Ik verwacht van mezelf dat ik later op een bepaalde manier kan leven, dat ik de vrijheid heb om op zaterdag naar de training van mijn kinderen te gaan. Meer heb ik niet nodig. Ik hoef niets extreems. Als arts naar Afrika gaan om daar een kliniek te stichten, zou mij bijvoorbeeld te ver gaan. Stel dat het misgaat!

Nee, ik denk dat ik het meest gelukkig word als ik de dingen kan blijven doen die ik nu doe. Mijn hobby’s kan blijven uitoefenen. Zoals zeilen bijvoorbeeld, dat is echt mijn passie.Ik doe het ieder vrij moment, zelfs als het sneeuwt. Maar zelfs daarvoor heb ik mijn toekomst niet op het spel gezet. Als ik zeker zou weten dat ik een succesvolle zeilcarrière kon beginnen, was ik morgen namelijk met school gestopt. Nu vind ik het risico te groot. En inmiddels snap ik dat je ook een kick kunt halen uit wedstrijdzeilen op hobbyniveau.Maar als ik bijvoorbeeld op het vmbo zat, dan had ik het risico misschien wel genomen. En ergens kan ik me best voorstellen dat ik er later een beetje spijt van heb dat ik het toch niet heb geprobeerd.”


“Het lijkt mij wel leuk om een medicijn tegen dementie te ontwikkelen. Mijn oma is dement, ik weet dus wat een nare ziekte dat is. Waarschijnlijk ga ik farmaceutische wetenschappen studeren. Het lijkt me heerlijk om in een lab te werken. Ik wil mensen namelijk helpen, maar niet in contact staan met patiënten. Ik heb geen zin om het levensverhaal van al die mensen te moeten aanhoren, de hele tijd aardig en belangstellend te moeten zijn.

Doe mij maar scheikunde. Dat vind ík nou interessant.

Ik ga waarschijnlijk in Amsterdam studeren, dan kan ik voorlopig bij mijn ouders blijven wonen. Ik heb het hier namelijk prima naar mijn zin. En het is ook nog eens goedkoper.

Ik zou het geen verkeerd idee vinden om mijn hele leven in Zaandam te blijven wonen. Het is hier niet ge-wel-dig, maar oké genoeg. Later wil mijn zaakjes goed op orde hebben. Daarmee bedoel ik: werk vinden en onafhankelijk zijn. Ik hou van duidelijkheid en regels. Zonder regels wordt de wereld maar één grote chaos. Ik heb me ook altijd aan de regels van mijn ouders gehouden.

Voor de toekomst heb ik dromen noch angsten. Ja, het enige wat me verschrikkelijk lijkt, is iemand te worden die anderen snel veroordeelt. Iemand die mensen op basis van hun uiterlijk afrekent. Maar verder? Als je geen baan krijgt, is er wel een andere oplossing. Als je wordt verlaten, zijn er genoeg anderen op de wereld. En dood, dat gaan we uiteindelijk allemaal.”

“Het leven overkomt je. Plannen maken heeft niet zoveel zin. En een belangrijk levensdoel heb ik niet. Veel mensen zeggen dat ze iets willen betekenen voor de wereld. Ik geloof daar niet in. Nee, ik wil het vooral zelf leuk hebben. Ik ben trots op mezelf als ik ergens goed in ben. Maar ik heb nog niet zoveel nagedacht over de vraag wat ik nou het beste kan. Wat betreft studie zit ik te twijfelen tussen industrieel ontwerpen, bouwkunde en bewegingswetenschappen. De eerste twee studies hebben als overeenkomst dat je creatief moet zijn en goed in wiskunde. Ik vind het leuk om te creëren, te tekenen – vroeger huisjes, tegenwoordig dingen uit het dagelijks leven. Een boom, bloemetjes, een fiets… Soms ga ik zelfs alleen maar kleuren. Maar goed, aan de andere kant vind ik het lichaam juist weer erg interessant. Ik ben zelf ook sportief, doe aan wielrennen en schaatsen. Dus wat ik nou uiteindelijk zal kiezen? Ik twijfel nogal vaak. Later hoef ik niet ontzettend veel geld te verdienen; als ik maar leuk werk doe en tijd over houd voor mijn hobby’s. Maar de wereld verkennen, reizen… tja, dat hoeft voor mij niet zo. Zekerheid is voor mij belangrijker dan avontuur. Ik wil gewoon een normaal leven. En ik wil niet alleen eindigen. Het is belangrijk voor me dat ik iemand heb om op terug te vallen. Nu zijn dat mijn ouders, later is dat hopelijk mijn man. Ik wil iemand hebben aan wie ik kan vertellen hoe mijn dag was, iemand naar wie ik toe kan als ik advies wil. In de praktijk ga ik bijna nooit naar mijn ouders voor hulp, maar het idee dat ze er zijn, dat het kan, dat is mijn basis.


Ik denk niet dat ik later erg veranderd zal zijn. En als je verandert, gaat dat zo langzaam dat je het zelf nauwelijks doorhebt. Ik denk dat die rust typerend is voor mijn lichting. Het is goed zoals het is.”

“Ik heb mijn toekomst alleen in grote lijnen uitgestippeld. Dat ik straks naar de universiteit ga, staat voor mij al lang vast. Maar ik twijfel nog altijd over de richting. Ik moet binnenkort maar eens een toptien maken. Op dit moment spreekt psychobiologie me erg aan. Dan bestudeer je de koppeling tussen hersenen en gedrag. Dat vind ik fascinerend! Mijn ouders zijn allebei psycholoog, maar dat heeft niks met mijn keuze te maken. Ze hebben ook geen enkele invloed op deze voorkeur gehad, want ze laten me altijd vrij om zelf te bepalen wat ik worden wil. Ik had in eerste instantie verwacht dat ik voor iets heel anders zou kiezen, want ik wil geen mensen behandelen. Mijn ouders behandelen allebei wél, maar dan ben je volgens mij de hele tijd alleen maar bezig met problemen. Dat lijkt me zwaar.

Ik wiloplossingen zoeken. Mijn studiekeuze baseer ik vooral op mijn interesses, dan kom ik later vanzelf wel terecht in een beroep dat bij me past. Werk zal een belangrijke rol spelen in mijn leven. Iets waar je zoveel tijd in steekt, moet natuurlijk ook een beetje leuk zijn. Leuk, dat is belangrijk. Nuttig zijn voor de samenleving heeft voor mij geen prioriteit. Maar aan de andere kant: ik denk dat er maar weinig opleidingen zijn die niet bijdragen aan een betere maatschappij. En hoe leuker ik mijn baan vind, des te beter ik er waarschijnlijk in ben. Mijn leven moet vooral leuk zijn. Dat is het ook altijd geweest. Ja, ik ben over het algemeen voortdurend wel vrij gelukkig geweest. Dit wil trouwens niet zeggen dat ik lui achterover ga hangen om terug te denken aan alle leuke dingen die ik al heb meegemaakt. Dat ik niet de behoefte voel om mijn leven drastisch te verbeteren, betekent niet dat ik niet mijn best moet doen om het ook leuk te houden. Het is mijn grootste angst om later passief achter de geraniums te zitten. Maar aan de andere kant, als ik daar gelukkig van word… Onze generatie is volgens mij best tevreden. We zijn opgegroeid met allerlei zekerheden en mogelijkheden. Volgens mij is dat een van de voornaamste redenen dat we minder idealen hebben dan onze ouders misschien hadden. Wij hoeven nergens tegenaan te schoppen. Het gaat bij ons in de klas dan ook nooit over politiek. Wij zijn niet erg geëngageerd. Maar dat komt vanzelf wel weer. De volgende generatie zal waarschijnlijk een stuk idealistischer zijn in reactie op ons realisme.


Maar ík heb geen grootse toekomstplannen. Mijn leven hoeft niet bijzonder te zijn. Als het even prettig is als het nu is, ben ik tevreden. Ik hoop dat ik rond mijn dertigste een leuke man vind, al schijnt de kans dat ik en mijn leeftijdsgenoten een vaste relatie krijgen, kleiner te zijn dan die voor onze ouders was. Maar ik vind hetlastig om dat traditionele huisje-boompje-beestje-idee los te laten. Dat heb ik natuurlijk van huis uit meegekregen. Ik heb gezien hoe prettig het leven op die manier kan zijn.”

“Het leven dat ik later voor me zie, lijkt op het leven dat mijn ouders nu leiden. Gezinnetje, leuk werk, gezellig sociaal leven. Het is mijn grootste angst om later eenzaam te zijn. Thuiskomen in een leeg huis, in mijn eentje doodgaan…

Het enige punt waarop ik van mijn ouders verschil, is mijn studiekeuze. Zij hebben allebei geschiedenis gestudeerd, terwijl ik biomedische wetenschappen overweeg. Voor de rest heb ik me nooit tegen ze afgezet. Zelfs hun politieke ideeën heb ik overgenomen. Het voordeel daarvan is dat ik goed contact met ze heb. Een nadeel is misschien dat ik niet de kans heb gehad mijn eigen ideeën te ontwikkelen, op basis van mijn eigen ervaringen. Maar goed, je kunt zoiets niet forceren. Als ik tevreden ben met het leven dat ik leid, heeft het geen nut om recalcitrant te doen. Mijn ouders hebben zich veel meer afgezet dan ik. Zo is mijn vader uit een soort rebellie geschiedenis gaan studeren in plaats van economie, zoals zijn vader had gedaan. Dat heeft trouwens geen enorme problemen in de familie opgeleverd. We zijn vrij rustig. Dus afgezien van het feit dat de tijdgeest er niet naar is, heb ik ook niet het karakter om gekke dingen te doen. Ik hoef niet zo nodig op te vallen of anders te zijn. Dat wordt deels veroorzaakt door onzekerheid, maar vooral door een soort innerlijke rust. Een levensdoel heb ik niet. Ik heb niet zoiets van: dát móet ik voor mijn dertigste gedaan hebben.


Wel wil ik graag nog een keer reizen. Amerika lijkt me wel wat. Ik ben al eerder bij mijn tante in Niagara Falls langs geweest. Maar Zuid-Amerika lijkt me ook interessant. Status is totaal niet belangrijk voor mij. Ik vind dat zo Amerikaans. En rijkdom kan handig zijn. Maar als ik gewoon genoeg geld heb om af en toe op vakantie te gaan, is het prima.”

“Ik ga straks waarschijnlijk geneeskunde studeren. Dat lijkt me niet alleen interessant; het biedt ook een bepaalde status. Met zo’n status behandelen mensen me denk ik prettiger, meer als gelijke. De meeste mensen beschouwen me namelijk niet als gelijkwaardig aan hen. Ik heb natuurlijk een allochtone achtergrond en ik merk vaak dat mensen verbaasd zijn als ik vertel dat ik op het gymnasium zit. Ik wil niet dat mensen denken dat ik zomaar iemand ben. Natuurlijk is een vuilnisman ook niet zomaar iemand; als iemand daar welbewust voor kiest, heb ik daar respect voor. Maar ik vind het wel belangrijk dat mensen wat van hun leven proberen te maken.

Mijn familie had vroeger altijd mot met de buren. Die beschimpten ons omdat we Turks zijn. We hebben er de woningcorporatie en zelfs de politie bij moeten halen. Ik was toen een jaar of acht. Dat heeft veel indruk op me gemaakt. Ik voelde me zo machteloos. Daardoor is maatschappelijke onafhankelijkheid erg belangrijk voor me.

Ik kan me soms moeilijk identificeren met mijn klasgenoten. Ze zijn hartstikke aardig, maar in mijn ogen leiden ze een passief leven. Toekijkend, ik weet niet hoe ik het anders moet zeggen. Ze gaan naar de basisschool, volgen daarna het voortgezet onderwijs en gaan vervolgens studeren. Rond hun zestigste stoppen ze met werken en daarna gaan ze dood. Het is allemaal zo vanzelfsprekend. Voor mij is de studie een basis, maar ik weet nog niet of ik later carrière wil maken of in de tropen ga zitten. Baru Baru lijkt me wel wat. Die azuurblauwe zee… Ik laat me niet leiden door een streven naar zekerheid, want ook als het leven onzeker is, kun je gelukkig zijn. Dat weet ik uit ervaring. Ik heb veel meegemaakt. Daardoor heb ik geleerd vooral op mijn gevoel af te gaan. Dan moet je ook weleens risico’s durven nemen. Mijn toekomst is een waas voor me, ik leef nu. Maar ik zal mijn keuzes hoe dan ook altijd bewust maken en nooit alleen baseren op datgene wat het meest voor de hand ligt.


Ken je die reclame van het kind dat zichzelf opvoedt? Zo zie ik mezelf. Als het leven anders was gelopen, was ik waarschijnlijk ook een passief jongetje geweest. Hoewel ik tevreden ben met mezelf, had ik dát denk ik toch liever gehad. Had ik liever minder meegemaakt. Ik ben wantrouwender dan mijn klasgenoten. Ik blijf altijd alert. Ik let op de kleine dingen die mensen onbewust doen, omdat die gebaren mij veel meer vertellen over iemands karakter dan hij of zij wil laten zien. En ik neem mensen pas in vertrouwen als mijn gevoel zegt dat het goed zit. Maar niet alleen mijn omgeving bekijk ik kritisch, ook de maatschappij volg ik met meer argwaan dan de rest. Ik weet al sinds 2005 dat onze vingerafdrukken vanaf 2012 in onze paspoorten moeten staan. Iedereen zegt daarover: waar maak jij je druk over, je hebt toch niets te verbergen? In de jaren dertig was het in Zaandam mogelijk om je godsdienst in het bevolkingsregister te laten vermelden. Niemand zag daar kwaad in, want er was toch niets belastends aan je levensovertuiging? Zaandam schijnt mede dankzij datzelfde onschuldige bevolkingsregister de eerste jodenvrije stad te zijn geweest van Nederland. Je weet het maar nooit.”

Jenny Velthuys