Dromen van A tot Z

Tijdens zijn leven ligt een gemiddeld mens een kwart eeuw te dromen. We weten er nog lang niet alles van. Maar met dit dromenalfabet in het hoofd praat u een aardig woordje mee.

Zie Pavor nocturnus.

Kunnen mensen die blind zijn geboren iets zien in hun dromen? Er zijn onderzoeken gedaan waarbij blinde proefpersonen in hun slaap werden gewekt en gevraagd om te tekenen waarvan ze aan het dromen waren. Daar kwamen dan redelijk herkenbare dingen uit: bomen, mensen, wolken. Dingen die ze nooit zelf gezien zouden kunnen hebben. Waarschijnlijker is echter dat blinden beelden oproepen bij hun droom en zo hun visuele systeem activeren, maar dat is iets anders dan echt ‘zien’. Blinden hebben vaak wel een idee hoe bomen, mensen en wolken eruitzien: dat hebben ze gevoeld of het is hun verteld. Wie op latere leeftijd blind is geworden, droomt wel gewoon in duidelijke beelden. Deze blinden zeggen ook vaak dat ze in hun dromen beter kunnen zien (dat wil zeggen: beelden uit het ziende verleden ophalen) dan wanneer ze overdag proberen iets voor de geest te halen.

Is het mogelijk om vóórdat je gaat slapen enige invloed uit te oefenen op de inhoud van je dromen? Succes is niet gegarandeerd, maar enkele maatregelen kunnen helpen. Zoals ’s avonds een kwartier lang intensief nadenken over een onderwerp, als het even kan in de vorm van beelden. Grote kans dat het later terugkeert in de droom. Voorwerpen die met het onderwerp te maken hebben in of bij het bed leggen, kan ook helpen. En als je eenmaal in bed ligt, kun je het onderwerp nog even herhalen.

Als iets even niet onze onverdeelde aandacht vraagt, dromen we weg. Onderzoek laat zien dat mensen die niets om handen hebben of slechts eenvoudige taken moeten uitvoeren, veel meer dagdromen. Logisch, natuurlijk. Dagdromen is geen dromen: het is een soort basale hersenactiviteit. Als we verder niet bijzonder worden geprikkeld, doen we dat maar. Er zijn ook mensen die niet dagdromen: autisten. Hun hersenen gedragen zich voortdurend alsof ze doelgericht met een taak bezig zijn. Ze kunnen prikkels van buiten moeilijker filteren op relevantie. Het gevolg is dat ze alle signalen ‘voelen’ en niet lekker kunnen wegzweven.


U wordt wakker en hij staat fier overeind. Een aangename droom gehad? Dat is niet eens noodzakelijk. Elke man heeft elke nacht gemiddeld drie tot vier erecties, die elk een half uur duren. Vrouwen hebben ’s nachts óók erecties, maar dan op hun manier. De clitoris zwelt op, de vagina wordt vochtiger, de tepels worden harder. Jammer hoor, dat het allemaal gebeurt zonder dat we het bewust meemaken.

Nachtelijke erecties zijn verbonden met de REM-slaap (zie REM). Wie wakker wordt met een erectie, kan daaruit afleiden dat hij op dat moment aan het dromen was. Maar die droom hoeft niets met seks te maken te hebben. Vraag overigens niet waar die slaaperecties precies goed voor zijn, want daar is de wetenschap nog niet over uit. En dan is er nog de natte droom. Dat is geen droom: het is een onbewuste ejaculatie (of vochtig worden van de vagina) die geen relatie hoeft te hebben met iets waarmee je in gedachten bezig was.

Gemiddeld dromen we vijf tot zeven dromen per nacht. Dat zijn er zo’n tweeduizend per jaar. Ze duren tussen de vijf en vijfenveertig minuten, afhankelijk van de tijd. Naarmate de ochtend dichterbij komt, duren dromen langer. Dat heeft te maken met de duur en de diepte van de cycli die de hersenen doormaken in de slaap. U weet niets meer van al die dromen? Dat is niet vreemd: de herinnering aan meer dan 95 procent van de dromen vervaagt nog voor het ochtendgloren.

In hun dromen zijn mensen sterk in zichzelf gekeerd. Dromen komen helemaal vanuit de hersenen zelf: er zijn geen prikkels van buitenaf, zoals in het leven overdag. Toch zijn er omgevingsinvloeden die merkbaar zijn. Duits onderzoek liet zien dat proefpersonen prettiger dromen rapporteren wanneer ze in een kamer slapen met rozengeur. Wie in een walm van rotte eieren sliep, droomde minder fraai (kennelijk konden ze wel in slaap komen). Een andere truc is om de hand van een slaper even in een bakje met water te houden: dikke kans dat hij na het ontwaken meldt dat er nattigheid voorkwam in zijn droom, zoals een waterval.


Iedereen met een hond of een kat kent het: hun huisdier ligt te piepen en te kreunen in zijn slaap en maakt onwillekeurige bewegingen met zijn poten. Die ligt te dromen, zeggen we dan. Een vertederend moment, trouwens. Maar droomt hij ook echt? Dat weten we niet zeker. We kunnen dieren bij het ontwaken niet vragen om een droomverslag. Wel is het zo dat hun hersenen ’s nachts op dezelfde wijze worden geactiveerd als de onze. Op hun eigen manier, dus met een andere vorm van bewustzijn – zonder taal en zonder gevoel voor symboliek, bijvoorbeeld – maken dieren ’s nachts waarschijnlijk iets door wat op een droom lijkt.

In één adem met dieren noemen we baby’s. Het vermogen om te dromen is ook bij hen nog onderontwikkeld. Bij jonge kinderen bestaan dromen veelal nog niet uit de filmpjes zoals wij die kennen. Vanaf een jaar of zeven beginnen dromen van kinderen te lijken op die van volwassenen.

Waarover dromen we? Door slapende proefpersonen te wekken en over hun dromen te laten vertellen, kunnen onderzoekers patronen ontdekken. Dan blijkt dat er in een droom gemiddeld 2,6 personen voorkomen (dieren ook meegeteld). Mannen dromen meer over andere mannen dan over vrouwen. Vrouwen dromen evenveel over mannen als over andere vrouwen. Per saldo figureren er in onze dromen dus meer mannen dan vrouwen. Mannen dromen vaker over onbekende mensen, vrouwen relatief meer over mensen (en dan vooral vrouwen) die ze kennen. Beroemdheden komen in dromen amper voor.

Mannen houden zich in hun dromen relatief vaker bezig met mannendingen: er zit meer fysieke agressie in een mannendroom. Vrouwen hebben in hun dromen vaker verbale conflicten. Mannen hebben in twaalf procent van hun dromen seks; vrouwen driemaal minder. En als vrouwen over seks dromen, dan doen ze niet eens altijd zelf mee: ze kijken ook weleens toe. Mannen hebben in hun droom vaker seks met onbekenden, vrouwen met bekenden. De spreekwoordelijke nachtelijke monsters worden slechts zeer zelden gerapporteerd. Door volwassen proefpersonen, althans.


Bijbelse figuur die de dromen van de farao uitlegde. Op basis van zo’n droom voorspelde Jozef dat Egypte, na zeven jaren in overvloed te hebben geleefd, nu voor zeven jaren van schaarste zou komen te staan – hetgeen bleek uit te komen. Nalezen? Genesis 41, 1-57. Maar u kunt ook nog naar Andrew Lloyd Webbers musical Joseph, in Utrecht.

We dromen vrijwel altijd in kleur. Jongeren gemiddeld meer dan ouderen. Het vermoeden is dat er een verband is tussen de kleur van een droom en het televisietoestel waarmee mensen zijn groot geworden. Hoe langer het ‘zwart-witverleden’, hoe groter de kans op een zwart-witdroom. Wie vroeger uitsluitend zwart-wit keek, droomt in een kwart van de gevallen zwart-wit.

Er zijn mensen die tijdens een droom beseffen dat ze dromen. Een lucide (heldere) droom heet dat. Het verschijnsel doet zich bijvoorbeeld voor wanneer de droom zó absurd is dat we al dromende denken dat het niet mogelijk is wat we meemaken. We zeggen dan tegen onszelf: “Hé, dit kán helemaal niet.” Onderzoekers denken dat het verschijnsel van de lucide droom kan worden gebruikt om het verloop van nachtmerries te beïnvloeden. Dan zou je tijdens een wilde achtervolging in je slaap ineens kunnen beseffen dat het helemaal niet kán, wat je nu meemaakt. Vervolgens kun je daarop actie ondernemen.

“De meeste dromen zijn bedrog, maar als ik wakker word naast jou dan droom ik nog.” Dé droom-songtekst van de laatste jaren. Maar wie hem goed leest, ziet dat hij niet klopt. Er zou moeten staan: “De meeste dromen zijn bedrog, maar als ik wakker word dan zie ik dat je naast me ligt.” Of iets van die strekking. Verder heeft Marco gelijk: de meeste dromen zijn bedrog, in die zin dat er onmogelijke dingen gebeuren. Dat moet te maken hebben met de verhoogde activiteit van de hersenstam tijdens de REM-slaap. Volkomen willekeurige prikkelingen in die hersenstam leiden tot bizarre taferelen in dromen. Ook worden hier oude herinneringen geactiveerd, eveneens volstrekt willekeurig. Daardoor komt het dat je ineens kunt dromen over iets waar je de laatste tijd helemaal niet mee bezig bent geweest, zoals iets uit je jeugd.


Bijna alle kinderen hebben nachtmerries. Het wordt doorgaans minder met het ouder worden, maar veel mensen (drie keer zoveel vrouwen als mannen) houden er hun leven lang last van: voor een paar procent van de bevolking is het een regelmatig terugkerend verschijnsel. Nachtmerries kunnen optreden als gevolg van een traumatische gebeurtenis (zie Trauma), maar dat hoeft niet altijd. Ook het gebruik van medicijnen, zoals middelen tegen hoge bloeddruk en slaappillen, kan nachtmerries opwekken. Het komt voor dat ze het welbevinden van iemand, ook overdag, langdurig gaan beheersen.

Van een duidelijk aanwijsbaar nut van nachtmerries is nooit iets gebleken. Onderzoek is er vooral op gericht om mensen van nachtmerries af te helpen. Dat is in veel gevallen best te doen: eenvoudige ontspanningsoefeningen verminderen de klachten al. Voor aanhoudende gevallen zijn er twee methodes: iemand zijn nachtmerrie overdag bewust laten beleven, zodat hij eraan gewend raakt. Of proberen overdag een nieuw einde bij een nachtmerrie te bedenken en dat stevig in te beelden. Zo wordt de oude nachtmerrie ‘overschreven’ door nieuwe gedachten die minder angstaanjagend zijn.

Dat is jammer: de wekker gaat en plop – wég droom. Soms zijn dromen zó aangenaam dat het wakkere leven er niet tegenop kan. Dan is het gewoon zonde dat ze uit het geheugen verdwijnen. Om een droom toch langere tijd te kunnen onthouden, is het belangrijk om uit jezelf wakker te worden – dus niet met een wekker. Het is ook belangrijk om niet meteen aan andere zaken te gaan denken, bijvoorbeeld aan dingen die de aankomende dag gaat brengen. Probeer enige tijd in dezelf- de houding te blijven liggen, met de ogen dicht. Haal het laatste droombeeld voor de geest en denk langzaam terug naar de beelden die ervóór kwamen. Als de herinnering echt ophoudt, kunnen de beelden in de juiste volgorde worden afgedraaid.


Een nachtelijke angstaanval. Het lijkt op een nachtmerrie, maar er zijn verschillen: de beelden in het hoofd zijn minder duidelijk, er overheerst een angstig, benauwd gevoel en desoriëntatie, pas na enkele minuten komt het besef dat alle vrees ongegrond is. Het kan zelfs enige tijd duren voordat iemand met een angstaanval in de gaten heeft dat hij al wakker is. Pavor nocturnus zien we meestal voor in de nacht, buiten de REM-slaap; nachtmerries vormen zich later.

We dromen niet de hele nacht. Het gebeurt vooral tijdens de perioden van remslaap. REM staat voor Rapid Eye Movement. In deze fasen van de slaap verslappen de spieren, waardoor we roerloos liggen. Ook bewegen de ogen razendsnel in de kassen. We hebben allemaal die REM-perioden, en uit laboratoriumonderzoek blijkt dat vrijwel elke proefpersoon die tijdens een REM-fase wordt gewekt, zich in enige mate een droom kan herinneren. Onderzoekers nemen dan ook aan dat iedereen droomt. Als mensen zéggen dat ze nooit dromen, betekent dit dat ze zich hun dromen simpelweg niet meer kunnen herinneren.

In ons wakkere leven zijn we met van alles tegelijk bezig. In dromen kan dat niet. Zelfs de meest veelzijdige multitasker is in zijn (nou ja, het zal wel haar zijn) droom veroordeeld tot het doen van één handeling tegelijkertijd. Single-mindedness heet dat. Hersengebieden die overdag erg actief zijn, rusten ’s nachts kennelijk uit. We staan op een laag pitje. Diep nadenken kunnen we in onze dromen ook al niet: het moet allemaal simpel zijn.

De meeste mensen met een posttraumatische stressstoor-nis (PTSS) hebben nachtmerries. Daarin herbeleven ze de gebeurtenissen die zo ingrijpend zijn geweest, vaak tot in onwaarschijnlijk detail. De nachtmerries kunnen het leven zo gaan beheersen dat ze overdag ook tot andere klachten leiden: concentratiestoornissen, gespannenheid. Je hoort weleens dat de functie van nachtmerries is om nare gebeurtenissen te verwerken. Maar dat helpt alleen als de gebeurtenis recent is: nachtmerries blijven vaak veel langer ‘hangen’ en worden zo bijna een aangeleerde gewoonte. Er zijn vele, vele mensen die oorlogsherinneringen uit hun jonge jaren met grote regelmaat herbeleven. Het zijn al die jaren dezelfde beelden gebleven.


Dromen hebben iets myste-rieus, en daarom willen we ze ook steeds maar begrijpen. Er zijn legio boeken te koop waarin dromen worden geduid. Elk flardje droom krijgt daarbij een diepere beteke- nis. Deze uitleg van de kleur blauw lazen we op de web-site www.droomnet.nl: “Blauw leidt ons omhoog, geeft ons vrijheid. Zo zijn er dromen waarin een blauwe shawl zich langs een lange pilaar omhoog windt, de blauwe regen die zich bij een toren omhoog windt. Of de blauwe vogel als ultiem symbool van vrijheid. Een droomster die vaak depressief is geweest en zich daaraan nu ontworstelt, droomt dat een blauwe vogel zich losmaakt uit iets zwaars en donkers en dan omhoog vliegt.” In werkelijkheid is er geen enkele aanwijzing dat dromen een symbolische betekenis hebben.

De betekenis van dromen is zeer individueel: voor iedereen betekenen ze wat anders. Toch willen we graag anders geloven. De meeste mensen, blijkt uit onderzoek, denken dat hun dromen betekenisvolle geheimen bevatten. Dat komt onder meer doordat er vaak beken- de mensen en bekende situaties in dromen voorkomen. Die willen we niet meteen terzijde schuiven. Bovendien kunnen we de inhoud van dromen niet aan externe factoren toeschrijven, zoals we kunnen bij gebeurtenissen die ons overdag overkomen. Dromen komen van binnenuit, en daardoor hechten we er meer waarde aan. En dat terwijl juist de logica als eerste sneuvelt zodra een droom zich openbaart.

Bestaan ze? Soms lijkt dat bijna vanzelfsprekend, gezien alles wat er over dromen wordt geschreven. Maar er is geen greintje bewijs voor. Natuurlijk gebeurden er in dromen soms dingen die achteraf in het echte leven bleken uit te komen. Maar overdag hebben we die gedachten ook weleens. We vergeten dan gemakshalve alle gedachten die níet zijn uitgekomen. We dromen in ons leven zo’n 150.000 dromen; allicht dat er bij zitten die later echt blijken te gebeuren. Maar kan uit dromen écht wat worden afgeleid voor de toekomst? Voorlopig zeggen we nee, tot het tegendeel is bewezen.


Slaapwandelen doen we vooral in de eerste helft van de nacht, wanneer we nog niet in de diepe (en spierverlammende) REM-slaap zijn beland. Negen procent van de volwassenen slaapwandelde als kind, drie procent deed het daarna nog. Extreme moeheid, stress en angsten leiden tot meer slaapwandelen. Het verschijnsel zou ook een erfelijke component hebben. In 1930 zou een complete familie van man, vrouw (die tevens zijn nicht was) en vier kinderen zich tijdens een nacht rond drie uur hebben verzameld rond de eettafel. Ze werden wakker toen een van de kinderen een stoel omver liep. En zo zijn er meer verhalen die niet te controleren zijn, maar te mooi om niet te vertellen. Zo is er het relaas van een rijke oude dame die ’s nachts het gevoel had niet alleen te zijn in haar slaapkamer. De dame was zo bang dat ze flauwviel. Toen ze bijkwam, bleek dat haar slaapwandelende butler de tafel had opgemaakt op haar bed – veertien complete couverts.

Je zou ze de kost moeten geven, mensen die er heilig van overtuigd zijn dat ze ’s nachts ooit (of zelfs vaker) zijn ontvoerd door buitenaardse wezens. Alleen al in de VS zou het om honderdduizenden, en misschien zelfs enkele miljoenen mensen gaan. Meestal verloopt de kidnapping volgens een vast patroon. Er is een fel blauw of wit licht, een zoemend geluid en het gevoel dat er ‘iemand’ in de kamer is. Vervolgens word je, zonder dat je bij machte bent er iets aan te doen, naar een ruimteschip gebracht – of je zweeft erheen – doorgaans om er medisch te worden onderzocht. Er is naar allerlei verklaringen gezocht voor het verschijnsel. Een aannemelijke is dat de belevenis plaatsvindt in een periode van verlamming, tijdens de REM-slaap. De beangstigende ervaring dat je je niet kunt bewegen in je eigen bed, zou in combinatie met een rijk fantasieleven kunnen leiden tot de vermeende buitenaardse avonturen.


Wat is de zin van dromen? Over de functie van dromen zijn onderzoekers het simpelweg nog niet eens. Dromen zouden het geheugen opruimen en prikkelen, in dromen zouden problemen worden opgelost, in dromen zou datgene wat we overdag leren, rust kunnen krijgen. Er kan ook een evolutionair voordeel zijn: een deel van onze dromen bevat een of andere vorm van bedreiging. Het zou kunnen dat de hersenen die dromen gebruiken om een verdedigingsstrategie tegen die bedreigingen te ontwikkelen.

In 2005 promoveerde een onderzoekster in Nijmegen op de functie van dromen bij Surinaamse en Australische inheemse volken. De mensen meldden dat hun dromen hielpen om emotionele gebeurtenissen voor te bereiden, zoals de aanstaande dood van een familielid. Bij belangrijke gebeurtenissen in het leven zouden dromen dus een ondersteunende functie kunnen hebben. Tegelijkertijd zijn er onderzoekers die zeggen dat dromen nauwelijks of geen functie hebben; anders zouden we ze niet zo snel vergeten. In elk geval staat vast dat de REM-slaap een functie heeft, namelijk het verwerken van nieuwe informatie en het verder laten ontwikkelen van die hersenen. Dromen zouden daarvan slechts een nevenproduct zijn. Een mooi nevenproduct, dat wel.

J. Allan Hobson: Dreaming – An Introduction to The Science of Sleep. Oxford University Press, 2003. Paul Martin: Counting Sheep – The Science and Pleasures of Sleep and Dreams. HarperCollins, 2002. Victor Spoormaker: Alles over dromen. Kosmos-Z&K, 2006.

Met dank aan Jaap Lancee, Universiteit Utrecht.

Meer informatie: www.allesoverdromen.nl

Mark Traa Angstdromen