Hollywood

Het is als het zaallicht van een theater. Langzaam treedt het duister in. Dan verschijnen de eerste beelden. Mijn grootvader vertelde me ooit dat je droom de mooiste en goedkoopste film is. Dan zat-ie op de rand van mijn bed, met zijn grote handen tussen zijn knieën gevouwen. Op de achtergrond bubbelde mijn aquarium. Met dat geluid viel ik in slaap en gaf ik me over aan de beelden van de dag. De zandbak. Het blonde meisje in de schoolbank schuin achter me. Die zuivere beelden hebben in de loop der jaren concurrentie gekregen.

Eergisteren speelde Bruce Willis een kleine rol. Ik was de held, hij wees me op geheime uitgangen om te overleven. En vannacht vloog ik boven Parijs, op de rug van de hond van The Never Ending Story. Beelden van beelden. Vage bekenden van het witte doek die ik omhels of vertrouw als vrienden.

Ze keren geregeld terug in mijn slaap. Maar het is niet alleen de projectie van de cinema die aan de binnenkant van mijn ogen weerkaatst. Ook andere media verwelkom ik ’s nachts. Zo doolde ik laatst door huiskamers die ik op Marktplaats had gezien – ik was die middag ijverig op zoek geweest naar een tweedehands hoekbank. En omdat ik het nieuws aardig bijhoud, ben ik al met Geert Wilders in Turkije geweest. Althans, we zaten samen in het vliegtuig. Op de airport ben ik hem uit het oog verloren. Wilde ik met hem naar Turkije? Zeker niet. Maar Teletekst, de Volkskrant, HP/De Tijd: alle sponsorden ze mijn reis.

Iedere ochtend schrijf ik over deze dromen. Mijn filmscripts. Gespeend van rode draden en gezonde narratieve elementen. Het zijn aaneengeregen korte fragmenten. Geen Hollywoodproducer die er wat in zal zien – hoogstens David Lynch, hij zou er wellicht nog wat van kunnen brouwen.

Mijn beleving wordt steeds vaker vormgegeven door beelden van buitenaf. Ik importeer ze probleemloos. Zelfs in mijn dromen is er geen ontkomen aan de media. Dit besefte ik toen ik nog niet zo lang geleden werd geïnterviewd door Rutger van GeenStijl. Slechts een paar keer in actie gezien, maar ongevraagd sloop die meneer met zijn roze microfoon mijn slaapkamer binnen. Mijn vriendin mompelt nu vlak voordat ze gaat slapen dat ze al in de dromenvideotheek staat. Meestal heeft ze er dan al eentje uitgezocht. Gaarne de volgende ochtend retourneren. Het is zelfs zo dat films die we die avond samen hebben gekeken, ’s nachts een vervolg krijgen. Zo bleek dat het met de fabuleuze Amélie Poulain en haar kersverse geliefde absoluut niet zo goed afliep als het einde van de film deed vermoeden. Na twee dagen had ze hem al de deur gewezen – en begon ze een innige relatie met mij. Misschien droomde mijn vriendin hetzelfde, en dan werd Amélie haar huis uit gebonjourd. Meestal spreken we ’s ochtends over onze dromen. Wanneer zij zwijgt, houd ik er rekening mee dat ze die nacht is vreemdgegaan.


Ik kom er niet meer onderuit. Mijn dromen gaan niet meer over zandkastelen en prinsessen, zoals in de jeugdige jaren toen ik onder mijn Ajax dekbed de oogjes sloot. De beeldcultuur heeft het zuivere karakter van mijn fantasie aangetast. Hollywood heeft een projector in mijn hoofd weten te krijgen. Welke film er vanavond draait? Tot op heden een verrassing. Maar ik zal het ongetwijfeld vannacht, als het zaallicht weer langzaam wordt gedimd, gaan beleven.

Olivier Willemsen