Niet het volk regeert, maar de massa

Achter alle politieke gebeurtenissen van het afgelopen jaar gaan twee grotere ontwikkelingen schuil, twee stromingen die binnenkort hard gaan botsen. De toekomst is aan de chaos, aan een sterke man of aan de bureaucratie.

Het voorstel van Geert Wilders om een hoofddoekjesbelasting in te voeren, is zonder twijfel het meest spraakmakende moment uit het politieke jaar 2009. Het ging om de denigrerende woordkeus – een ‘taks’ op het ‘vod’ dat moslima’s op hun ‘kop’ dragen – en om de argumentatie: een hoofddoek is een vervuiling van het straatbeeld en de vervuiler betaalt, en die immigranten hebben ons al miljarden gekost en we gaan nu eens iets op ze terugverdienen (‘1000 euro per hoofddoek per jaar’).

We wisten het al langer, maar sinds september is voor iedereen op onovertrefbare wijze duidelijk geworden dat Wilders een politiek van de wanhoop bedrijft. De hooggeleerde socioloog Jacques van Doorn heeft de aanwezigheid van de islam in Nederland eens vergeleken met een brok graniet in de Nederlandse polder: het ligt er te liggen, het gaat niet weg en het past er niet. Er zijn mensen die denken dat het allemaal vanzelf wel goed komt, zolang we de moslims maar niet boos maken en veel thee met hen drinken. Er zijn mensen die denken dat het allemaal niet vanzelf goed zal komen, dat er duidelijke grenzen moeten worden gesteld en stevige debatten moeten worden gevoerd, maar die niet uitsluiten dat zich een vorm van de islam kan ontwikkelen die in de Nederlandse polder inpasbaar is. En er zijn mensen, of beter: er is één politieke groepering die dat laatste als naïef van de hand wijst. De islam past niet en zal zich nooit aanpassen.

Wat kun je dan nog doen? Ze wegpesten. Bijvoorbeeld door een ‘kopvoddentaks’ te bepleiten en moslims daarmee het gevoel te geven dat ze hier niet langer welkom zijn, en ze zo stimuleren tot een enkele reis richting hun land van herkomst. Dat dat pesten Wilders’ enige bedoeling was, bleek wel tijdens de latere discussie over het Belastingplan voor 2010: het voorstel tot zo’n hoofddoekenbelasting was op geen enkele manier uitgewerkt.


Internationaal gezien staat Wilders overigens niet alleen. Moslim-intellectuelen waarschuwen hun geloofsgenoten die zich aan wangedrag te buiten gaan al langer: stoppen, want de autochtonen worden het zat en gooien je eruit. In de Verenigde Staten zijn science fiction-romans verschenen waarin de Amerikaanse marine opstoomt naar Vlissingen, Den Helder en Delfzijl, om Marokkanen terug te brengen naar Noord-Afrika.

Het is een bekend verschijnsel in het leven: wanneer je geen inhoudelijk verweer hebt, ga je op de man spelen. Zo is de electorale populariteit van Wilders voor een groot deel te danken aan het onvermogen van de anderen om Wilders met een sterk inhoudelijk verhaal tegemoet te treden. Daarom nemen ze hun toevlucht tot beschuldigingen: Wilders zou een racist zijn, een fascist, een rechts-extremist, een NSB’er. Volgens wetenschappers en collega-politici vormt hij een bedreiging voor de sociale cohesie in Nederland en voor de democratische rechtsstaat.

Maar kiezers laten zich niet meer bang maken, en bij ontstentenis van een deugdelijk alternatief blijven ze hun proteststem op Wilders uitbrengen, nu nog in de polls, straks misschien ook (opnieuw) bij echte verkiezingen. Zo lijken we met z’n allen af te stevenen op een clash die we geen van allen willen.

Wat achter dit alles schuilgaat, is de ontwikkeling van onze democratie tot een ochlocratie. Niet het volk regeert, maar de massa. Klassieke filosofen hebben die mogelijkheid van de desintegratie van een democratie al besproken. Wanneer mensen de goden niet meer in ere houden, hun ouders niet meer eren, ouderen niet meer respecteren en de wetten niet meer gehoorzamen, wanneer zij vrijheid niet zien als het recht om te doen wat ze behoren te doen maar als een absoluut en onbegrensd recht, wanneer gelijkheid meer wordt dan gelijkheid voor de wet en doorschiet in gelijkheid tussen ouders en kinderen, leraren en leerlingen, mensen en dieren, en wanneer – ten slotte – niet de voorzichtigheid en de prudentie worden geprezen maar de blinde lef, dan wordt niet langer aan de voorwaarden voldaan waaronder een democratie goed functioneert. Wat dan resteert is de chaos. En de mogelijkheid dat de mensen toch een herstel van de orde willen en daartoe om een sterke man (of vrouw) gaan roepen.


Dat is de ene ontwikkeling. De andere is al langer bezig. In een moderne, democratische samenleving zijn mensen zo geobsedeerd door de mogelijkheden die ze hebben om materieel vooruit te komen, dat zij zich alleen aan de belangen van henzelf en hun allernaasten zullen wijden en geen verantwoordelijkheid meer voor het publieke domein zullen accepteren. Alle taken en verantwoordelijk- heden worden dan aan de overheid gedelegeerd, en wat uiteindelijk (in de beroemde nachtmerrie van Alexis de Tocque- ville) resteert, is een staat die als een herder waakt over de bevolking – een verstrooide kudde schapen – en ze bijeen houdt door ze van hun pleziertjes en behoeftetjes te voorzien.

Daar stevenen we denk ik op af: op een wedloop tussen de ene ontwikkeling, naar chaos of die sterke man, en die andere: met een overheid die die sterke man de pas af wil snijden door de bevolking te laten zien hoe goed zij voor haar zorgt. Het is geen wenkend perspectief voor mensen die zich in beide kampen niet thuis voelen.

Zijn er dan geen lichtpuntjes? Als onverbeterlijke idealist denk ik van wel.

Ik heb soms het idee dat steeds meer mensen gaan beseffen dat de wilde gekte van het maatschappelijke en politieke debat aan het licht brengt dat we in Nederland van te veel goede dingen uit het verleden afscheid hebben genomen. Dat we als samenleving ontworteld en daarmee op drift zijn geraakt. Ik schreef zelf dit jaar een boek over de conservatieve pastor Doornenbal. Een journalist van de VPRO zei me dat hij na lezing van het boek had geconcludeerd dat dit het probleem in Nederland is: dat we dingen verloren hebben en dat dat verlies niet eens meer pijn doet. Een zoektocht naar wat we hebben verloren, moet toch met dit besef beginnen.

import essay