Hijgmeisje met overtuiging

Charlotte Gainsbourg. I.R.M. 3 sterren.

Tijdens het inzingen van de eerste liedjes schaamde zij zich nog. Een album maken met een popinstituut als Beck en zelf maar nauwelijks kunnen zingen, valt niet mee. Charlotte Gainsbourg komt gelukkig uit een nest waar de afwezigheid van vocale kwaliteiten als een pre wordt beschouwd. Het ouderlijke gekweel in Je t’aime, moi non plus werd dankzij het onderaards gerommel van papa Serge Gainsbourg en de erotische zomerbries van mama Jane Birkin een schandaleuze wereldhit. En over schandalen gesproken: Charlotte was nog maar een jaar of dertien toen zij met haar vader het liedje Lemon Incest opnam, een wederzijdse liefdesbetuiging die werd ondersteund door een filmpje waarin vader en dochter tijdens het hele nummer half ontkleed in bed liggen.

Sindsdien heeft Gainsbourg als zangeres een reuzenstap voorwaarts gemaakt. Na het piepen, fluisteren en zuchten op de albums Charlotte Forever (1986) en 5 :55 (2006) zingzegt zij haar verhaaltjes op haar derde plaat IRM met aanzienlijk meer overtuiging. Producer/singer-songwriter Beck bouwde met haar de nummers steen voor steen op. Echt sterke liedjes schreef hij niet, maar het overall klankbeeld dat hij produceerde, mag er zijn. Het meeste indrukwekkende stuk is een cover van Le Chat du café des Artistes, een lied van de Canadese chansonnier Jean-Pierre Ferland, wiens album Jaune (1970) wél een meesterwerk is. En dat is IRM eerlijk gezegd alleen maar op hijgmeisjesniveau.

import muziek