Politieke storm in 2010

Elke week op de website: één artikel uit HP/De Tijd. Deze keer de toekomstvoorspelling van Dirk-Jan van Baar. In 2009 blies de AOW-strijd het poldermodel op en raakte het traditioneel-linkse bolwerk van FNV en PvdA verder verzwakt. De maatschappelijke onvrede groeit door en wordt niet meer in het politieke midden vertegenwoordigd. Dat is het recept voor storm in 2010.

Ogenschijnlijk is er in 2009 niet veel veranderd, de Nederlandse elite zit nog stevig in het zadel. Maar nu al staat vast dat er dit najaar iets is geknapt in de sociaal-economische verhoudingen, toen werkgevers en werknemers er onder leiding van SER-voorzitter Alexander Rinnooy Kan (volgens de Volkskrant de meest invloedrijke man van Nederland) niet in slaagden om een gezamenlijk standpunt over de verhoging van de AOW-leeftijd te bereiken.

Op datzelfde Volkskrant-lijstje staat op de tweede plaats VNO-NCW-voorzitter Bernard Wientjes, en FNV-voorzitter Agnes Jongerius staat op zeven. In de polder draait alles om ‘evenwicht’ en bestaan geen overwinningen en nederlagen. Toch heeft Jongerius volgens alle waarnemers in de AOW-kwestie een smadelijke nederlaag geleden en gaat Piet Hein Donner (de verantwoordelijke minister die op het lijstje ontbreekt) onverstoorbaar door met zijn plannen. Dit met instemming van de werkgevers, die het kabinet bij voorbaat aan hun kant wisten, maar van geen overwinning willen weten.

Een tikje schizofreen. De vakbeweging (vooral de FNV) is in een isolement geraakt, waarbij Jongerius ook nog intern is teruggefloten toen zij woedend verklaarde desnoods zaken te doen met de ‘duvel en zijn ouwe moer’ (de PVV) om de gewraakte AOW-plannen tegen te houden. Wat de zaak voor de FNV nog pijnlijker maakt, is dat de PvdA de kabinetsplannen steunt. En vorige week kondigde Jongerius ineens aan het verzet te staken als het parlement met de plannen akkoord gaat – een ommezwaai die voor de achterban moeilijk te volgen moet zijn.

Nu is dit beslist niet de eerste nederlaag van de vakbeweging. De FNV heeft de laatste decennia al veel moeten slikken. In een land met een miljoen zelfstandigen zijn de arbeidsverhoudingen ook drastisch gewijzigd. De FNV staat in de beeldvorming steeds meer voor de verworven rechten van 55-plussers (meestal blanke mannen) die niet tot het meest sprankelende deel van de natie behoren. Uitgerekend die leeftijdsgroep wordt in de AOW-plannen van Donner ontzien. Je gaat denken dat de minister met dit zoenoffer aan de traditionele achterban van de FNV de vakbeweging schaakmat heeft willen zetten. En zijn schalkse opmerking dat de oudere werknemer in Nederland overbetaald wordt, doet vermoeden dat hij meer ideetjes in petto heeft.

Dit alles lijkt een logische vervolg op het ‘Akkoord van Wassenaar’ uit november 1982. Dat kwam uit de koker van oud-werkgeversvoorzitter Chris van Veen (afgelopen herfst overleden). Onder druk van het net aangetreden kabinet-Lubbers, dat met een loonstop dreigde, kwam een deal tot stand om het in zwaar weer verkerende bedrijfsleven lucht te geven. In ruil voor loonmatiging stemden de werkgevers in met arbeidstijdverkorting, wat de arbeidsmarkt flexibeler maakte. Pas in de jaren negentig, toen Nederland internationaal de aandacht trok als land dat zijn economie had weten te moderniseren zonder afscheid te nemen van de verzorgingsstaat, is men hierin de basis van het poldermodel gaan zien.

Echt harmonieus verliepen de jaren tachtig geenszins. Weliswaar was Wim Kok als FNV-voorzitter een sleutelfiguur in Wassenaar, maar de vakbeweging bleef tegen het herstelbeleid te hoop lopen. De PvdA, in 1982 nog onder Joop den Uyl, stond zelfs buitenspel. Toen Kok in 1986 het roer overnam, duurde het nog drie jaar voor de PvdA weer in de regering kwam. In de zomer van 1991 kwam het nog tot een crisis over de WAO, die de ‘sociale partners’ harmonieus hadden laten volstromen om massaal afgevloeide werknemers op gemeenschapskosten een betere uitkering te bezorgen.

Kok had beloofd een hervorming van de WAO niet te zullen meemaken, maar deed dat toch. Mede door die draai kon hij als regeringsleider van twee paarse kabinetten met de VVD uitgroeien tot ‘premier van alle Nederlanders’. Een ‘overwinningsnederlaag’ voor de vakbeweging, die vanuit het defensief een onmisbare pijler bleef voor het behoud van de sociale vrede. De economie en de overheidsbureacratie (die op afstand lekker meegroeide) voeren er wel bij. De nieuwe marktgerichte (‘neoliberale’) koers van de PvdA bleef ter linkerzijde echter omstreden. In dat gat sprong de SP, die met zijn arbeideristische achtergrond ook weerklank vond binnen de vakbeweging. Ter rechterzijde ontstond onvrede over de VVD, die zich onder paars aan de ‘linkse kerk’ zou hebben uitgeleverd en niet echt een dam opwierp tegen de gestage instroom van immigranten. Die instroom holde het draagvlak voor historisch gegroeide sociale arrangementen uit – een ontwikkeling waarbij de vakbondstop werkeloos toekeek. En sinds de kredietcrisis, aanvankelijk gevierd als bankroet van het kapitalisme, staat ook de financiering van de (snel vergrijsde) verzorgingsstaat zwaar onder druk.

In 2009 zijn de grondslagen onder het poldermodel weggeslagen. We zien een tot op het bot verdeelde vakbeweging, met een kader dat sympathiseert met de SP en een achterban die gevoelig is voor de PVV. De PvdA zit anders dan in 1982 in de regering, maar moet als ‘systeempartij’ voor overleving vrezen, terwijl de VVD, die toen de nieuwe richting aangaf, er in de peilingen nauwelijks beter voorstaat. Toch voelt de polderelite zich safe, omdat grote brokken zijn uitgebleven en er alweer economische groei aan de horizon gloort. SER-voorzitter Rinnooy Kan denkt de draad als vanouds te kunnen oppakken, alsof er niks is gebeurd. De Hollandse regenten kunnen zich niet voorstellen dat alle partijen die afgelopen jaar vernederd zijn en klappen hebben opgelopen (niet alleen de vakbeweging, maar ook zelfstandigen en nette burgers), eerst naar lucht moeten happen voor het besef doordringt wat hun is overkomen. Immers, wie bedrogen is, wil dat eerst niet weten en houdt zich flink. Om in zo’n situatie toch hervormingen door te drukken als de verhoging van de AOW-leeftijd en rekeningrijden – in beide gevallen complexe en bureaucratische gedrochten die volledig ten laste komen van de huidige werkers die Nederland draaiende houden – is vragen om een opstand waarbij die van Fortuyn verbleekt.

Deze situatie klemt vooral bij de vakbeweging, die voor ‘het volk’ zou moeten staan, maar totaal naar binnen is gericht. Veel jongeren zullen de voorgenomen maatregelen niet eens erg vinden, want wie nu carrière maakt, denkt zonder vakbeweging te kunnen. En het moet gezegd: de vakbeweging – die in de AOW-kwestie mijns inziens het gelijk aan haar kant had – heeft weinig gedaan om uit te leggen dat een door de staat gegarandeerd basispensioen niet alleen in het belang is van oudere werknemers, maar van de hele bevolking. Erger, ik denk dat de FNV zelf onvoldoende begrijpt wat voor kroonjuweel de AOW juist als volksverzekering is, en een gouden kans heeft gemist om uit het eigen getto te komen. Voor het poldermodel rampzalig, want dat kan niet zonder geloofwaardige vakbeweging en een elite die weet wat er onder ‘het volk’ leeft. De wederzijdse vervreemding die we deze herfst hebben gezien, doet vermoeden dat 2009 een jaar was van de stilte voor de storm.

Dirk-Jan van Baar