Supersfeer!

Op de Weihnachtsmarkt in Düsseldorf is het heerlijk shoppen. Voor wie om geurkaarsen, poppenmeubels en houtgesneden windmobielen verlegen zit. En wat kost zo’n bustochtje nou helemaal?

Een snotsliert hangt als de slinger van een Friese staartklok aan m’n neus. Dat betekent twee dingen: het is koud en het waait. We zitten, kortom, in de gezelligste tijd van het jaar. En dus sta ik om kwart over zeven ’s ochtends op een parkeerplaats naast het Amsterdamse station Sloterdijk met nog een handvol gezelligheidsdieren te wachten op een oranje touringcar. Want onder het motto ‘de hulst bij de buren is altijd groener’ gaan we op weg naar de kerstmarkt van Düsseldorf. Dat is de mooiste en de grootste en de meest indrukwekkende van Europa, schijnt het. De ronkende wervingsteksten liegen er niet om. Of wél, maar dat weet ik nu nog niet. Your Personal City Guide (youropi.com) juicht in elk geval: “Düsseldorf is de kersthoofdstad van Duitsland. Bijna anderhalve maand staat de stad werkelijk op zijn kop. Alle straten, bomen en huizen zijn dan verlicht. Kerst in Düsseldorf in een notendop: in de stad hangt een supersfeer dankzij honderden kraampjes met leuke kerstwaar, warme Glühwein, warme wafels en uiteraard de gratis grote ijsbaan (geopend t/m 15 januari). Je kunt dagelijks terecht voor een romantische kerstsfeer die over de hele binnenstad is verspreid: de Marktplatz, Flinger Strae, Heinrich Heine Platz, Stadtbrückchen, Schadowplatz en de Schadowstrae zijn de hoofdlocaties waar je omringd wordt door een warme kerstsfeer. Ben je van plan naar de kerstmarkt te gaan, vertrek dan op tijd.”

Een busreis naar die supersfeer kost bij de reguliere touroperator niet meer dan 27 euro. Dus is het druk op die kille, donkere, winderige parkeerplaats. Matineus koukleumen. En toch ook van binnen gloeien, vanwege het vooruitzicht van de mooiste, grootste en meest indrukwekkende kerstmarkt van Europa. Tenminste, dat neem ik aan. Ikzelf voel niks gloeien. Ik voel alleen die snotpegel links en rechts in m’n gezicht slaan. Ik heb dan ook niets met kerstmarkten. Met die nepchaletjes, dat Jingle Bells-gejengel en die eeuwige glühwein. Vraag me af waarom ik hier in vredesnaam weer ja tegen heb gezegd.


Het gratis koelkastmagneetje met de skyline van Düsseldorf, dat in de bus op alle stoelen is neergelegd, kan bij mij nog niet voor een innerlijk vreugdevuur zorgen. En was dat wel het geval geweest, dan waren de vlammen niet lang daarna alweer gedoofd door de ijskoude mededeling van de chauffeur dat hij wegens ‘files en opbrekingen’ (die ik vanwege plots invallende slaap moet hebben gemist), ‘niet binnen de tijd’ de grens gaat halen. Dus dienen we noodgedwongen drie kwartier te bivakkeren bij een wegrestaurant in Zevenaar. “Want elk kwartier dat ik mijn rijtijd overschrijd, kost me 12.000 euro,” zegt de man achter het stuur, die de oerdegelijke naam Jan de Jong blijkt te dragen. Wat wel weer een veilig gevoel geeft.

Terwijl het op de parkeerplaats van de snelwegtoko een vrolijk samenklonteren is van duizenden euro’s besparende chauffeurs, die de rit naar Zevenaar met elkaar doornemen alsof het de eerste etappe in de Dakar-race betreft, loopt binnen een heel contingent kerstmarktfans over de saucijzenbroodjes te niezen. Onze bus, die oranje van de firma Van Nood, heeft immers niet het alleenrecht op prettig geprijsde eendagstrips naar de kersthoofdstad van Duitsland. Wat heet: ook deze ochtend zoeft er een ware armada over de Autobahn. Over de Nederlandse snelwegen niet – daar staan de glühweingangers vooral stil.

Al met al is het half één als Jan de Jong zijn bus op de speciaal voor Hollandse voertuigen gereserveerde parkeerplaats aan de oever van de Rijn parkeert, pal naast een touringcar van omroep MAX. “We vertrekken hier weer om kwart over vijf,” roept De Jong, terwijl de kerstmarktbezoekers zich verdringen voor de uitgang. En, met extra klemtonen en toegevoegde pauzes, om het dramatische effect van zijn boodschap te versterken: “Dat betekent dat ik om zés. Tien. Over. Vijf. Wég! Bén!”


Weg is niet lang daarna ook de snotpegel, die gedragen door de wind het grauwe sop van de Rijn opzoekt. In colonne sjokken we richting Altstadt, en wie niet sjokt, schuifelt – stevig leunend op de armsteun van een rollator. Op naar de circa 250 ‘weihnachtlich dekorierten Hütten’, zoals de houten huisjes met warme chocolademelk en handbeschilderde kerstkribbetjes door het plaatselijke verkeersbureau worden genoemd. Een blik op de klok leert dat we zo’n vierenhalf uur hebben om alles te bekijken, en dat lijkt rijkelijk weinig voor een gedegen bezoek aan de kersthoofdstad van Duitsland. Het tempo maar iets opvoeren dus – en niet schromen om hier en daar een looprek op wieltjes opzij te duwen.

Eerste statie in deze quasi-religieuze processie is de Marktplatz, waar kraampjes staan ‘die sich in Farbe und Stil an den Ziegelbau des historischen Renaissance-Rathauses im Herzen der Düsseldorfer Altstadt anlehnen’. Die smaakvolle aanbeveling wordt geheel tenietgedaan door een als lekkernij bedoeld voorwerp dat men hier aan de man en, vooral, vrouw probeert te brengen: de Schoko Banane.

Dat is een banaan met een jasje van chocolade, waarvan de witte variant zelfs in de optiek van de keurigste kerstmarktbezoeker associaties moet oproepen met een vibrator, zo eentje waarvan in de Wehkamp-catalogus altijd werd gezegd dat de dames hem tegen de kin moesten houden. Dat is trouwens ook een optie voor de chocoladevariant, want opeten moet je hem beslist niet – zelden zo’n kort traject afgelegd naar een hevig pulserende maag.

De misselijkmakende traktatie vindt z’n gelijke trouwens in de Reibekuchen aus frische Kartoffeln mit Knoblauchsoe – en dat is niet vanwege de Knoblauchsoe. Reibe kuchen zijn klonten aardappel die moeten leren zwemmen in woest kolkend frituurvet maar jammerlijk falen in die opzet, waarna ze, eenmaal verdronken, als volgezogen sponzen op niet zo toevallige voorbijgangers liggen te wachten, die vreemd genoeg en masse hun tanden erin zetten en al doende met de gestaag stollende bakolie hun aderen dichtmetselen.


Omdat ik ook volgend jaar nog Kerst en Oud & Nieuw wil vieren, hou ik het op een heel wat gezondere versnapering. Op de hoek van de Flinger Strae en de Heinrich Heine Platz, vermaard vanwege zijn muziekpaviljoen (‘ein Meisterwerk des Jugendstils’), worden als in vroeger eeuwen kastanjes gepoft. Dat is even doorbijten, denk je, tot mijn fotograferende collega me erop attent maakt dat je de schil niet moet eten. Pellen dus – en daarbij dien je niet gezegend te zijn met een surplus aan verbeeldingsvermogen. Anders is het net of je het kopje van een kapucijnaapje openbreekt en de hersenen eruit pulkt.

Op de Heinrich Heine Platz zelf is het goed shoppen. Dat wil zeggen, als je om geurkaarsen, poppenmeubels en houtgesneden windmobielen verlegen zit. Het aanpalende Stadtbrückchen, het als ‘idyllisch’ omschreven binnenplaatsje van het Wilhelm Marx Haus, is vermaard om zijn her en der opgehangen kristallen, ‘die das Licht in Tausende Farben brechen’ en het plein ‘in ein geheimnisvolles Licht’ doen baden. Maar daar heb je zo weinig aan, om twee uur ’s middags.

De verderop gelegen, geheimzinnig klinkende Schadowplatz markeert alweer het einde van de kerstmarkt. Hier zou het reukorgaan, volgens de folder, vertroeteld worden met ‘der Duft von frischem Tannengrün’, veroorzaakt door het groen waarmee de daken van de houten huisjes zijn belegd. Maar al wat het slijmvlies prikkelt, zijn de geur van geschroeid vlees en de odeur van gesmolten chocolade, her en der versneden met de meur van gebakken poffertjes en gebrande noten. Wat een zegen is vergeleken bij de scherpe walm die van de dropkraam af komt: alsof je neusharen worden gezandstraald. Ook op dit pleintje verder een dwarsdoorsnede van wat creatief Duitsland aan verkoopfähige huisvlijt bij elkaar heeft gefröbeld: van vogelhuisjes met het opschrift ‘bed & breakfast’ tot kerstmannetjes die een gat in de lucht springen als je aan het touwtje tussen hun benen trekt.


En dat was het eigenlijk alweer, voor wat de kersthoofdstad van Duitsland betreft. Overbodig te stellen dat we ruim vóór het afgesproken tijdstip in de bus zitten. Wat wél opmerkelijk is: we zijn de allerlaatsten! Kennelijk had niemand de neiging wat langer bij de Backkartoffeln, Esskastanien en Spiebraten te blijven hangen. Het collectieve gevoel van teleurstelling dat in de touringcar hangt, is dan ook zó dik dat je er plakken van kunt snijden. “Kerstmarkt? Laat dat kerst maar weg!” mokt een dame voor ons, die daar met die typisch Hollandse stijlfiguur van De Overdrijving aan toevoegt dat ze ‘maar drie kerstbomen’ heeft gezien.

En dat nu is aperte onzin. Op het idyllische binnenplaatsje stonden er immers ook nog twee.

Michiel Blijboom