Tune out, Turn off, Unplug!

John Freeman: De terreur van e-mail. Contact. € 16,95. Ook verkrijgbaar via ako.nl.

Zelf ben ik van de oude stempel: ik pak graag de telefoon om dingen te regelen. Gemakkelijk, accuraat, en met het voordeel dat ik niet de godganse dag voor het scherm van mijn computer hoef te hangen om mijn mailbox te checken. Want dat zien ze eigenlijk het liefst, de pr-functionarissen en secretaresses die ik aan de lijn krijg. “Kunt u uw verzoek per e-mail indienen?” vragen ze steevast. “Dan mailen we u terug.”

Jawel, alsof ik niks zinnigers te doen heb dan achter mijn bureau zitten en patience leggen, in de hoop dat iemand eindelijk zo goedgunstig zal zijn om op de reply-knop te drukken en me te vertellen wat ik weten wil. Allemaal onnodige omhaal en verspilde tijd: e-mail lijkt snel, maar is in feite uiterst traag.

Behalve voor de mensen met een kantoorbaan natuurlijk, die betaald worden om van negen tot vijf op hun post te blijven, gezeten achter een scherm, en die het comfortabel vinden om alle anderen met een kluitje in het riet te sturen en op hun beurt te laten wachten. Zo kunnen ze nog eens gezellig met elkaar bijkletsen, terwijl hun computer ijverig doorwerkt en elk bericht dat binnenkomt netjes opslaat.

Waarschijnlijk maken ze zichzelf wijs dat het veel efficiënter is om hun e-mailtjes op te sparen, en die pas af te handelen als ze er eens even rustig voor kunnen gaan zitten. Maar zo werkt het niet in de praktijk, weet ik sinds ik het leuke, maar ook ietwat verontrustende boek van Granta-redacteur John Freeman heb gelezen, met de veelzeggende titel: De terreur van e-mail.

Wat Freeman in zijn eerste drie hoofdstukken laat zien, is dat het wereldwijde internetverkeer, voor degenen die dat technisch mogelijk maakten, aanvankelijk een belofte inhield van meer en betere communicatie tussen alle mensen. De hele wereld zou één grote, saamhorige, goed geïnformeerde global village worden – een elektronisch dorp, waarin internet zou fungeren als de ultieme dorpspomp – de plek waar je nieuwtjes kon uitwisselen en veelbelovende nieuwe contacten kon leggen. Kortom, internet zou de mensen dichter bij elkaar brengen en tot meer humanitair gedrag leiden.


Maar dat viel tegen. Freeman is inmiddels grondig gedesillusioneerd en zijn bezwaren – veel te complex om er in dit korte bestek recht aan te kunnen doen – vallen grofweg in twee categorieën uiteen. In het zakenleven heeft internet zich ontwikkeld tot een dusdanige tsunami van informatieve overkill dat de mensen die ermee moeten werken erdoor overspoeld worden, en ook buiten kantooruren nog geacht worden hun mailbox te raadplegen en voortdurend bereikbaar te zijn. Ook in de avonduren, ook in het weekend.

En in de persoonlijke sfeer geldt dat de gestage toevloed van e-mailcontacten afbreuk doet aan het zichtbare en voelbare contact met echte mensen, met vrienden en familie en met de zintuigelijke werkelijkheid. Hoe explosiever ons globale ‘internetbewustzijn’ groeit, hoe eenzamer we worden, gevangen als we zijn in het schelle licht van een machine die schijnbaar terug praat, maar die ons in emotioneel opzicht bar weinig te bieden heeft.

Een Amerikaanse recensente, Geraldine Brooks, geciteerd op de achterflap van het boek, vat de boodschap van John Freeman als volgt samen: Tune out, Turn off, Unplug! Een goede raad, die ik zeker ter harte zal nemen.

Emma Brunt