Curaçao staat op springen

Op 10-10-’10 krijgt Curaçao eindelijk zijn felbegeerde autonomie. Toch is 48 procent van de eilanders zeer ontevreden. Reden: Nederland wil hun staatsschuld saneren met een gift van 1,7 miljard euro, in ruil voor toezicht. “Neokolonialisme!” roepen de tegenstanders. Onzin, stelt VVD-Kamerlid Willibrord van Beek, voorzitter van de vaste Kamercommissie Antilliaanse en Arubaanse Zaken. “We gaan niet saneren en vervolgens rustig afwachten tot het gat weer gegraven is.”

Het is nog steeds de bedoeling dat het een feestelijke dag wordt: op 10-10-2010 krijgt Curaçao een autonome status binnen het Koninkrijk der Nederlanden. Het land de Nederlandse Antillen houdt per die datum op te bestaan. Sint Maarten wordt eveneens autonoom (Aruba is dat al sinds 1986). Bonaire, Sint Eustatius en Saba worden als ‘bijzondere gemeenten’ juist dichter bij Nederland getrokken.

De bewoners van al die eilanden – Curaçao heeft er met 140.000 verreweg het meest – hebben in referenda zelf over hun toekomst mogen beslissen. Democratischer kan het niet. Toch ontstond er op Curaçao onrust over de deal. Zoveel zelfs dat een blanke Curaçaoer tijdens rellen een schedelbasisfractuur opliep.

Vanwaar die heibel? Omdat Nederland, in ruil voor het saneren van de staatsschuld, toezicht zal houden op het financiële beleid van Curaçao. Het zal ook in de gaten houden of de lokale bestuurders, politiemensen en officieren van justitie zich niet schuldig maken aan corruptie en vriendjespolitiek.

Is zulk toezicht dan zo erg? Sterker: het is verschrikkelijk, briest het nee-kamp. Nederland bezondigt zich zo aan ‘neokolonialisme’.

Je reinste flauwekul, klinkt het op het Binnenhof eensgezind. Ook de Nederlandse kranten noemden het in hun commentaren volkomen logisch dat Nederland een oogje in het zeil wil houden op Curaçao, een eiland waar met grote regelmaat politici het gevang in draaien wegens fraude en waar men bewezen heeft de kunst van het begroten, eufemistisch gesteld, nog niet volledig meester te zijn.

Toch heeft het nee-kamp kennelijk argumenten die voor liefst 48 procent van de bevolking steek houden, bleek tijdens het laatste referendum van 15 mei. Dus wezen ze het akkoord met Nederland af. Maar wat zíjn die argumenten dan precies? Pikant: op 22 januari zijn er verkiezingen. Wat gaat er gebeuren als de oppositie, datzelfde nee-kamp dus, die verkiezingen weet te winnen?

Lees het hele artikel in de HP/De Tijd van deze week.

Boudewijn Geels