Nog één keer: Sander vs Frénk

Sander Simons kon een fel baasje zijn, merkte Prem Radhakishun afgelopen zomer. ‘Meesterinterviewer’ Frénk van der Linden ondervond het al veel eerder. Om de gisteravond aan kanker overleden oud-presentator van het RTL Nieuws te herdenken, takelen we volgaarne deze oude koe uit de sloot. Het betreft de Moeder aller Ruzies tussen een voorlichter en een journalist.

De clash vond plaats in 2002, toen de auteur van dit stukje een dubbelinterview deed voor het vakblad Communicatie. Journalist Simons was overgestapt naar gene zijde: de voorlichting. Mag dat? Natuurlijk niet, vond Van der Linden. Natuurlijk wel, meende Simons.
Een debat bij Simons thuis aan de Prinsengracht? Prima, klonk het in koor.
Al na tien minuten ging het mis. Onderwerp: mag je als journalist mediatraining geven?
Van der Linden: “Ik geef zelf nooit interviewtraining. Journalisten zouden niet verder moeten gaan dan het verschaffen van uitleg over hoe hun professie werkt.”
Simons: “Maar daar laat je je dan niet voor betalen door het bedrijfsleven?”
Van der Linden: “Door het bedrijfsleven al helemáál niet.”
De interviewer tegen Van der Linden: “Je geeft workshops hè? Samen met Peter Smit, de voorlichter die de vuurwerkramp in Enschede heeft ‘gedaan’.”
Van der Linden: “Ja. En de praktijk bestaat eruit dat ik voordurend tegen hem roep: ‘Dat is onzin’.”
Simons: “En voor wie zijn die workshops dan?”
Van der Linden: “Voor Euroforum.”
Simons: “Ja, maar wie zijn de klanten?”
Van der Linden: “Daar zitten voorlichters. Van de KLM, van gemeenten; van alles en nog wat.”
Simons: “Maar dan laat je je toch betalen door het bedrijfsleven?”
Van der Linden: “Nee, ik laat me betalen door Euroforum.”
Simons, licht geïrriteerd: “Heel handig. Euroforum wordt betaald door het bedrijfsleven. Dat is dus een kwestie van vestzak-broekzak. De KLM betaalt Euroforum en Euroforum betaalt jou.”
Van der Linden: “Ik vind het erg flauw dat je zegt dat de KLM mij betaalt. Dat is onzin. (-) Ik zal proberen uit te leggen waarom.”
Simons, nu geagiteerd: “Ik vind het heel ongeloofwaardig dat je die journalistiek op zo’n enorm hoog voetstuk zet en je aan de andere kant via Euroforum door het bedrijfsleven laat inhuren.”
Van der Linden bestrijdt dat en herhaalt wat volgens hem een kernpunt is: “Ik geef geen training.”
Simons: “Jouw informatie is toch training voor die mensen? Zij denken: ‘Frénk van der Linden zegt dat ik het fout doe, het anders moet doen’. Is dat geen training?”
Van der Linden: “Nee.”
Simons, fel: “Ach, get out!”
Van der Linden: “Ho, wacht even, hebben we gewoon een gesprek? Of wil je alleen maar schreeuwen?”
Simons: “Ik ben in mijn eigen huis. Het heeft niets met schreeuwen te maken, ga toch weg. Als je daar niet tegen kunt, zijn we heel snel klaar.”
En hier ontspoort de discussie. Het vuur is dermate hoog opgelaaid dat blussen niet meer helpt.
Van der Linden staat op en pakt zijn jas. “Ik heb het gevoel dat er zo geen gesprek is.”
Simons: “Ik heb het gevoel dat er zo juist een heel intensieve uitwisseling is.”
Van der Linden: “Ik ervaar dit niet als een gesprek.”
Simons: “Je doet net alsof ik iets heel raars heb gedaan. Ik ga gewoon fel met je in debat, maar dat trek je niet.”
Van der Linden: “Ik ga niet spugen tegen de storm in.”
Simons: “Jongen, je laat je gewoon betalen door het bedrijfsleven. Dat heb ik hier in vijf minuten aangetoond en daar kun je niet tegen. Wees toch gewoon eerlijk.”
Van der Linden: “Ik bén eerlijk. Ik wil het je best uitleggen, maar niet op zo’n toon. All the best verder.”
En dan verlaat Van der Linden het pand. 

Simons dreigt later met een advocaat om publicatie van dit debat te voorkomen. Als dat – uiteraard – niet blijkt te werken, vraagt en krijgt hij de mogelijkheid om onder het stuk een korte reactie te plaatsen. De laatste zin daarvan luidt als volgt: “Mijn klanten, en last but not least journalisten, weten nu in ieder geval dat ik niet over me heen laat lopen.”

Boudewijn Geels