Elvis

Op 8 januari is het 75 jaar geleden dat Elvis Aaron Presley werd geboren. Of hij nu nog leeft of niet – die dag wordt wereldwijd gevierd. Niet in de laatste plaats in Elvis Country, in het diepe zuiden van de VS.

Op een zaterdagavond in september 1962 kreeg ik, halverwege de zoldertrap van ons ouderlijk huis, van mijn vier jaar oudere broer een dubbeltje in de hand gedrukt, met het vriendelijke maar nadrukkelijke verzoek níét op zijn verjaardagsfeestje te verschijnen. Nadat ik wel goed genoeg was geweest om te helpen de zolder feestelijk aan te kleden. Het was de tijd van visnetten, kaarsen in lege chiantiflessen – de levensgrote Elvis Presley-poster was het pièce de résistance. Misschien niet daarom, maar iets speciaals met Elvis heb ik nooit gehad.

Bijna vijftig jaar later zit ik voor in een bus die ons gezelschap van meer dan dertig journalisten uit heel Europa van Memphis Airport naar Tupelo, Mississippi, rijdt. ‘ Birthplace of the King’ staat er op de eerste van vier dicht bedrukte pagina’s van het reisschema voor de ‘Elvis 75th Birthday Anniversary, European Media Trip’.

Het landschap waar de US78 zich doorheen slingert, baadt in een warm namiddagzonlicht, dat lange schaduwen achter het Amerikaanse snelwegmeubilair werpt: McDonald’s, Gas & Lodging, Waffles, maar ook een hoge mast met het billboard ‘Real men don’t hit women’.

Ik schijn als enige belangstelling te hebben voor het uitzicht, de anderen kijken op monitors naar de Elvis-dvd Heartbreak Hotel, met een blikje bier of iets sterkers in de hand. De hele achterbank ligt vol drank en snacks; de pers wordt weer in de watten gelegd. Alleen de mededeling van onze gids, vlak voor aankomst in Tupelo, dat we een splinternieuwe, gigantische Toyo-ta Prius-fabriek passeren die vanwege de slechte economie in de mottenballen is gelegd, doet alle hoofden een ruk naar rechts maken.

Mijn eerste foto’s maakte ik al op het vliegveld, vlak na customs and immigration. Een grote Elvis-souvenirwinkel, een vloer ingelegd met muzieknoten, geprojecteerde portretten van niet alleen Elvis maar ook B.B. King en Isaac Hayes, met daarvoor hun gitaren, onder de slogan ‘Memphis, home of the blues, birthplace of rock ‘n’ roll’. Precies wat ik nodig had om de hemeltergende behandeling door de Amerikaanse douane te vergeten; vingerafdrukken (vier vingers en duim, linker- en rechterhand), een portretfoto, suggestieve vragen: “Come to work in the USA?”, “Who paid for your flight?” Twee keer de schoenen uit, x-rays, drie keer de koffers op een carrousel en weer door de x-ray. Welcome to the USA! Rags To Riches


Niet het tijdverschil, maar de langgerekte claxonsignalen van door Tupelo trekkende vrachttreinen houden me uit de slaap. Ik bedenk dat Elvis dat lawaai ook ontelbare keren moet hebben gehoord, in East Tupelo, aan de ‘verkeerde’ kant van het spoor.

Elvis Aron (later als Aaron geschreven) Presley werd op 8 januari 1935 ’s ochtends rond vier uur geboren, een half uur na zijn doodgeboren tweelingbroer Jesse Garon. Zijn ouders waren van eenvoudige komaf en straatarm. Het houten geboortehuisje van slechts twee kamers, een paar honderd meter verplaatst van de oorspronkelijke locatie naar het Elvis Presley Park, zal op iedere bezoeker een onuitwisbare indruk maken. Hier zag de man die achttien jaar later de populaire muziekwereld op z’n kop zou zetten het levenslicht. Hier is meteen duidelijk waar de drive ontstond bij de met veel ouderlijke liefde grootgebrachte jongen om de ster te worden die hij werd en met snel verworven rijkdom zijn ouders, familie en vrienden een comfortabeler leven te bieden. In het Elvis Presley Park in Tupelo is ook de volledig gerestaureerde Assembly of God-kapel te bezichtigen, de kerk van de Pinkstergemeente waarvan de Presleys lid waren en waar de jonge Elvis de gospelmuziek hoorde die in zijn carrière zo’n grote rol zou spelen. Guitar Man

Murw van de treingeluiden besluit ik om zes uur de straat op te gaan. De Hilton Garden Inn blijkt op twee minuten lopen te liggen van de Tupelo Hardware Co. Dit is de winkel op 114 West Main Street (pal naast een spoorwegovergang), waar moeder Gladys haar zoon voor zijn negende verjaardag een gitaar gaf.


De grote, ruim gesorteerde winkel is al vroeg open, en de 67-jarige manager Howard Hite leidt mij al pratend langs wanden vol gereedschap naar een uitstalling van een zevental gitaren en een vitrine met souvenirs als T-shirts en plectrums. Gevraagd naar het belang van Elvis voor hemzelf – Hite zag hem in 1957 in Hawaii optreden – zegt hij: “Elvis is good business.” Tupelo Hardware ontvangt jaarlijks rond de 25.000 Elvis-fans en verkoopt gemiddeld één gitaar per dag.

Als ik ’s middags met mijn dertig collega’s de zaak nogmaals bezoek en ons gezelschap nog wordt uitgebreid met individuele fans, begin ik iets te begrijpen van het fenomeen Elvis, dat over de hele wereld, maar vooral in de States, nog immer wordt verafgood.

Onder begeleiding van een motorcade (de stad heeft alle registers opengetrokken voor de Europese pers) doen we in de middag per bus The Ice House aan, een partycentrum waar veel Elvis related events plaatsvinden.

Het hele interieur straalt rock-’n roll uit, in een orgie van zuurstokkleuren. Jailhouse Rock-placemats, posters, muurschilderingen, een roze kerstboom. Genietend van een southern buffet-lunch luister ik naar de oral history zoals die op een klein podium in interviewvorm wordt gebracht door voor de gelegenheid opgetrommelde jeugdvrienden van Elvis. Vooral de herinneringen van de donkere Sam Bell spreken mij aan. Hoe de twee in het gesegregeerde Mississippi samen in het ‘zwarte’ deel van de bioscoop naar films keken.

Via een bliksembezoek aan Lawhon Elementary School (slogan in de gang: ‘Rock with Responsibility’), waar ik met toegeknepen ogen in het grote, verlaten auditorium een verlegen Elvis op het podium zie zingen, is het tijd voor een drankje in het Convention Center. Hier worden we opgewacht door de oprichtsters van de Elvis Presley Fan Club: vijf grootmoeders die poseren onder hun groepsportret uit de jaren vijftig.


Presley wordt algemeen gezien als de artiest die de vermenging van zwarte en blanke muziek in een stroomversnelling bracht. Een snel bezoek aan het schitterende B.B. King Museum in Indianola, op 150 mijl van Tupelo, en, nog leuker, een lunchconcert in de beroemde Club Ebony (since 1945!, en even spartaans ingericht als het fameuze Bimhuis aan de Oudeschans in Amsterdam in de jaren zeventig) op loopafstand van het museum, zijn een terechte ode aan de blues die zo’n belangrijke rol in Elvis’ leven speelde. Als kind luisterde hij gefascineerd door de open ramen van de zwarte kerken in zijn buurt naar meeslepende gospel en blues.

Niet lang na de verhuizing van de Presleys van Tupelo naar Memphis, in 1948, en voordat hij op zijn negentiende zijn eerste plaat opnam, was hij niet weg te slaan uit Beale Street, een aaneenschakeling van tientallen bars, restaurants, clubs met live muziek en ‘home of the blues’. Omdat er tegenwoordig meer rock te beluisteren valt dan blues en jazz, vind ik als jazzliefhebber Beale Street wat tegenvallen. Maar gezellig is het zeker, en een probleemloos amalgaam van ras en kleur die vijftig jaar terug volstrekt onmogelijk was. Wel zijn er aan het begin en het eind van ‘Beale’ checkpoints waar iedereen wordt gefouilleerd op wapens. Een fenomeen dat jammer genoeg ook in Nederland steeds meer de kop opsteekt.

Hoogtepunt van deze Elvis trail is voor mij niet de excursie naar Graceland, het landhuis in neokoloniale stijl dat Elvis op z’n 22ste kocht en waar hij in 1977 overleed, als slachtoffer van zijn eigen succes, maar het bezoek aan de Sun Studio, ook in Memphis, waar de klanken van It’s Allright Mama, net als de stemmen van Carl Perkins, Johnny Cash, Jerry Lee Lewis, B.B. King en Roy Orbison in de (originele) akoestische plafonds gevangen lijken.


Hier maakte een negentienjarige jongeman met een gitaar in 1954 de gigantische sprong naar de onsterfelijkheid. De originele Ampex-recorders, de vintage 50’s RCA-microfoons en het kleine museum op de bovenverdieping maken van Sun Recording Service een ware tijdmachine. Ook zonder het statistisch overzicht te lezen van Elvis’ carrière – zo’n 1 miljard verkochte platen, 100 gouden singles, 50 gouden albums, rollen in 33 films en ontelbare live-optredens – besef je dat hier geschiedenis werd geschreven.

Was de Elvis-poster van mijn broer nog voorhanden, dan zou ik er thuis nog wel een plek voor vinden.

Elvis’ 75ste geboortedag wordt gememoreerd met allerlei evenementen, zoals op 8 januari in de Amsterdamse Melkweg en op 24 februari in het Rotterdamse Ahoy.

Foto’s van de Elvis-trip van Paul van Riel zijn van 8 t/m 30 januari te zien bij de Kunstuitleen Amstelveen.

Paul van Riel