Met de billen bloot

Na de mislukte aanslag door de Nigeriaan Abdulmutallab wordt de bodyscan op vliegvelden versneld ingevoerd. Het wordt tijd om eens kritisch naar ons antiterrorismebeleid te kijken. door Bart de Koning Het is een vast ritueel: na ieder ongeluk, incident of aanslag klinkt de roep om nieuwe maatregelen. Die komen er meestal ook, omdat er in het huidige mediaklimaat maar weinig politici zijn die ‘nee’ durven te zeggen of ‘laten we de uitkomst van het onderzoek eerst even afwachten’. De mislukte terreuraanslag door Umar Farouk Adulmutallab is geen uitzondering. Het toestel was amper geland of er klonk al een veelstemmig koor dat om invoering van de bodyscan op vliegvelden vroeg. Die wens werd al even snel vervuld: passagiers die naar de Verenigde Staten willen, moeten nu door de scan. Dat is waarschijnlijk de voorbode van de invoering in de nabije toekomst van de scan op alle vluchten.

Tegenstanders van de scan mogen nog wat tegensputteren op de opiniepagina’s, maar het pleit is de afgelopen dagen razendsnel beslist. “Niet te veel over privacy kletsen,” vatte een kop in Het Parool de gang van zaken goed samen. Ook dat is een vertrouwd ritueel geluid: de suggestie dat privacy en veiligheid elkaar zou- den uitsluiten. Willen we veilig zijn, dan zullen we onze persoonlijke levenssfeer moeten opofferen. Dat argument is de afgelopen jaren vaak gebruikt om een veelheid aan antiterrorismemaatregelen in te voeren. Het lijkt op het eerste gezicht een logische redenering, maar er valt het nodige op af te dingen, zoals de mislukte aanslag door Abdulmutallab weer eens heeft laten zien.

De meeste aandacht – althans in Nederland – gaat nu uit naar de bodyscan als hét nieuwe wonderwapen in de strijd tegen terrorisme, maar daarbij wordt vergeten dat de Amerikaanse en Europese autoriteiten sinds 11/9 al een stortvloed van andere maatregelen hebben ingevoerd die kennelijk niet effectief zijn geweest. Denk daarbij aan de bankafschriften van Europese burgers die de CIA mag opvragen, het massaal onderscheppen en lezen van e-mails en internetverkeer, het veertig (!) jaar lang opslaan van alle passagiersgegevens en uitgebreide no-fly lists waar inmiddels vele duizenden mensen op staan. Het is buitengewoon verontrustend dat een man als Adulmutallab ondanks al die aan elkaar gekoppelde databanken níet internationaal gesignaleerd stond als zeer riskant. En dat terwijl nota bene zijn eigen vader uit zichzelf de Amerikaanse autoriteiten had benaderd om te melden dat zijn zoon aan het radicaliseren was. Je zou zeggen: wat moet je nog meer doen om de CIA wakker te schudden? Het National Counterterrorism Center heeft de tip ook niet gecombineerd met andere relevante informatie, afkomstig uit in Jemen afgetapte telefoons. Barack Obama heeft nu een diepgaand onderzoek ingesteld naar de fouten van de Amerikaanse inlichtingendiensten, en daar zal te zijner tijd ongetwijfeld een pijnlijk rapport uit voortkomen. Wat er nu al zo verontrustend aan is, is dat het een exacte herhaling lijkt van de blunders die 11/9 mogelijk maakten. Ook daar bleek achteraf dat de CIA en de FBI de meeste daders al wel in beeld hadden, maar dat ze die informatie nooit met elkaar hadden gedeeld. Deels uit laksheid, deels uit bureaucratische kinnesinne.


Afgelopen november schoot majoor Nidal Malik Hasan dertien militairen dood op de Amerikaanse legerbasis Fort Hood. Achteraf bleek dat hij uitvoerig had gemaild met een radicale imam in Jemen. Die mailtjes waren onderschept door de National Security Agency en doorgestuurd om nadere actie te ondernemen. Ook met die informatie is niets gebeurd, zoals duidelijk werd na de schietpartij. Er is dus een hardnekkig en verontrustend patroon zichtbaar. Amerikaanse inlichtingendiensten verzamelen dagelijks een onwaarschijnlijke hoeveelheid gegevens over honderden miljoenen mensen, maar slagen er onvoldoende in om daaruit relevante informatie te destilleren. Toch is de reflex na iedere aanslag: nog meer informatie verzamelen. Dat lijkt een voor de hand liggende aanpak, maar het middel verergert de kwaal. Arthur Docters van Leeuwen zei het als hoofd van de BVD in de jaren negentig heel mooi: “Als je de speld niet kan vinden, moet je de hooiberg niet nog groter maken.”

Het invoeren van de bodyscan past in die traditie: na een incident nog meer informatie verzamelen over nog meer onschuldige mensen. De autoriteiten doen wat dat betreft vaak denken aan generaals uit de Eerste Wereldoorlog. Na een mislukt offensief herhaalden ze dezelfde tactiek, maar dan met meer mankracht. Terrorismebestrijders hebben net als generaals de neiging om de vorige oorlog te willen winnen. Na 11/9 zijn de autoriteiten een obsessieve strijd begonnen tegen scherpe voorwerpen aan boord (behalve dan taxfree flessen drank en parfum: dat zou te veel omzet kosten), allemaal om te voorkomen dat terroristen nog een keertje met een mes een vliegtuig overnemen. Sceptische experts hebben er van het begin af aan op gewezen dat het afpakken van nagelschaartjes heel veel mankracht kost, maar volkomen zinloos is. Passagiers en bemanning zouden na 11/9 namelijk nooit meer passief blijven zitten als ze bedreigd worden, maar terugvechten. Het heldhaftige optreden van Jasper Schuringa heeft dat ook bewezen: passagiers weten nu dat vechten de enige optie is. Toch blijven de autoriteiten hardnekkig doorgaan met zinloze controles op scherpe voorwerpen.


Ook de nieuwe bodyscan biedt veel minder veiligheid dan de mediahype doet geloven. De golven dringen niet door in het lichaam, dus een terrorist met een lading explosieven in zijn anus kan nog steeds aan boord. Oud-vlieger Benno Baksteen voorspelt dat er binnenkort wel stemmen op zullen gaan om ook dáár massaal te gaan controleren. Dat is een stap te ver. De huidige bodyscan maakt al een zeer forse inbreuk op de privacy, maar omdat een computer de beelden beoordeelt is het nog net te pruimen – tenminste, zolang mediageile beveiligers de intieme beelden van BN’ers niet op internet zetten.

Het heeft geen zin om miljoenen burgers aan nog meer en nog vernederender controles te onderwerpen. HP/De Tijd sprak een jaar geleden een groot aantal terrorisme-experts en die zeiden unaniem dat de autoriteiten de afgelopen jaren voldoende bevoegdheden hebben gekregen om terrorisme te bestrijden. Nieuwe maatrege- len tasten niet alleen de burgerrechten nog verder aan, ze zijn voor politici ook een makkelijke bliksemafleider om pijnlijke discussies over het bestaande beleid te ontlopen. Een onderzoekscommissie stelde afgelopen zomer al vast dat er weinig samenhang zit in het Nederlandse terrorismebeleid en dat de effectiviteit nauwelijks te meten is. Het zijn nogal zorgwekkende conclusies, waar in Nederland opvallend weinig discussie over is. Dat debat voeren de Amerikanen inmiddels – noodgedwongen – wel. Er is geen enkele reden voor Nederland om zelfgenoegzaam achterover te gaan leunen: ons terrorismebeleid is grotendeels een kopie van het Amerikaanse en dus geen haar beter.

import focus