Tobben met Darwin

In de trein hoorde ik onlangs een vrouw de film Komt een vrouw bij de dokter met een vriendin bespreken. Ze bekende bij enkele scènes te hebben gehuild en voegde daaraan toe: “Maar als ik die Kluun zie oversteken, geef ik gas.” Beide opmerkingen mogen worden beschouwd als een compliment aan de makers. Die zijn er kennelijk in geslaagd ontroering én verontwaardiging op te roepen. Stelt u zich eens voor hoe het zou zijn als de hoofdpersoon een toonbeeld van deugdzaamheid was geweest. De film zou aan onberispelijkheid ten onder zijn gegaan. Filmpersonages ontlenen nu eenmaal een deel van hun overtuigingskracht aan hun ongerijmdheden en zwaktes. Neem Schindler’s List. Vóór we zien hoe hij honderden mensen het leven redt, leren we Oskar Schindler kennen als een opportunist die uit zakelijke overwegingen met de nazi’s heult. Zou het een betere film zijn geweest als Schindler een vlekkeloze levenswandel had gehad? Natuurlijk niet. Een beetje morele ambivalentie kan nooit kwaad om een drama op smaak te brengen.

Bij biopics over achtenswaardige personen leidt dat weleens tot problemen. Na afloop van Amazing Grace (over een man die zich inzet voor de afschaffing van de slavernij) hoorde ik iemand ooit verzuchten dat de film te lijden had onder de ‘gesel der deugdzaamheid’. Dat gevaar ligt ook op de loer bij Creation, een film over de problemen die Charles Darwin ondervond in zijn pogingen wetenschap, geloof en liefde met elkaar in overeenstemming te brengen.

Werkend aan zijn levenswerk The Origin of Species realiseert Darwin (Paul Bettany) zich steeds nadrukkelijker hoezeer zijn denkbeelden op gespannen voet staan met de Bijbel. Dat brengt niet alleen een geloofscrisis teweeg, maar dreigt hem ook te vervreemden van zijn zeer religieuze vrouw (Jennifer Connelly). Aan morele dilemma’s dus geen gebrek in Creation. Jammer genoeg brengen de gewetensvragen die Darwin uit z’n slaap houden bij de kijker zo’n beetje het tegenovergestelde effect teweeg.

De acteurs treft geen blaam. Bettany en Connelly (die overigens ook in het dagelijks leven man en vrouw zijn) leveren prima acteerprestaties. Ook regisseur Jon Amiel (die in de jaren tachtig bekendheid verwierf met The Singing Detective) valt weinig te verwijten. Hij heeft op ambachtelijk vlak z’n zaakjes netjes voor elkaar, en de film ziet er prachtig uit.

Het probleem ligt eerder bij het onderwerp. De VPRO-serie over de Beagle die zich week na week op televisie voortsleept en de activiteiten van het afgelopen Darwinjaar hebben misschien ook wel een zekere Darwinmoeheid bij mij teweeggebracht. Dat zou geen argument mogen zijn. The Origin of Species geldt als het meest invloedrijke boek dat in de afgelopen twee eeuwen werd gepubliceerd, en in aanmerking genomen dat 47 procent van de bevolking van de Verenigde Staten de evolutietheorie in twijfel trekt, mag de discussie over Darwins gedachtegoed ook gerust actueel worden genoemd. Maar bij een film over een man die over gewetensvragen tobt, volstaat het niet dat we begrijpen wat hem bezielt. We willen er ook iets bij voelen. En dáár ontbreekt het aan in Creation.


Erik Spaans

Creation. Regie: Jon Amiel.

Vanaf 7 januari in de bioscoop.

import film