Uit het Midden-Oosten geen nieuws

Volgens Bibi Netanyahu zijn de omstandigheden rijp om het vredesproces met de Palestijnen nieuw leven in te blazen. “De tijd voor excuses is voorbij. Het is tijd voor actie.” Je zou denken dat als een havik als Netanyahu dat zegt, de premier van een land dat voor veel Nederlanders als de grootste bedreiging voor de wereldvrede geldt, dat groot nieuws moet zijn. Maar het wordt voor kennisgeving aangenomen, als het al is opgemerkt. Dat kan komen doordat de premier van Israël niet meer wordt geloofd. Het kan ook komen doordat veel mensen met al het moslimgeweld in het achterhoofd toch niet echt geloven dat Israël de bron van alle kwaad in het Midden-Oosten is.

Ik denk dat beide het geval is. In Europa wordt gedacht dat Israël als ‘koloniserende en foute’ partij met concessies moet komen. Maar zolang de Palestijnen elkaar onderling naar het leven staan, blijft dat een theoretische kwestie. Daar veranderen ook oud-bewindslieden als Dries van Agt en Hans van den Broek, die oproepen om met Hamas te gaan praten, weinig aan. Wel zorgen zulke geluiden in Israël voor irritatie, voor een gevoel door Europa niet begrepen en in de steek gelaten te worden. Ik heb lang gedacht dat de Israëliërs daarover hun schouders zouden ophalen, gewend als zij zijn aan kritiek uit het buitenland. Maar pas op: zulke kritiek went nooit echt, zeker niet als die uit Europa komt, het continent waar de Holocaust heeft plaatsgevonden en dat de oprichting van Israël in 1948 heeft gesteund, maar daar achteraf gezien steeds meer bedenkingen bij krijgt. Waar Europeanen zich ten opzichte van het hele Midden-Oosten onverschilligheid en afstandelijkheid kunnen permitteren, is dat voor Israëliërs onmogelijk. Zij zien een Europa dat Israël het praktische recht op zelfverdediging ontzegt en dat de ogen sluit voor het Palestijnse zelfmoordterrorisme, het Arabische antisemitisme en de Iraanse nucleaire dreiging.

Dat is allemaal niet nieuw, maar met een Amerikaanse president die tegenover de moslimwereld een politiek van verzoening predikt en een VN die Israël stelselmatig in de beklaagdenbank plaatst – oud-minister van Buitenlandse Zaken Tzipi Livni moest in Londen voor arrestatie vrezen – verkeert de joodse staat in een toenemend moreel isolement. En met een Iraans bewind dat in eigen land de druk van een opstand voelt en tegelijkertijd actief aan zijn nucleaire ambities werkt, zorgt dat voor een nerveuze toestand. Reden genoeg om de bereidheid van Netanyahu om het vredesproces (dat hij vroeger vaak een illusie noemde) weer op gang te brengen serieus te nemen. Omgekeerd blijft het de vraag of er aan Palestijnse kant een gesprekspartner is.


Dat wil niet zeggen dat er in het Midden-Oosten nooit doorbraken zijn. Afgelopen najaar was ik in Syrië, waar het bewind van Basjar Assad na een moeilijke periode (nadat in 2003 het ‘broederbewind’ in Irak was verdreven zag het zich in 2005 ook gedwongen zijn troepen uit Libanon terug te trekken) weer stevig in het zadel zit. Ik trof een welvarender land aan dan ik had gedacht, dat zich verheugde over de opening naar Turkije. Niet dat liberalisering in economische zin met politieke vrijheden gepaard gaat. De geheime dienst is overal, over politiek kun je het beste zwijgen, en het blijft onheilspellend om president Assad op posters met Hezbollah-leider Nasrallah afgebeeld te zien. Maar Syrië kent ook een zichtbare christelijke minderheid, en het bewind is seculier, waardoor de islam zich koest moet houden. Het straatbeeld in Damascus en Aleppo (waar wel veel gesluierde vrouwen liepen) oogde ontspannen, net als dat in Hama, een provinciestad waar in 1982 de Syrische luchtmacht werd ingezet om een opstand van de Moslimbroederschap neer te slaan. Er herinnerde niets aan het grove geweld van toen (een verwoeste oude stad en tienduizenden doden).

De opening naar Turkije moet Syrië minder afhankelijk maken van Iran, maar ik heb nog geen Israëliër ontmoet die daar bemoediging aan ontleent. Het Syrische bewind volhardt in zijn afwijzende houding tegenover Israël en gaat door met (gewapende) steun aan Hezbollah en Hamas. Voor Israël houdt de koerswending van NAVO-land Turkije richting niet-westerse buurstaten het dreigende verlies van een strategische bondgenoot in, terwijl Syrië erdoor uit het isolement wordt gehaald. Zo is er binnen het Midden-Oosten wel van alles in beweging, maar lijkt de angst voor regime change zoals Amerika die onder de vorige president nastreefde, voorbij en blijven de fronten onveranderd tegen Israël gericht. Dat belooft – afgezien van de goede voornemens van Netanyahu – niet veel vrede voor 2010.

import dirk jan van baar