Washington over Den Haag

Daar het nog steeds reces is in Den Haag – de geachte afgevaardigden gaan pas op dinsdag 12 januari weer aan de slag – vroegen we onze collega in Washington DC, NOS-correspondent Eelco Bosch van Rosenthal, om zijn Amerikaanse visie op het afgelopen politieke jaar. ‘Blonde Geert. Met een beetje goede wil kan je in hem een Hollandse Sarah Palin zien.’

Een boze PVV-fractie die demonstratief, en geregisseerd, wegloopt uit de parlementaire vergaderzaal. Volgens de bezoekers van NOS.nl was dat hét politieke moment van het afgelopen jaar. Ik vond het oersaaie televisie. In Washington raak je verwend. Vergeleken bij Capitol Hill ademt de Tweede Kamer permanent de rust van een Spakenburgse zondag. Neem het Democratische Congreslid Alan Grayson, die tijdens een debat over hervorming van de gezondheidszorg het contrast met de andere partij wilde schetsen. Als je ziek wordt, beweerde Grayson, bood het Republikeinse zorgplan maar één remedie: “Die quickly.” Of de hooggeachte Republikeinse afgevaardigde Joe Wilson uit South Carolina. Die schold Obama uit voor leugenaar. Op prime time, recht in het gezicht van de president, die een toespraak hield.

In Nederland wachtte Mark Rutte tijdens het crisisdebat keurig zijn beurt af, ging met een beleefd knikje in de richting van vak K achter het spreekgestoelte staan, verzocht Balkenende IV vriendelijk doch dringend om af te treden, en behaalde prompt de tweede plek in de NOS-verkiezing. Met een polderprovocatie. Rutte was keurig binnen de spreektijd gebleven. In de Nederlandse politiek blijft het sappelen. Niet dat ik naar parlementaire scheldpartijen verlang, Grayson en Wilson verdienen geen Haagse navolging. Maar mag het iets minder grijs?

Het is deels de entourage. Op de shortlist voor het politieke moment van het jaar stond ook een fragment van premier Balkenende, die erkent dat hij ‘niet in vorm’ was tijdens de Algemene Beschouwingen. Niet zozeer wát hij zei viel op (Obama in zo’n geval: “I screwed up”; dat klinkt toch lekkerder) als wel dat vervloekte blauwe RVD-wandje. Er zit geen diepte in; Nederlandse partijcongrespodia lijden vaak aan hetzelfde euvel. Tijdens de Democratische Conventie van 2008 sprak Obama te midden van een verzameling Griekse zuilen. Grotesk, maar beter dan de verdrietige bloemstukken waarnaast Alexander Pechtold en Wouter Bos door hun spindoctors worden gezet.

Natuurlijk is er die ene uitzondering: Blonde Geert. Met een beetje goede wil kan je in hem een Hollandse Sarah Palin zien: goedgebekt, voorop in de strijd tegen de elite, en de droom (of mogen we zeggen: obsessie?) van elke talkshowhost. Maar hoewel Wilders tijdens zijn Amerika-tour mocht aanschuiven in de tv-studio’s van Fox, kon zijn gastheer – de überconservatieve Bill O’Reilly – zijn verveling over Fitna nauwelijks verbergen. En, note to Geert: in het Engels is een moslim een muslim – en geen moeslim. Stond er een keer een Nederlandse politicus in de Amerikaanse spotlights, verknalde hij het alsnog.

Dat moet in 2010 anders. Gezocht: een Nederlandse politicus die zijn/haar verhaal weet te verkopen. (Droombeeld: Piet Hein Donner op Twitter.)

Eelco Bosch van Rosenthal