Een tachtigjarige oorlog

De Doden- herdenking mogen we best nog even ‘onder ons’ vieren – zonder Duitse ambassadeur

2010 is weer zo’n jaartal waarin het grote gedenken een extra krans krijgt. In mei is het zeventig jaar geleden dat de nazi’s Nederland binnenvielen, en 65 jaar geleden dat de geallieerden een eind maakten aan vijf jaar Duitse bezetting. Voor menigeen een passend moment om afscheid te nemen van oude vijandbeelden en bij de Dodenherdenking op 4 mei de Duitse ambassadeur uit te nodigen. In dezelfde teneur past de oproep van een aantal Nederlandse schrijvers en historici om nu eindelijk eens 17 augustus 1945 te erkennen als datum van de Indonesische onafhankelijkheid. Nederland houdt nog steeds vast aan 27 december 1949, de datum van de soevereiniteitsoverdracht, vorige maand precies zestig jaar geleden.

Dat laatste lijkt mij terecht. Als Nederland zestig jaar na dato alsnog de eenzijdig door Soekarno en Hatta uitgeroepen Indonesische onafhankelijkheid zou erkennen, wekt het onbedoeld de indruk de pijnlijke vier jaar die daarna gekomen zijn (met onder meer de politionele acties) te willen vergeten. Je kunt de geschiedenis niet met terugwerkende kracht ‘rechtzetten’, en het blijft een politiek feit dat Nederland niet in 1945, maar pas in 1949 berustte in het verlies van zijn Zuidoost-Aziatische kolonie na een aanwezigheid van drieënhalve eeuw. Ieder ander land kan voor 1945 gaan, maar Nederland als direct betrokken partij niet. Hetzelfde geldt voor de Belgische afscheiding; die vond wat de Belgen betreft al in 1830 plaats, en werd pas negen jaar later door Nederland erkend. Zouden de Indonesiërs (of de Belgen) beter over Nederland gaan denken als politiek Den Haag ineens hun lezing van de gang van zaken onderschrijft? Ik dacht het niet, nog afgezien van het feit dat Nederlanders er goed aan doen zich hun eigen versie van de geschiedenis te blijven herinneren.


Met de Duitse ambassadeur ligt het anders. Als ik Duitser was, zou ik op 4 mei niet eens aanwezig wíllen zijn, maar de naoorlogse Bondsrepubliek stelt er een eer in niet weg te lopen voor het eigen donkere verleden. Dat is mooi en goed voor de verzoening met de buurstaten, maar zolang de vrede in Europa gewaarborgd blijft, is het aan de Duitsers zelf om te bepalen hoe ver zij daarin willen gaan. De knieval van Willy Brandt in 1970 in het getto van Warschau was een historisch moment, en zeker gepast na al het leed dat de joden door de nazi’s is aangedaan. Tegelijk maakt dit duidelijk dat ook de Duitsers een kwarteeuw nodig hebben gehad om tot zo’n gebaar te komen. Terugkijkend valt juist op hoe snel de Duitsers na de oorlog weer door hun West- Europese buren (waaronder Nederland) werden geaccepteerd. Dat was zeker voor de Fransen, die tussen 1870 en 1940 drie keer door hun oosterburen werden overvallen, geenszins vanzelfsprekend. Daarbij hielp het dat er na 1945 over de schuldvraag geen discussie meer kon zijn. Duitsland zat totaal fout. Om die reden kan de Duitse boetedoening, hoe nobel we die tegenwoordig ook vinden, voor andere landen geen voorbeeld zijn.

Niet dat ik vind dat we de Duitsers hun toenmalige wangedrag eeuwig moeten inpeperen; dat zou dom en kortzichtig zijn. Maar de Dodenherdenking is een nationale zaak, herinnert specifiek aan de verschrikkingen van 1940-1945, en ik vind het niet gek dat joodse organisaties (niet alle) daar nog geen Duitsers bij willen betrekken. Anders dan tussen Frankrijk en Duitsland, oude erfvijanden, valt er voor Nederland weinig te verzoenen, want met Duitsland hadden wij altijd goede betrekkingen. Het Oranjehuis komt er vandaan, wij zijn van dezelfde ‘stam’, en toen de Duitse eenwording vanaf 1864 het Europese machtsevenwicht ging verstoren, was het neutrale Nederland pro-Duits. ‘Holland annektiert sichselbst’ was een gevleugelde uitspraak. In 1984 hielden Helmut Kohl en François Mitterrand in Verdun (zeventig jaar na ‘1914’) elkaars handen vast, maar daar viel nog heel wat verzoeningsarbeid te doen. Het zou potsierlijk zijn als bondskanselier Angela Merkel voor een vergelijkbare act naar de Grebbeberg zou komen. De Duits-Franse verhouding is van een andere orde.


Maar Nederland had in de jaren veertig wel degelijk reden om zich verraden te voelen, juist omdat de relaties met Duitsland tot mei 1940 zo goed waren, in een tijdvak dat onze oosterburen in Europa al bijna tachtig jaar voor onrust zorgden. Dat maakt de Duitse overval extra kwalijk. (Hetzelfde geldt voor de Japanse overval op Nederlandsch-Indië; tot 1942 bestonden met Japan eeuwenoude goede betrekkingen.) Natuurlijk moet Nederland vergevingsgezind kunnen zijn. Maar de Dodenherdenking mogen we best nog even ‘onder ons’ vieren. Ik zou denken dat de Duitse ambassadeur tot 2025 kan wachten. Dan moet ook deze tachtigjarige oorlog voorbij zijn.

import dirk jan van baar