De PVV-Dagboeken: deel 3

HP/De Tijd-verslaggeefster Karen Geurtsen verbleef bijna vier maanden undercover bij de Tweede-Kamerfractie van de PVV. Doel: onderzoeken hoe ‘gevaarlijk’ de partij van Geert Wilders nu écht is. Deze week de tweede van drie dagboekafleveringen. Waarin ze de persvoorlichter van de PVV hoort zeggen: “Je weet wat voor intellectuele achterban we hebben. Maar niet heus.”

Dinsdag 22 september
De vraag die ‘mijn’ Kamerlid Raymond de Roon me afgelopen vrijdag stelde, heeft het hele weekend door mijn hoofd gespookt: “Voel je er eventueel iets voor om beleidsmedewerker bij me te worden?”

Ik ben me rot geschrokken. Zelfs in deze bizarre omstandigheden is het fijn om te horen dat mijn chef blij met me is, maar ik kan toch geen vaste baan accepteren? Dan moet ik nog veel harder werken en kan ik dus minder goed letten op andere, voor HP/De Tijd relevante zaken: hoe lopen de lijntjes, wie heeft ruzie met wie, hoe ‘goed’ of ‘fout’ zijn de ‘gewone’ PVV-medewerkers, enzovoorts. Bovendien wil ik hem niet nog meer belazeren dan ik nu al doe. Aan de andere kant, als ik nee zeg, neemt hij waarschijnlijk een ander aan, en word ik mogelijk gedegradeerd tot kopietjesmaakster.

“Mag ik er even over nadenken?” had ik gevraagd. “Tuurlijk,” antwoordde De Roon. “Tillen we het gewoon over het weekend heen.”

Gisteren was hij op werkbezoek, maar vandaag is hij er wel. En ik heb mijn antwoord klaar: ik doe het niet, ik vind het te ver gaan. Maar ik zeg het vrijdag pas, heb ik besloten; dan gaan we samen wat dossiers doornemen.

Voor het eerst wordt De Roon tijdens het vragenuurtje bijna afgehamerd door Kamervoorzitter Gerdi Verbeet. Raymond heeft het tijdens een debat over de uithuwelijking van Nederlandse moslimmeisjes over ‘het Marokkaanse Kamerlid’ Khadija Arib (PvdA) en ‘de Turkse staatssecretaris’ Nebahat Albayrak. Zijn kamergenotes, de beleidsmedewerkers Floor* en Jolanda* en de stagiaires Evelien* en ik, zijn allemaal verbaasd. Evelien: “Zoiets heeft hij nog nooit gezegd!” “Nee,” zegt Floor afkeurend, “en het is ook niks voor hem.”

Maar als hij even later binnenkomt, kijkt De Roon uiterst vergenoegd. “Verbeet liet me gewoon nóg een keer ‘Turkse staatssecretaris’ zeggen. Dat moet je altijd doen, hè.” Wij glimlachen schaapachtig en doen er het zwijgen toe. Kritiek geven doe je hier niet zo gauw, tenzij je meerdere er om vraagt. En De Roon vraag er zelden om.

Lees het hele artikel in de HP/De Tijd van deze week

Zie ook: PVV’ers kijken neer op achterban

Meer leuke content? Like ons op Facebook

Karen Geurtsen