Extra: Jan Kuitenbrouwer

Vanaf nu elke week exclusief op de website van HP/De Tijd: de column van Jan Kuitenbrouwer. “Joehoe! Volk! Gaat toch fijn met de luit bij het kampvuur zitten!”

“Heeee Jos! lang niet gezien!”
“Mieke! Wat leuk! Hoe is het met je?”
“Nou prrrrima! Met jou?”
“Uitstekend! Vertel, wat doe je allemaal?”
“Kom zitten, kom zitten. Jezus, wat leuk! Hoe lang is dat niet geléden!?”
Jos en Mieke hebben het énig samen de rest van de avond, en uiteindelijk blijft Mieke bij Jos slapen. Daar liggen ze, in elkaars armen, niet beseffend dat ze elkaar laatst op internet nog voor rotte vis hebben uitgemaakt.

Allebei mogen ze ’s avonds graag over het web surfen en op discussiefora hun stem laten horen, zij als L@dyM, hij als TheSorcerer. Bij FokZine ging het laatst over het proces tegen Geert Wilders. Zoals gewoonlijk liep de discussie hoog op, om vervolgens af te zakken naar het bekende gescheld en gekissebis ver beneden de zeespiegel. “L@dyM’s politieke opvattingen hebben de diepgang van een surfplank,” had Jos op een gegeven moment gezegd. Hij vond dat zelf nogal geestig. “& TheSorcerer heeft het analytisch vermogen van een andersbegaafde cavia,” had Mieke geantwoord. Een gouden vondst, vond ze zelf. Als het wat wordt tussen Jos en Mieke zullen zij dit binnenkort ontdekken. Een interessant moment.

Op een literair festival was ik onlangs getuige van de volgende scène, die zich afspeelde in de artiestenfoyer. In de ene hoek stond een bekende dichter, in de andere een wat minder bekende. Toen de wat minder bekende dichter de bekende in het oog kreeg, baande hij zich een weg door de andere schrijvers en dichters en begroette hij hem. “Hallo Bekende Dichter,” zei hij, “mijn Facebookvriend! Hartelijk dank nog voor je uitnodiging.” De bekende dichte knikte minzaam en draaide zich om. De wat minder bekende dichter bleef in verwarring achter. “Ik begrijp er niks van. Op internet zijn wij vrienden, maar in deze foyer ziet hij me niet staan.”

Twee anekdotes, twee perverse bijverschijnselen van Web 2.0, de officiële verzamelnaam voor de sociale internet-toepassingen die de laatste jaren zo’n hoge vlucht hebben genomen: Hyves, Facebook, discussiefora, YouTube, chatten, MSN, Twitter, et cetera.

Toen onze vorstin laatst in haar kersttoespraak bezorgde kanttekeningen bij die cultuur plaatste, dacht ik twee dingen. 1: meid, je hebt hartstikke gelijk, en 2: maar waar bemoei jij je mee!?

Het is ook nogal een paradox. Een botsing van twee werelden. Het laatste relict uit de verre feodale prehistorie, een curieus, pre-democratisch fenomeen genaamd ‘koningin’, roept de geëmancipeerde cyberburger van 2010 op die duivelse digitale uitvinding af te zweren en elkaar weer op te zoeken bij de dorpspomp en mooie lange brieven te schrijven, liefst met ganzenveer, op handgeschept papier.

Rip Van Winkle is wakker geworden in de toekomst, ziet mensen op eigenaardige ruimtescootertjes door de lucht zoeven en roept: “Ho! Stopt! Lopen is veel gezónder!”

“Joehoe! Volk! Gaat toch fijn met de luit bij het kampvuur zitten!”

Laten we eerlijk zijn: als Beatrix een onderdaan wil spreken, gaat zij toch ook niet chatten, mailen of bellen? Neen! Die wordt gewoon voorgeleid. Met gepoetste schoenen. En als zij de burger graag eens in zijn eigen decor wil observeren, laat ze de koets voorrijden voor een werkbezoek. Waarbij de hofhouding dan verder de details verzorgt; dat de zaak een verfje krijgt en er ter plaatse een geschikt toilet voor haar gebouwd wordt, bijvoorbeeld, voor het geval, enfin. En dat de juiste mensen in de juiste volgorde het woord tot haar richten, keurig op een rij, weten wat ze wel en niet kunnen zeggen en hoeveel seconden ze daarvoor hebben. Dat is toch een veel, ja… warmere, gezondere en menselijker manier van communiceren? Niet voor niets toch dat haar betbetovergrootvader het ook al zo deed? Toen hij nog in een harnas door de provinciën trok?

Anderzijds heeft de vorstin natuurlijk een punt. Tenslotte heeft Web 2.0 inmiddels ook zijn gevaarlijke gezicht laten zien. Sommige denkers verwelkomen die permanente powwow op het digitale dorpsplein en spreken hoopvol van the wisdom of crowds, maar wat je vorig jaar zag bij de campagne tegen baarmoederhalskanker en vervolgens de Mexicaanse griep, waarbij mensen massaal hun eigen gezondheid in de waagschaal stelden op basis van wilde geruchten en spookverhalen, lijkt mij toch eerder een voorbeeld van the dangerous stupidy of crowds.

Het is de vraag of Beatrix zelf enige ervaring heeft met al deze nieuwe communicatiemedia, maar dat kunnen we niet uitsluiten. Zij plaatst dan wel vraagtekens bij de anonimiteit waar veel internetschreeuwers zich achter verschuilen, maar als iemand die zelf ook regelmatig ‘incognito’ opereert, zou zij daar wel enig begrip voor mogen opbrengen. Wie weet in welke gedaanten zij door cyberspace waart. Is zij misschien die Be@01 die je vaak op discussiefora tegenkomt? QueenB? HvORulez? W@ffGeduld? Of geldt ook hier: quod licet jovi non licet bovi?

Maar het hele idee van de ‘internetdemocratie’ is nu juist dat iedereen te allen tijden over alles en tegen iedereen zijn zegje kan doen. Mensen die dat ‘voorrecht’ uitoefenen, zullen zich niet laten storen door een atavistisch verschijnsel als een ‘koningin’. Ik denk zelfs in tegendeel. Hoezeer zij ook gelijk heeft.

Jan Kuitenbrouwer